Beweging: je hebt 3 aspecten van het lichaamsbeeld.
- Lichaamsplan
Uit: Dans praktisch handboek voor basisonderwijs p68
Alle structuren die er samen voor zorgen dat de mens automatische bewegingen kan maken,
letterlijk het plan van het lichaam om te kunnen bewegen. Om te leren fietsen gebruik je je zintuigen,
vorm je concepten in je gedachten, leer je de juiste spieren op de juiste manier aansturen en
aanspannen, … Na een tijdje gaat het fietsen vanzelf. Alle zintuigelijke en motorische structuren die
erbij nodig zijn, zijn in samen hand opgeslagen in een plan. Alle plannen samen vormen het
lichaamsplan, wat je in stat stelt automatisch de juiste houding aan te nemen en de juiste beweging
te maken.
Het lichaamsplan is niet statisch, het is voortdurend in verandering in een mensenleven. Je hoeft niet
meer na te denken hoe je je beweegt in de ruimte: lopen, springen, draaien gaat vanzelf.
Op het niveau van het lichaamsplan is er veel (af) te leren en te trainen. Daarvoor moet een
automatische beweging eerst bewust gemaakt worden. Iemand die als kind heeft leren fietsen en
later gaat wielrennen, houdt zich opnieuw bezig met de structuren van zijn plan. Hoe is de stand van
de voet op de pedalen? Hoe sleep je jezelf door een moeilijk punt heen? Nog lastiger is om iets af te
leren wat je automatisch doet. Als na een renovatie van je huis de lichtschakelaar op een andere
plaats zit, grijp je steeds mis. Het lichaamsplan moet dan gereset worden.
Ook in dans is er veel te leren op het niveau van het lichaamsplan. Zo kun je bijvoorbeeld aan een
leerling vragen of hij vindt dat hij een bepaalde dansbeweging soepel of expressief genoeg heeft
uitgevoerd. De leerling wordt zich dan bewust van de beweging en kan het plan aanpassen.
Lichaamsplanniveau kan ook ingezet worden om te werken aan sociaal gedrag, lesdoelen en
uitvoeringseisen.
- lichaamsbesef
Uit: Dans praktisch handboek voor basisonderwijs p68
De fysieke eigenschappen en mogelijkheden waarvan een mens zich bewust is. Kinderen hebben een
groeiend ik-besef en daarmee ook een groeiende behoefte om zich te manifesteren, te tonen.
Kinderen worden zich steeds meer bewust van de buitenwereld.
De informatie die de mens opdoet over zijn lichaam (stand van het lichaam in de ruimte, de
lichaamsdelen en hun positie ten opzichte van elkaar) en de bewegingen die hij uitvoert (de richting,
de kwaliteit en de intensiteit ervan). Deze informatie wordt opgedaan via waarneming, en
voorstellingen (hoe zou het gaan?) of herinneringsbeelden (hoe ging het ook alweer?). Het lichaam
heeft een besef.
Door het lichaamsbesef kunnen kinderen zich gestileerde bewegingsschema’s voorstellen.
Lichaamsbesef komt voort uit de handelingen die mogelijk gemaakt worden door het lichaamsplan.
Het lichaamsbesef is afhankelijk van wat per leeftijdsfase mogelijk is (motorisch, psychisch, sociaal,
expressief, muzikaal en ritmisch – identiteitsontwikkeling, ruimtelijk denken en bewustwording).
Door het lichaam en de beweging onder woorden te brengen, maak je het lichaamsbesef voor
kinderen begrijpelijk. Het is belangrijk om taal toe te voegen aan beweging en in taal te reflecteren
op het dansen.
Een goed uitgevoerde beweging moet samengaan met een innerlijke voorstelling. Door de innerlijke
voorstelling blijven leerlingen zich bewust van de actie en houding van hun lichaam. Tijdens de
uitvoering van dans letten kinderen goed op hun lichaam en bewegingen, maar niet met welke
spieren ze wat doen. Ze gebruiken op soepele en vanzelfsprekende wijze allerlei technische kanten
- Lichaamsplan
Uit: Dans praktisch handboek voor basisonderwijs p68
Alle structuren die er samen voor zorgen dat de mens automatische bewegingen kan maken,
letterlijk het plan van het lichaam om te kunnen bewegen. Om te leren fietsen gebruik je je zintuigen,
vorm je concepten in je gedachten, leer je de juiste spieren op de juiste manier aansturen en
aanspannen, … Na een tijdje gaat het fietsen vanzelf. Alle zintuigelijke en motorische structuren die
erbij nodig zijn, zijn in samen hand opgeslagen in een plan. Alle plannen samen vormen het
lichaamsplan, wat je in stat stelt automatisch de juiste houding aan te nemen en de juiste beweging
te maken.
Het lichaamsplan is niet statisch, het is voortdurend in verandering in een mensenleven. Je hoeft niet
meer na te denken hoe je je beweegt in de ruimte: lopen, springen, draaien gaat vanzelf.
Op het niveau van het lichaamsplan is er veel (af) te leren en te trainen. Daarvoor moet een
automatische beweging eerst bewust gemaakt worden. Iemand die als kind heeft leren fietsen en
later gaat wielrennen, houdt zich opnieuw bezig met de structuren van zijn plan. Hoe is de stand van
de voet op de pedalen? Hoe sleep je jezelf door een moeilijk punt heen? Nog lastiger is om iets af te
leren wat je automatisch doet. Als na een renovatie van je huis de lichtschakelaar op een andere
plaats zit, grijp je steeds mis. Het lichaamsplan moet dan gereset worden.
Ook in dans is er veel te leren op het niveau van het lichaamsplan. Zo kun je bijvoorbeeld aan een
leerling vragen of hij vindt dat hij een bepaalde dansbeweging soepel of expressief genoeg heeft
uitgevoerd. De leerling wordt zich dan bewust van de beweging en kan het plan aanpassen.
Lichaamsplanniveau kan ook ingezet worden om te werken aan sociaal gedrag, lesdoelen en
uitvoeringseisen.
- lichaamsbesef
Uit: Dans praktisch handboek voor basisonderwijs p68
De fysieke eigenschappen en mogelijkheden waarvan een mens zich bewust is. Kinderen hebben een
groeiend ik-besef en daarmee ook een groeiende behoefte om zich te manifesteren, te tonen.
Kinderen worden zich steeds meer bewust van de buitenwereld.
De informatie die de mens opdoet over zijn lichaam (stand van het lichaam in de ruimte, de
lichaamsdelen en hun positie ten opzichte van elkaar) en de bewegingen die hij uitvoert (de richting,
de kwaliteit en de intensiteit ervan). Deze informatie wordt opgedaan via waarneming, en
voorstellingen (hoe zou het gaan?) of herinneringsbeelden (hoe ging het ook alweer?). Het lichaam
heeft een besef.
Door het lichaamsbesef kunnen kinderen zich gestileerde bewegingsschema’s voorstellen.
Lichaamsbesef komt voort uit de handelingen die mogelijk gemaakt worden door het lichaamsplan.
Het lichaamsbesef is afhankelijk van wat per leeftijdsfase mogelijk is (motorisch, psychisch, sociaal,
expressief, muzikaal en ritmisch – identiteitsontwikkeling, ruimtelijk denken en bewustwording).
Door het lichaam en de beweging onder woorden te brengen, maak je het lichaamsbesef voor
kinderen begrijpelijk. Het is belangrijk om taal toe te voegen aan beweging en in taal te reflecteren
op het dansen.
Een goed uitgevoerde beweging moet samengaan met een innerlijke voorstelling. Door de innerlijke
voorstelling blijven leerlingen zich bewust van de actie en houding van hun lichaam. Tijdens de
uitvoering van dans letten kinderen goed op hun lichaam en bewegingen, maar niet met welke
spieren ze wat doen. Ze gebruiken op soepele en vanzelfsprekende wijze allerlei technische kanten