1
,Inhoud
2 Inhoudspagina
3 Inleiding
4 Gedragskenmerken rondom de voortplanting
5 De voorbereiding van het voortplantingsproces
6 De bevalling van een ooi
7,8 De verschillende liggingen van een lam
9,10,11 geboorteproblemen
12 De verlossing
13 t/m 16 Nodige materialen voor de lammerperiode
17 t/m 25 Bijzonderheden en veel voorkomende problemen
26 het fokdoel
27 Mijn alternatieve fokdoel
28,29,30 stamboek en keuringen
31,32 Moderne voortplantingstechnieken
33,32 Fokwaarde en indexen
34,35 Financiën
36,37 Mijn stagebedrijf
38 Evaluatie/slot
2
,Inleiding
In dit verslag ga ik onder andere vertellen over alles wat nou precies komt kijken bij het
houden en handelen in schapen. Dit bevat heel veel onderwerpen van kennis over veel
voorkomende ziektes tot kennis over wat er komt kijken bij een bevalling. Ook ga ik
meer vertellen over de ervaringen op mijn stagebedrijf en hoe alles op mijn stagebedrijf
precies in elkaar steekt.
3
, Gedragskenmerken rondom de voortplanting
Ooien zijn vaak geslachtsrijp tussen de 4 en 6 maanden, rammen zijn vruchtbaar tussen
de 3 en 5 maanden. De meeste fokkers laten hun ooien na een jaar dekken zodat ze wel
volledig uitgegroeid zijn.
De draagtijd van een ooi is vijf maanden en vijf dagen, natuurlijk kan dit altijd wel wat
wisselen in bepaalde situaties.
De bronst
Een ooi, een vrouwelijk schaap, zit in de bronsttijd als ze vruchtbaar is en dus bereid is
om met een ram, het mannelijke schaap, te paren.
De ooi haar cyclus herhaalt zich iedere 17 dagen. In het najaar komen de meeste ooien
onder invloed van hormonen in de bronst. De lengte en duur van die periode verschilt per
ras. Sommige planten zich het hele jaar voort en andere alleen in een bepaalde tijd.
De dekking loopt het vaakst van augustus tot en met december, dan worden de
lammetjes in het voorjaar geboren.
Bronstigheidsverschijnselen
Als ooien bronstig zijn gaan ze bepaalde gedragingen vertonen, hieraan kan je dan ook
weten of ze bronstig zijn.
Hieronder staan deze gedragingen vermeld:
De ooien zijn onrustig.
De ooien kwispelen met hun staart.
De ooien blaten veel. Dit is het kenmerkende geluid wat schapen maken.
De kling van de ooien is roder en opgezwollen.
De ooien urineren vaak
De ooien zoeken een ram op om vervolgens stil te blijven staan.
Likken aan bek.
Gaan krabben
Gedrag ooien tijdens de dracht
Als een ooi drachtig is dus lammetjes bij zich draagt. Zijn er ook wat veranderingen in
het gedrag van de ooi. De veranderingen in het gedrag staan hieronder vermeld:
De ooi wordt langzaam steeds wat dikker.
De ooi krijgt meer behoefte aan veel water te drinken en veel te eten.
De ooi zal zich wat meer gaan verzorgen.
Als er meer veranderingen zijn zoals dat de conditie verslecht, moet je goed opletten en
kan je bijvoorbeeld wat meer krachtvoer geven. Mocht het schaap in een hele slechte
staat zijn in de dracht kan je het beste de veearts er bij halen.
4