Samenvatting week 7
Stemmingsstoornissen
Inhoudsopgave
1. De student kan toelichten wat de DSM-5 is en waarvoor deze gebruikt kan worden. Ook kent de
student enkele veelgenoemde kritiekpunten t.a.v. de toepassingen van de DSM-5 binnen de huidige
zorgpraktijk.............................................................................................................................................2
2. De student kan aangeven wat het onderscheid is tussen depressieve stemmingsstoornissen en
bipolaire stemmingsstoornissen.............................................................................................................2
3. De student kan benoemen wat de DSM-5-criteria zijn voor een depressieve stoornis en wat enkele
veelvoorkomende verpleegkundige diagnosen zijn bij een depressieve stoornis..................................2
4. De student kan aangeven welke risicofactoren en welke oorzakelijke factoren een rol kunnen
spelen in het ontstaan van een depressie en uitleggen hoe deze met elkaar samenhangen.................3
5. De student kan aangeven wat de belangrijkste groepen interventies zijn die kunnen worden
ingezet bij een depressieve stoornis. Van enkele specifieke interventies kent de student de
behandeling meer in detail (leefstijlinterventies, medicamenteuze behandeling en ECT).....................3
Stemmingsstoornissen
Inhoudsopgave
1. De student kan toelichten wat de DSM-5 is en waarvoor deze gebruikt kan worden. Ook kent de
student enkele veelgenoemde kritiekpunten t.a.v. de toepassingen van de DSM-5 binnen de huidige
zorgpraktijk.............................................................................................................................................2
2. De student kan aangeven wat het onderscheid is tussen depressieve stemmingsstoornissen en
bipolaire stemmingsstoornissen.............................................................................................................2
3. De student kan benoemen wat de DSM-5-criteria zijn voor een depressieve stoornis en wat enkele
veelvoorkomende verpleegkundige diagnosen zijn bij een depressieve stoornis..................................2
4. De student kan aangeven welke risicofactoren en welke oorzakelijke factoren een rol kunnen
spelen in het ontstaan van een depressie en uitleggen hoe deze met elkaar samenhangen.................3
5. De student kan aangeven wat de belangrijkste groepen interventies zijn die kunnen worden
ingezet bij een depressieve stoornis. Van enkele specifieke interventies kent de student de
behandeling meer in detail (leefstijlinterventies, medicamenteuze behandeling en ECT).....................3