1. X
2. X
3. X
4. X
5. H5 OBSERVEREN HERZIEN: BETROUWBAARHEID EN VALIDITEIT Psychodiagnostiek
5.1 Betrouwbaarheid in de observatiepraktijk
= Standvastigheid van de waarnemingen
- Gedragswaarneming onafh van observator INTRAbeoordelaarsbetrouwbaarheid: de mate
- “ tijdstip waarin de observator standvastig blijft in de
waarneming van eenzelfde gedrag of situatie
HERTESTbetrouwbaarheid: de mate waarin
het gedrag stabiel wordt waargenomen op INTERbeoordelaarsbetrouwbaarheid: de mate
verschillende tijdstippen waarin verschillende observators overeenstemmen
in hun waarneming van eenzelfde gedrag of situatie
Bij hoge hertestbetrouwbaarheid , mag je algemene besluiten uit de observaties afleiden
(generaliseren)
Je hebt immers stabiele gedragswaarnemingen overheen verschillende tijdstippen
Bij lage hertestbetrouwbaarheid moet je het besluit beperken tot het tijdstip en de situatie
van de observatie
‘CASUS’ als voorbeeld
5.2 Validiteit in de observatiepraktijk
= Geldigheid van de waarnemingen
Weet wat je meet
= meet het instrument wat het bedoelt te meten?
- In hoeverre zijn je waarnemingen representatief voor het gedrag dat je beoogde te
observeren?
Observeren is bewust en doelgericht: we willen uitspraak doen over het psychologisch
functioneren
NOOD AAN operationalisatie!
vaak een psychologisch construct constructvaliditeit:
VALIDITEIT VAN BEGRIP = VALIDITEIT VAN OBSERVATIE
Inter- en intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid stijgt…
Validiteit stijgt…
…Bij systematische observatie:
= aandacht van de verschillende observators wordt onveranderlijk gericht op
dezelfde reeks gedragingen
doelgedrag en operationalisatie op voorhand vastleggen in een observatie- en codeerschema
- Het psychologisch construct definiëren
- Oplijsten relevant gedrag in zeer concrete omschrijvingen
- Moleculair = makkelijk om betrouwbaarheid te observeren
- Turven
- Vertrouwd geraken met inhoud schema en gebruik
- Schema op voorhand testen + trainen !
2. X
3. X
4. X
5. H5 OBSERVEREN HERZIEN: BETROUWBAARHEID EN VALIDITEIT Psychodiagnostiek
5.1 Betrouwbaarheid in de observatiepraktijk
= Standvastigheid van de waarnemingen
- Gedragswaarneming onafh van observator INTRAbeoordelaarsbetrouwbaarheid: de mate
- “ tijdstip waarin de observator standvastig blijft in de
waarneming van eenzelfde gedrag of situatie
HERTESTbetrouwbaarheid: de mate waarin
het gedrag stabiel wordt waargenomen op INTERbeoordelaarsbetrouwbaarheid: de mate
verschillende tijdstippen waarin verschillende observators overeenstemmen
in hun waarneming van eenzelfde gedrag of situatie
Bij hoge hertestbetrouwbaarheid , mag je algemene besluiten uit de observaties afleiden
(generaliseren)
Je hebt immers stabiele gedragswaarnemingen overheen verschillende tijdstippen
Bij lage hertestbetrouwbaarheid moet je het besluit beperken tot het tijdstip en de situatie
van de observatie
‘CASUS’ als voorbeeld
5.2 Validiteit in de observatiepraktijk
= Geldigheid van de waarnemingen
Weet wat je meet
= meet het instrument wat het bedoelt te meten?
- In hoeverre zijn je waarnemingen representatief voor het gedrag dat je beoogde te
observeren?
Observeren is bewust en doelgericht: we willen uitspraak doen over het psychologisch
functioneren
NOOD AAN operationalisatie!
vaak een psychologisch construct constructvaliditeit:
VALIDITEIT VAN BEGRIP = VALIDITEIT VAN OBSERVATIE
Inter- en intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid stijgt…
Validiteit stijgt…
…Bij systematische observatie:
= aandacht van de verschillende observators wordt onveranderlijk gericht op
dezelfde reeks gedragingen
doelgedrag en operationalisatie op voorhand vastleggen in een observatie- en codeerschema
- Het psychologisch construct definiëren
- Oplijsten relevant gedrag in zeer concrete omschrijvingen
- Moleculair = makkelijk om betrouwbaarheid te observeren
- Turven
- Vertrouwd geraken met inhoud schema en gebruik
- Schema op voorhand testen + trainen !