1
,Inhoudsopgave
Inhoudsopgave.......................................................................................................................................2
Hoofdstuk 1: Bijeenkomsten..................................................................................................................3
1.1 Bijeenkomst 1...............................................................................................................................3
1.2 Bijeenkomst 2...............................................................................................................................5
1.2.1 Semantiek – betekenisrelaties tussen woorden....................................................................5
1.3 Bijeenkomst 3...............................................................................................................................6
1.3.1 Morfemen..............................................................................................................................6
1.3.2 Viertal woorden: vervoeging, verbuiging, samenstelling en afleiding...................................7
1.3.3 6-fasenmodel.........................................................................................................................8
1.3.4 Incidentiele les – lusles........................................................................................................10
1.4 Bijeenkomst 4.............................................................................................................................12
1.4.1 Taalbeschouwingsstrategieën..............................................................................................12
1.5 Bijeenkomst 5.............................................................................................................................14
1.5.1 Spreekwoorden/uitdrukkingen/gezegden...........................................................................15
Hoofdstuk 2: Samenvatting boek..........................................................................................................17
2.1 Hoofdstuk 4 – Woordenschat.....................................................................................................17
2.1.1 Woordgeheugen..................................................................................................................17
2.1.2 Woordenschatverwerving...................................................................................................19
2.1.3 Woordleerstrategieën.........................................................................................................19
2.1.4 Soorten taalgebruik.............................................................................................................20
2.1.5 Woordenschat en schoolsucces...........................................................................................21
2.1.6 Hoe gebruik je kennis van de woordenschat?.....................................................................21
2.2 Hoofdstuk 10 –Taalbeschouwing................................................................................................22
2.2.1 Het taalsysteem...................................................................................................................22
2.2.2 Taalvariatie..........................................................................................................................27
2.2.3 Taalverandering...................................................................................................................28
2.2.4 Taalbeschouwingsstrategieën..............................................................................................28
2.2.5 Hoe gebruik je de kennis van taalbeschouwing?.................................................................29
2
, Hoofdstuk 1: Bijeenkomsten
1.1 Bijeenkomst 1
De dikgedrukt woorden worden expliciet in de toets bevraagd:
• Je ontwikkelt je metalinguïstische bewustzijn (je leert ‘opmerkingen te maken over taal’) en
gebruikt metalinguïstische taal (begrippen om over taal te praten)
• Je leert op verschillende niveaus naar taal te kijken
• Je leert strategieën om naar taal te kijken
• Je leert hoe je in de klas kinderen systematisch naar taal kunt laten kijken vanuit een
inductieve werkwijze: zelfontdekkend laten leren
Taalsensibilisering Positieve houding tegenover taal, anderstaligheid en
meertaligheid; nieuwsgierigheid.
Taalgevoel Aanvoelen of tekst of uitspraak voldoet aan de regels.
Metalinguïstische bewustzijn Het vermogen om na te denken over de vorm en het gebruik van
taal en om onbewuste kennis over de regels in de taal te
verwoorden.
Taalbeschouwing Domein van het taalonderwijs waarbij het gaat om kinderen
leren te reflecteren op de taalvorm, de manier waarop iets is
verwoord en het gebruik van taal. Kinderen moeten leren in de
vorm van de taal bijzonderheden en regelmaat te ontdekken.
Taalbeschouwing
Wat doen we eigenlijk als we iets beschouwen ?
schouwen= kijken, inspecteren vlootschouw, dijkschouw
aanschouwen= langere tijd kijken, zien schouwspel, schouwburg, genieten in een museum
beschouwen = oplettend bezien, beoordelen
taal(aspecten) onderzoeken:
- Van meer kanten bekijken
- Soms een mening vormen over wat je ziet
Hoe kijk je naar taal?
Taalgevoel
- Wat vind je lelijk en mooi?
- Wat doe jij ‘op gevoel’ en waarom zo?
- Heeft iedereen anders
- Iets onprettig vinden of juist fijn vinden
- Je eigen gevoel
Taalwerkelijkheid
- Wat doen mensen anders in taal dan misschien ‘volgens de regels’ zou moeten?
Taalnorm
- De regels
- Wat is goed of fout? Wie bepaalt de norm? Is norm veranderlijk?
- Fout = fout
Taalbeschouwing: wat valt op en kun je dat verklaren?
Diversiteit aan talen in ons land
3