Hoofdstuk 1: Grondwerk
1. Algemeen
• Na het uitzetten van het bouwwerk kan begonnen worden met het
grondwerk. Het grondwerk omvat het geheel van het uitgraven en ophogen.
Deze werken zijn noodzakelijk omdat:
▪ de bovenlaag(teelaarde) te samendrukbaar en te onbestendig
is.
▪ de vriesdiepte in onze streken kan gaan tot 70 à 80cm.
Er bestaan veel grondsoorten, maar de voornaamste zijn zanden klei.
2. Putten en sleuven – het talud
• Wanneer bouwputten of sleuven worden uitgegraven en men houdt geen
rekening met de karakteristieken van de grond, dan is het werken daarin
levensgevaarlijk. (grond kan verzakken)
• Zodra de diepte van de uitgravingen meer dan 1m bedraagt, moeten
voorzieningen worden getroffen tegen het inkalven van het talud.
• Er kan ook gebruik worden gemaakt van een beschoeiingstechniek, Bv.
berlinerwanden, stalen damplanken, palenwanden, ...
3. Grondwater
,4. Veiligheidsvoorzieningen
• Niets stapelen net naast put (min 0,5m ervan)
• Betreden put met ladders
• ‘brugjes’ voorzien bij brede putten
• Buizen in putten ondersteunen bij grote overspanning
5. Grondonderzoek
Het graven van een put.
• Doel: zich een beeld vormen van de aard en de ligging van de verschillende
lagen
Sonderen met een sondeerstaaf
• De staaf wordt in de grond gedrukt en de weerstand, die men daarbij
ondervindt, geeft een idee van de vastheid van de grond.
Oppervlaktesondering
• Een stempel wordt 10cm in de grond geperst, waarbij de op de grond
uitgeoefende druk en de zakking van de stempel geregistreerd worden.
Diepsondering
• De diepsondering heeft tot doel het draagvermogen van de grond te bepalen
tot op grote diepte(tot 30m).
• Dit onderzoek gebeurt door gespecialiseerde firma’s.
• Ze worden samen in de grond gedrukt, waarbij de som wordt gemeten van de
druk uitgeoefend op de kegel (= conusweerstand) en de wrijvingsweerstand
van de grond tegen de mantelbuis (= mantel-wrijving).
, Grondboring
• Met handboringen kunnen we vrij gemakkelijk een diepte van 5m bereiken.
• Geroerde monsters
• Ongeroerde monsters
Hoofdstuk 2: Funderingen
1. De rol van de fundering
• Doel: overbrengen belastingen naar draagkrachtige grondlagen.
• Draagvermogen van de grond moet groter zijn dan de op te vangen belasting.
• Een fundering belet niet dat een gebouw zich “zet”. Ze zorgt er wel voor dat
dit gelijkmatig gebeurt zodat er geen scheuren ontstaan.
2. Soorten funderingen
• 2 soorten: diepe en ondiepe
3. Ondiepe funderingen
• funderingen op staal
• Muren worden opgetrokken op verbrede zolen, welke zich op een vorstvrije
diepte op draagkrachtige grondbevinden.
Algemene vorm van de fundering op staal:
• Traditionele oplossing om de belastingen, afkomstig van gemetste, dragende
muren, gelijkmatig te verdelen over de ondergrond
• Doorlopende, horizontale sleuven graven onder alle voorziene dragende
muren en er rechtstreeks beton in storten, met of zonder wapening.
Funderingszolen
• Blokken uit gewapend of niet-gewapend beton.
• Kan rechtstreeks gestort worden in put in grond
• meestal vierkant of rechthoekige sectie