Cultuurgeschiedenis samenvatting
0. Inleiding
Architectuur en ruimte leren ons veel over de tijd en cultuur van hun ontstaan.
Architectuur komt niet enkel voor in bebouwde omgeving maar ook in kunst. Beide,
de bebouwde en imaginaire ruimte (=kunst) geven ons info over het individu en leven
van toen.
Bebouwde ruimte:
Otto Wagner, psychiatrische instelling Am Steinhof (20ste eeuw)
Belangrijk voorbeeld moderne architectuur in psychiatrische instelling.
Zien=controle, Het gebouw is geconstrueerd vanuit de fictie van de kijker die een zo
volledig mogelijk overzicht heeft.
Architecturale compositie geeft info over: Opvatting psychiatrie, patiënt en wat een
‘gezonde’ maatschappij is.
Imaginaire ruimte:
Antoine watteau, Les plaisirs du bal (18de eeuw)
Voorbeeld uit de rococo schilderkunst die aansluit bij de pastorale literatuur die
populair was bij de adel. Voorstelling van architectuur als kunst waarin hij de fantasie
van pastorale literatuur weergeeft doorheen het gewelf. De architectuur geeft hier
een wereld van verbeelding weer.
1. De barok
Historische context:
In 17de eeuw opkomst barok
16de en 17de eeuw opkomst protestatisme en godsdienstoorlog tussen christenen en
protestanten en periode van ontdekkingsreizen, wetenschap, filosofie,..en
architectuur. Op politiek vlak is het vorstelijk absolutisme in Frankrijk en Spanje
opvallend en in Noordelijke Nederlanden ontwikkeling burgerlijke cultuur.
Kunst barok:
Spelen met Illusie staat centraal. Vraagstelling of het leven wel werkelijkheid is.
Worden we niet bedrogen door onze eigen zintuigen? Deze vraag uit zich in kunst
,door trompe-l’oeil. Streven naar ‘net echt’ is belangrijk. De wereld wordt een wereld
van verbeelding.
De kunst moest zeer expressief zijn en dus door het contrast van realiteit en illusie en
de spirituele en emotionele gevoelens het volk van katholieke landen dichter bij het
geloof brengen. Kenmerken: chiaroscuro, (ingehouden) beweging en theatraal
karakter. In protestantse landen was door het belang van burgerij dit minder
uitgesproken. Genre van stilleven!
Nederland: Rembrandt
Italie: Caracci en Carvaggio (Invloed op Rubens, Michelangelo die zorgen voor zeer
veel dynamiek)
Spanje: Velazquez (Eerder zeer duistere barok)
Werken:
Pedro Calderon de la barca, Het leven is een droom (17de eeuw)
Toneelstuk , dramatiek, als belangrijk voorbeeld voor literaire barok, geschreven in de
‘Spaanse gouden eeuw’.
(Centrale themas literatuur en theater barok: Mens wordt geregeerd door passies
waaruit obsessie voor zelfkennis en zelfcontrole ontstaat. Vragen zoals “wie ben ik?”
Op barokke scene is niets wat het lijkt. Alles is een illusie, trompe-l’oeil.)
In het drama staat de relatie tussen illusie en realiteit centraal. Kunnen we droom en
realiteit onderscheiden en is er iets buiten de droom?
VERHAAL KENNEN!
Caravaggio, Narcissus (16de eeuw)
Kenmerken: Chiaroscuro, ingehouden beweging en vatten van dramatisch moment.
Carvaggio, Avondmaal te Emmaüs (17de eeuw)`
Kenmerken: Chiaroscuro, ingehouden beweging en vatten van dramatisch moment.
, Peter-Paul Rubens, De kruising (17de eeuw)
Beweging: gebruiken van diagonalen
Dramatiek: Theatraliteit, gelaatsuirdukkingen, keuze suggestieve momenten, musculatuur
Peter-Paul Rubens, De kruisafneming (17de eeuw)
Beweging: gebruiken van diagonalen
Dramatiek: Theatraliteit, gelaatsuitdukkingen, keuze suggestieve momenten, musculatuur
Paradox
Paradox stelt de wereld ‘bedrieglijk echt’ voor waardoor onze zintuigen twijfelen gaan
twijfelen aan de voorstelling. De voorstelling wordt in vraag gesteld.
-
Voorbeelden:
Andrea Pozzo, Sint Ignatius (17de eeuw)
Trompe-l’oeil. Grootse monumentale plafonds van de Rococo die uitzicht geven op eindeloze
ruimtes. Ook grensvervaging tussen wereld op doek en echte wereld (stilleven).
0. Inleiding
Architectuur en ruimte leren ons veel over de tijd en cultuur van hun ontstaan.
Architectuur komt niet enkel voor in bebouwde omgeving maar ook in kunst. Beide,
de bebouwde en imaginaire ruimte (=kunst) geven ons info over het individu en leven
van toen.
Bebouwde ruimte:
Otto Wagner, psychiatrische instelling Am Steinhof (20ste eeuw)
Belangrijk voorbeeld moderne architectuur in psychiatrische instelling.
Zien=controle, Het gebouw is geconstrueerd vanuit de fictie van de kijker die een zo
volledig mogelijk overzicht heeft.
Architecturale compositie geeft info over: Opvatting psychiatrie, patiënt en wat een
‘gezonde’ maatschappij is.
Imaginaire ruimte:
Antoine watteau, Les plaisirs du bal (18de eeuw)
Voorbeeld uit de rococo schilderkunst die aansluit bij de pastorale literatuur die
populair was bij de adel. Voorstelling van architectuur als kunst waarin hij de fantasie
van pastorale literatuur weergeeft doorheen het gewelf. De architectuur geeft hier
een wereld van verbeelding weer.
1. De barok
Historische context:
In 17de eeuw opkomst barok
16de en 17de eeuw opkomst protestatisme en godsdienstoorlog tussen christenen en
protestanten en periode van ontdekkingsreizen, wetenschap, filosofie,..en
architectuur. Op politiek vlak is het vorstelijk absolutisme in Frankrijk en Spanje
opvallend en in Noordelijke Nederlanden ontwikkeling burgerlijke cultuur.
Kunst barok:
Spelen met Illusie staat centraal. Vraagstelling of het leven wel werkelijkheid is.
Worden we niet bedrogen door onze eigen zintuigen? Deze vraag uit zich in kunst
,door trompe-l’oeil. Streven naar ‘net echt’ is belangrijk. De wereld wordt een wereld
van verbeelding.
De kunst moest zeer expressief zijn en dus door het contrast van realiteit en illusie en
de spirituele en emotionele gevoelens het volk van katholieke landen dichter bij het
geloof brengen. Kenmerken: chiaroscuro, (ingehouden) beweging en theatraal
karakter. In protestantse landen was door het belang van burgerij dit minder
uitgesproken. Genre van stilleven!
Nederland: Rembrandt
Italie: Caracci en Carvaggio (Invloed op Rubens, Michelangelo die zorgen voor zeer
veel dynamiek)
Spanje: Velazquez (Eerder zeer duistere barok)
Werken:
Pedro Calderon de la barca, Het leven is een droom (17de eeuw)
Toneelstuk , dramatiek, als belangrijk voorbeeld voor literaire barok, geschreven in de
‘Spaanse gouden eeuw’.
(Centrale themas literatuur en theater barok: Mens wordt geregeerd door passies
waaruit obsessie voor zelfkennis en zelfcontrole ontstaat. Vragen zoals “wie ben ik?”
Op barokke scene is niets wat het lijkt. Alles is een illusie, trompe-l’oeil.)
In het drama staat de relatie tussen illusie en realiteit centraal. Kunnen we droom en
realiteit onderscheiden en is er iets buiten de droom?
VERHAAL KENNEN!
Caravaggio, Narcissus (16de eeuw)
Kenmerken: Chiaroscuro, ingehouden beweging en vatten van dramatisch moment.
Carvaggio, Avondmaal te Emmaüs (17de eeuw)`
Kenmerken: Chiaroscuro, ingehouden beweging en vatten van dramatisch moment.
, Peter-Paul Rubens, De kruising (17de eeuw)
Beweging: gebruiken van diagonalen
Dramatiek: Theatraliteit, gelaatsuirdukkingen, keuze suggestieve momenten, musculatuur
Peter-Paul Rubens, De kruisafneming (17de eeuw)
Beweging: gebruiken van diagonalen
Dramatiek: Theatraliteit, gelaatsuitdukkingen, keuze suggestieve momenten, musculatuur
Paradox
Paradox stelt de wereld ‘bedrieglijk echt’ voor waardoor onze zintuigen twijfelen gaan
twijfelen aan de voorstelling. De voorstelling wordt in vraag gesteld.
-
Voorbeelden:
Andrea Pozzo, Sint Ignatius (17de eeuw)
Trompe-l’oeil. Grootse monumentale plafonds van de Rococo die uitzicht geven op eindeloze
ruimtes. Ook grensvervaging tussen wereld op doek en echte wereld (stilleven).