Sociologie, T2C
HOOR- EN WERKCOLLEGE 5 / VERZORGINGSSOCIOLOGIE P. 63 – 83
Symbolisch interactionisme (Mead en Goffman):
- Betekenisgeving (symbolen geven betekenis aan wat wij doen)
- Interactie (jij vindt iets van mensen en andersom)
- Verandering (wat jij vindt veranderd door interactie)
1. Identiteit
a. Herbert Mead
b. Bestaat uit drie componenten:
i. I (ik) hoe jij op basis van zelfreflectie naar jezelf kijkt en ook veranderd
ii. ME (mij) hoe anderen naar jou kijken + hoe jij denkt dat anderen naar jou kijken
iii. HET SOCIALE interactie tussen wat ik vind en wat anderen vinden
2. Role taking
a. Looking – glass – self mensen verwachten dingen van je, bestaat uit drie elementen:
i. “Hoe zien anderen mij”
ii. “Hoe beoordelen en waarderen anderen mij”
iii. Deze dingen beïnvloeden het zelfgevoel
b. Role taking jij verplaatst je in de gedachten van anderen
c. The play speelt zich af in een eigen omgeving met bekenden
d. The game zelfbewustzijn ontwikkelen, vanuit breder perspectief
3. Impression management
a. Goffman
b. Frontstage persoonlijke front, hoe mensen je zien
c. Backstage achter de schermen, hoe je werkelijk bent
d. Non-verbaal / verbaal
4. Etiketteringstheorie het labelen van mensen
a. Primaire deviantie label hebben en er niks mee doen
b. Secundaire deviantie label hebben en er niks mee doen, maar bij een ander leggen
c. Tertiaire deviantie label hebben en er iets mee doen, hanteerbaar maken
5. Stigmatisering
a. Etikettering
b. Discriminatie mensen buitensluiten
c. Stigmatisering bewust acties ondernemen om het leven zuur te maken
d. Sociale verlegenheid
e. Socialisatieprocessen Goffman onderscheidt vier soorten:
i. Aangeboren stigma (huidskleur)
ii. Beschermd milieu opgegroeid
iii. Latere leeftijd stigma krijgen
iv. Andere samenleving gesocialiseerd
f. Strategieën drie soorten:
i. Corrigeren
ii. Compenseren
iii. Interpretatiewijziging
1
HOOR- EN WERKCOLLEGE 5 / VERZORGINGSSOCIOLOGIE P. 63 – 83
Symbolisch interactionisme (Mead en Goffman):
- Betekenisgeving (symbolen geven betekenis aan wat wij doen)
- Interactie (jij vindt iets van mensen en andersom)
- Verandering (wat jij vindt veranderd door interactie)
1. Identiteit
a. Herbert Mead
b. Bestaat uit drie componenten:
i. I (ik) hoe jij op basis van zelfreflectie naar jezelf kijkt en ook veranderd
ii. ME (mij) hoe anderen naar jou kijken + hoe jij denkt dat anderen naar jou kijken
iii. HET SOCIALE interactie tussen wat ik vind en wat anderen vinden
2. Role taking
a. Looking – glass – self mensen verwachten dingen van je, bestaat uit drie elementen:
i. “Hoe zien anderen mij”
ii. “Hoe beoordelen en waarderen anderen mij”
iii. Deze dingen beïnvloeden het zelfgevoel
b. Role taking jij verplaatst je in de gedachten van anderen
c. The play speelt zich af in een eigen omgeving met bekenden
d. The game zelfbewustzijn ontwikkelen, vanuit breder perspectief
3. Impression management
a. Goffman
b. Frontstage persoonlijke front, hoe mensen je zien
c. Backstage achter de schermen, hoe je werkelijk bent
d. Non-verbaal / verbaal
4. Etiketteringstheorie het labelen van mensen
a. Primaire deviantie label hebben en er niks mee doen
b. Secundaire deviantie label hebben en er niks mee doen, maar bij een ander leggen
c. Tertiaire deviantie label hebben en er iets mee doen, hanteerbaar maken
5. Stigmatisering
a. Etikettering
b. Discriminatie mensen buitensluiten
c. Stigmatisering bewust acties ondernemen om het leven zuur te maken
d. Sociale verlegenheid
e. Socialisatieprocessen Goffman onderscheidt vier soorten:
i. Aangeboren stigma (huidskleur)
ii. Beschermd milieu opgegroeid
iii. Latere leeftijd stigma krijgen
iv. Andere samenleving gesocialiseerd
f. Strategieën drie soorten:
i. Corrigeren
ii. Compenseren
iii. Interpretatiewijziging
1