Inhoudsopgave
DEEL 1 – RECHTSVERGELIJKING: ALGEMENE PRINCIPES ................................................................... 2
HOOFDSTUK 1 – WAT IS RECHTSVERGELIJKING? ......................................................................................... 2
HOOFDSTUK 2 – WAAROM RECHTSVERGELIJKING? ..................................................................................... 3
HOOFDSTUK 3 – HOE RECHT VERGELIJKEN? ............................................................................................... 4
HOOFDSTUK 4 – HOE LANDEN GROEPEREN?.............................................................................................. 4
DEEL 2 – OVERZICHT VAN ENKELE SLEUTELJURISDICTIES ................................................................. 6
HOOFDSTUK 2 – BELGIË ........................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 3 – NEDERLAND............................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 4 – FRANKRIJK................................................................................................................. 15
HOOFDSTUK 5 – DUITSLAND................................................................................................................ 21
HOOFDSTUK 6 – VERENIGD KONINKRIJK................................................................................................. 25
HOOFDSTUK 7 – VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA ................................................................................. 32
HOOFDSTUK 8 – RUSLAND .................................................................................................................. 38
HOOFDSTUK 9 – CHINA ...................................................................................................................... 43
HOOFDSTUK 10 – JAPAN .................................................................................................................... 49
HOOFDSTUK 11 – BRAZILIË (NIET KENNEN 2022-2023) ............................................................................ 54
HOOFDSTUK 12 – INDIA (NIET KENNEN 2022-2023) ................................................................................ 55
HOOFDSTUK 13 – ISRAËL (NIET KENNEN 2022-2023) ............................................................................... 56
HOOFDSTUK 14 – ISLAMITISCH RECHT.................................................................................................... 57
HOOFDSTUK 15 – AFRIKAANS RECHT ..................................................................................................... 61
DEEL 3 – BIJ WEGE VAN ILLUSTRATIE: RECHTSVERGELIJKING IN PUBLIEK- EN PRIVAATRECHT ........ 65
HOOFDSTUK 1 – STAATSVORM EN GEZAG (NIET KENNEN 2022-2023) .......................................................... 65
HOOFDSTUK 2 – DE PERSOON EN ZIJN FAMILIE......................................................................................... 65
HOOFDSTUK 3 – VERMOGEN, VERBINTENISSEN EN AANSPRAKELIJKHEID (NIET KENNEN 2022-2023) ................... 69
1
,Deel 1 – Rechtsvergelijking: algemene principes
Hoofdstuk 1 – Wat is rechtsvergelijking?
Rechtsvergelijking, begrip en buitenlandrechtskunde
• Rechtsvergelijking
o Recht = heel rechtsstelsel, rechtstakken, bepaalde rechtsbegrippen, …
o Vergelijking = onderzoeken van verschillen en gelijkenissen
Discipline of methode?
• Wetenschappelijke discipline? à discussie
• Wetenschappelijke methode? à ja!
• Hulpwetenschap voor rechtshistorisch onderzoek, sociologie, …
Soorten rechtsvergelijking
1. Inter-nationaal = vergelijken van nationaal recht tussen verschillende staten
o Bv. recht van België en Frankrijk
2. Inter-internationaal = vergelijken van internationaal- en supranationaalrechtelijke
normen
o Bv. recht van de EU en de Raad van Europa
3. Intra-nationaal = vergelijken van recht van deelstaten binnen eenzelfde land
o Bv. recht van Vlaamse en Waalse Gemeenschap
4. Particulier = vergelijken van recht van niet-publiekrechtelijke entiteiten
o Bv. recht van de katholieke en orthodoxe kerk
5. Zuiver intern = vergelijken van rechtsregels die binnen eenzelfde rechtsstelsel toepasselijk
zijn op diverse fenomenen
o Bv. sociale zekerheid van zelfstandigen en die van werknemers
6. Inter-temporeel = vergelijken van geldend recht op diverse tijdstippen
o Bv. oud en nieuw burgerlijk wetboek
7. Combinatie van bovenstaande
Law in the books vs. law in action
• Law in the books = dogmatisch = het positieve recht
• Law in action = functioneel = hoe reageert het “levend recht” in de praktijk op een
probleem?
• Nooit law in the books van één land met law in action van een ander land vergelijken à
appelen en peren
Micro- vs. macrorechtsvergelijking
• Micro = vergelijken van kleinere onderdelen of invullingen van rechtsbegrippen
• Macro = vergelijken van hele rechtsstelsels
o Aandacht voor rechtsbronnen, juridische denkwijzen, procedures
• Maar: geen dichotomie! (Glijdende schaal)
Relaties met belendende rechts- en wetenschapsdomeinen
• Rechtsvergelijking en buitenlandrechtskunde
2
, o Rechtsvergelijking vergt kennis van buitenlands recht = juridische kennis
o Buitenlands recht bestuderen is impliciet doen aan rechtsvergelijking à probleem
van nationale vooringenomenheid?
• Rechtsvergelijking en juridisch vertalen en tolken
o Vertaler moet voldoende juridische bagage hebben
o Juridische woordenboeken niet altijd optimaal
• Rechtsvergelijking en rechtsfilosofie, -theorie, -sociologie, -geschiedenis
o Rechtsfilosofie en rechtstheorie: eerder abstracte reflectie over het recht
o Rechtssociologie: relatie tussen samenleving en recht
o Rechtsgeschiedenis: wetenschappelijke methoden van historisch onderzoek;
resultaten zijn niet beperkt tot verklaren van gelijkenissen en verschillen
• Rechtsvergelijking en internationaal privaat- en publiekrecht
o Internationaal privaatrecht: conflicten tss diverse rechtsordeningen oplossen
o Internationaal publiekrecht: ‘algemene rechtsbeginselen erkend door beschaafde
naties’ afwegen
Hoofdstuk 2 – Waarom rechtsvergelijking?
Algemeen
• Nabije doelen
= functies die quasi automatisch door RVG w nagestreefd
o Algemene nabije doelen
§ Vreemde recht beter kennen en begrijpen
§ Eigen recht beter kennen en begrijpen
o Specifieke nabije doelen
§ Begrijpen hoe het recht in zijn geheel en onderdelen opgebouwd is
§ Taxonomie van rechtsstelsels en onderdelen opstellen
§ Juridisch vertalen en tolken ondersteunen
• Intermediaire functies
= functies die door de rechtsvergelijker zelf vervuld w en leiden tot concrete output
o Rechtsonderwijs
o Interpretatie van eigen recht
o Interpretatie van internationaal en supranationaal recht
o Vreemde recht correct toepassen
o Bijdragen tot verdere ontwikkelingen van de methodologie van de
rechtsvergelijking
• Verwijderde doelstellingen
= functies die de RVG nastreeft, maar waarbij de resultaten van de RVG alleen niet tot
onmiddellijke conclusie leiden
o ‘De lege ferenda’-functie: makers van nieuw recht helpen in hun taak
o Ontwikkelingen van coördinatie-instrumenten
o Ontwikkelingen van harmonisatie-instrumenten
o Ter inspiratie van privaatrechtelijke OK’s
o Als hulpwetenschap
o Ontwikkeling van een ius commune
3
, Hoofdstuk 3 – Hoe recht vergelijken?
Methoden van rechtsvergelijking
• Dogmatische/descriptieve methode = uitgaan van bepaalde rechtsbegrippen en -figuren
en die dan vergelijken met wat aan gelijkaardige begrippen in andere rechtsstelsels
gevonden wordt
• Functionele methode = achterhalen van hoe diverse rechtsstelsels eenzelfde probleem
oplossen
• Teleologische methodebenadering = vertrekken vanuit het doel van de rechtsvergelijking
è In functie van het doel van de RVG, zal de benaderingswijze verschillen
Fasen van de rechtsvergelijking
1. Formuleren van de rechtsvergelijkende vraagstelling
o Wat is het doel?
à Centrale onderzoeksvraag formuleren
o Welke rechtsstelsels of onderdelen vergelijken?
à Keuze van de comparanda, verantwoord in licht van doel en vraagstelling
2. Verzamelen van de informatie en het duiden hiervan
o Structuur en hiërarchie van bestudeerde land respecteren, alsook het
rechtsdenken en de juridische cultuur
o Law in the books vs. law in action
3. Vergelijken en verklaren van de vastgestelde verschillen en gelijkenissen
o Verschillen en gelijkenissen in kaart brengen en vervolgens verklaren
o Praesumptio similitudinis = vermoeden van gelijkaardigheid (tenzij het tegendeel
wordt bewezen)
4. Waarderen van de resultaten van de rechtsvergelijking
o Gevaar van hemeiscentrisme
= vreemde rechtsordeningen benaderen door bril gekleurd door het eigen
rechtsstelsel
à exogene benaderingswijze belangrijk = onderzoeksvraag moet onafhankelijk
staan van de vergeleken rechtsordes
Hoofdstuk 4 – Hoe landen groeperen?
Rechtsfamilies
1. Europees-continentale rechtsstelsels of civil law-groep
2. Anglo-Amerikaanse rechtsstelsels of common law-groep
3. Religieuze rechtsstelsels
4. Oosterse rechtsstelsels
5. Chtonische rechtsstelsels
à Hybride is mogelijk!
Overname van recht
• Bronrecht en overnemer-recht liggen zeer dicht bij elkaar à “legal transplant”
• Hoe?
o Via rechtspraak, rechtsleer en vooral wetgeving
o Vaak niet openlijk
4