Psychologische stromingen
Biopsychologie Lombroso Kijkt vooral naar uiterlijke kenmerken. Zoals mensen met een groot voorhoofd, grote handen,
volle wenkbrauwen zouden crimineel zijn.
Zuckerman Spanningsbehoefte: veel (jonge) delniquenten hebben prikkelhonger. Zijn opzoek naar spanning.
- Risicobereidheid; kans op fysiek gevaar
- Ervaringsgerichtheid; op doen van ervaringen
- Verandering; behoefte aan voortdurende afwisseling
- Ontremming; uitleven in sociale situaties, bijv. drinken van alcohol
- Zelfcontrole Gottfredson/Hirschi Anti-sociaal gedrag op jonge leeftijd verhoogt de kans op criminaliteit. Voor het 10 e levensjaar
moet een kind zelfcontrole hebben. Gebrek hieraan is de grootste oorzaak van crimineel gedrag.
- Big Five Persoonlijkheidsfactoren: neuroticisme (ben je kalm, of bezorgd, emotioneel of niet-emotioneel),
extraversie-introversie, vriendelijkheid, zorgvuldigheid en het openstaan voor nieuwe
ervaringen.
Ontwikkelingspsychologie Trembaly Je wordt geboren met agressief gedrag (bijv. baby’s die slaan of bijten). Neemt voor het 3 e
levensjaar af doordat de omgeving ingrijpt en dit gedrag afleert.
Leerpsychologie Bandura Je leert door te observeren. Zoals het gedrag van je ouders, vrienden en anderen. Dit pas je dan
toe op je eigen leven.
Sutherland Differentiële associatie. Crimineel gedrag is niet erfelijk, maar komt voor uit de interactie met
anderen zoals criminele vrienden.
Sociale psychologie Zimbardo Stanford Prison experiment. Mensen hebben het gevoel van verlies van identiteit wanneer zij
opgaan in een grote groep (de-inviduatie). Verwachting niet individueel aangesproken te worden
wat de remmingen van anti-sociaal gedrag verlaagd. Gevolg is bijvoorbeeld massageweld.
, Driepadenmodel Loeber
De linker colom betreft openlijke geweldpleging, de rechter heimelijk gedrag (achter de
schermen)
Tweepadenmodel Moffit
Er zijn twee typen daders.
Life-course persistent: beginnen hier meestal al van jongs af aan mee en vertonen anti-sociaal
gedrag. De kans om later met crimineelgedrag te stoppen is er, maar is wel erg moeilijk.
Adolescence onset: beginnen met gedrag in de adolescentie en stoppen in de volwassenheid. Zij
kopiëren het gedrag van de life-course persistent, omdat die volwassen maatschappelijkheid
hebben en dit zelf missen (seks, geld, voor jezelf kunnen zorgen, etc.).