Kunst H2
Paragraaf 1 Kloosters
Het laatste oordeel: alle overledenen zullen na hun dood verschijnen voor god als rechter, alle
goeden worden beloond met een plek in de hemel en de rest komt terecht in de hel of het vagevuur
(zielen worden daar gereinigd). Afbeeldingen hiervan schrikt gelovigen zodat ze hun best gaan doen
om niet in de hel te komen. Je straf kan worden kwijtgescholden met een aflaat: krijg je door geld te
doneren aan kerk of diensten verlenen aan de kerk.
De dag des oordeels: Je ziet het hier links
afgebeeld als reliëf op een timpaan boven de
ingang van een klooster. In het midden zit
Christus tussen hemel en hel. Links is de
hemel en rechts de hel die door de duivel
wordt geregeerd. Hij beslist over straffen
voor dieven, verraders enz.
Relieken zijn nodig in een katholieke kerk om
God aan te spreken, zonder door pauselijk
goedgekeurd is het onmogelijk een
katholieke kerkgebouw in gebruik te nemen. Bid en werk: Rond het jaar 1000 is het
belangrijkste voor de benedictijner kloosterorde het bidden en werk. Ze bidden 7 uur per dag en de
rest besteden ze aan arbeid op het land of werken in het scriptorium (schrijfkamer) In de
schrijfkamer kopiëren ze boeken (manuscripten) en voegen illustraties en versierde beginletters toe.
Het is een manier om kennis en geloof te verspreiden.
Kerkmuziek: In kloosters zijn er op vaste tijden gebedsdiensten (getijden), daarin worden de 150
psalmen uit de bijbel gezongen. De stem is volgens de kerk gemaakt om god te loven (zonder
muziekinstrumenten). In het begin heeft ieder klooster eigen melodieën maar paus Gregoruis de
grote stelt (rond jaar 600) regels op voor de gezangen: gregoriaans: -
eenstemmige gezongen melodielijn zonder maten. -
Veel van de psalmen (liedteksten) worden syllabisch gezongen (goed verstaanbaar met elke
lettergreep 1 noot).
- Soms worden woorden met extra nadruk door melismatisch te zingen (meer noten per
lettergreep).
Neumen: muzieknotatie op een balk met 2 lijnen, een geelgroene die de c aangeeft en een rode die
de f aangeeft. Later ontstaat de 4 lijnige notenbalk.
Middeleeuwse mystiek: de ontmoeting en eenwording met god staat centraal. Een van de
belangrijke vertegenwoordigers is Hildegard von Bingen, in haar liederen doet ze verslag van haar
visioenen, ook is de muziek eenstemmig, de melodien gaan van hoog naar laag wat de toenadering
tussen hemelse god en de aardse mens symboliseert.
Cluniacenzers : Bouwstijl uit deze tijd is romaans (overeenkomsten met Romeinen), en is herkenbaar
aan rondbogen en tongewelven. Zware massieve muren met kleine vensters drag het gewicht van
het dak. De perlgrimskerk in Vézelay symboliseert een pelgrimstocht (reis naar plekken met
bijzondere betekenis voor de religie). De kerk: -
Als je binnen komt kom je in het middenschip, met kapitelen met waarschuwingen tegen de duivel.
Paragraaf 1 Kloosters
Het laatste oordeel: alle overledenen zullen na hun dood verschijnen voor god als rechter, alle
goeden worden beloond met een plek in de hemel en de rest komt terecht in de hel of het vagevuur
(zielen worden daar gereinigd). Afbeeldingen hiervan schrikt gelovigen zodat ze hun best gaan doen
om niet in de hel te komen. Je straf kan worden kwijtgescholden met een aflaat: krijg je door geld te
doneren aan kerk of diensten verlenen aan de kerk.
De dag des oordeels: Je ziet het hier links
afgebeeld als reliëf op een timpaan boven de
ingang van een klooster. In het midden zit
Christus tussen hemel en hel. Links is de
hemel en rechts de hel die door de duivel
wordt geregeerd. Hij beslist over straffen
voor dieven, verraders enz.
Relieken zijn nodig in een katholieke kerk om
God aan te spreken, zonder door pauselijk
goedgekeurd is het onmogelijk een
katholieke kerkgebouw in gebruik te nemen. Bid en werk: Rond het jaar 1000 is het
belangrijkste voor de benedictijner kloosterorde het bidden en werk. Ze bidden 7 uur per dag en de
rest besteden ze aan arbeid op het land of werken in het scriptorium (schrijfkamer) In de
schrijfkamer kopiëren ze boeken (manuscripten) en voegen illustraties en versierde beginletters toe.
Het is een manier om kennis en geloof te verspreiden.
Kerkmuziek: In kloosters zijn er op vaste tijden gebedsdiensten (getijden), daarin worden de 150
psalmen uit de bijbel gezongen. De stem is volgens de kerk gemaakt om god te loven (zonder
muziekinstrumenten). In het begin heeft ieder klooster eigen melodieën maar paus Gregoruis de
grote stelt (rond jaar 600) regels op voor de gezangen: gregoriaans: -
eenstemmige gezongen melodielijn zonder maten. -
Veel van de psalmen (liedteksten) worden syllabisch gezongen (goed verstaanbaar met elke
lettergreep 1 noot).
- Soms worden woorden met extra nadruk door melismatisch te zingen (meer noten per
lettergreep).
Neumen: muzieknotatie op een balk met 2 lijnen, een geelgroene die de c aangeeft en een rode die
de f aangeeft. Later ontstaat de 4 lijnige notenbalk.
Middeleeuwse mystiek: de ontmoeting en eenwording met god staat centraal. Een van de
belangrijke vertegenwoordigers is Hildegard von Bingen, in haar liederen doet ze verslag van haar
visioenen, ook is de muziek eenstemmig, de melodien gaan van hoog naar laag wat de toenadering
tussen hemelse god en de aardse mens symboliseert.
Cluniacenzers : Bouwstijl uit deze tijd is romaans (overeenkomsten met Romeinen), en is herkenbaar
aan rondbogen en tongewelven. Zware massieve muren met kleine vensters drag het gewicht van
het dak. De perlgrimskerk in Vézelay symboliseert een pelgrimstocht (reis naar plekken met
bijzondere betekenis voor de religie). De kerk: -
Als je binnen komt kom je in het middenschip, met kapitelen met waarschuwingen tegen de duivel.