Mano KLINISCHE PSYCHOLOGIE FASE 2 SEM
20 multiple 1 (10p)
choice
+- 3 Open vragen (10p)
KLINISCHE PSYCHOLOGIE
DEEL 1
INLEIDING ALGEMEEN KLINISCHE PSYCHOLOGIE EN PSYCHOPATHOLOGIE
1.1 INLEIDING PSYCHOPATHOLOGIE: CLASSIFICATIE VAN GEDACHTEN - GEVOELENS -
GEDRAG
DEEL 2
KLINISCHE PSYCHOLOGISCHE THEORIEREN EN DE BIJHORENDE
PSYCHOTHERAPEUTISCHE STROMINGEN - PSYCHOFARMACOTHERAPIE
2.1 PSYCHOLOGISCH PERSPECTIEF EN PSYCHOANALYSTISCHE THEORIE
2.2 LEERTHEORIE EN GEDRAGSTHERAPIE
2.2.1 KLASSIEKE CONDITIONERING
2.2.2 OPERANTE CONDITIONERING
2.3 COGNITIEVE THEORIE EN THERAPIE
2.3.1 THEORIE
2.3.2 COGNITIEVE THERAPIE
2.4 SYSTEEM THEORIE EN RELATIE- GEZINSTHERAPIE
2.4.1 ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE
2.4.2 SYSTEEMTHERAPIE
2.5 SOCIAAL CULTUREEL PERSPECTIEF
2.6 BIOPSYCHOSOCIALE PERSPECTIEF
2.7 BIOLOGISCH PERSPECTIEF
2.8 THEORIEËN KRITISCH BEKEKEN
DEEL 3
KLINISCHE PSYCHOPATHOLOGIE VANUIT DSM-PERSPECTIEF EN VANUIT EEN
TRANSDIAGNOSTISCHE KIJK
3.1 DSM INVALSHOEK (STOORNISSPECIFIEK)
3.1.1 GEDRAGSPROBLEMEN
3.1.2 GEDRAGSVERSLAVING
3.1.3 STEMMINGSSTOORNISSEN (AANSLUITEND ROUW)
3.1.4 PSYCHOTRAUMA
3.1.5 ANGSTSTOORNISSEN
3.1.6 SOMATOFORME STOORNISSEN
3.1.7 PSYCHOTISCHE STOORNISSEN
3.2 TRANSDIAGNOSTISCH PERSPECTIEF
3.2.1 REPETITIEF NEGATIEF DENKEN
3.2.2 EMOTIEREGULATIE
3.2.3 EXECUTIEVE FUNCITES
3.2.4 VERSLAVING
3.2.5 EETSTOORNISSEN
3.2.6 SLAAPSTOORNISSEN
3.2.7 PERFECTIONISME
,Mano KLINISCHE PSYCHOLOGIE FASE 2 SEM 1
DEEL 1: INLEIDING ALGEMEEN KLINISCHE PSYCHOLOGIE EN
PSYCHOPATHOLOGIE
DEFINIERING
de term ‘klinisch’
- Subdiscipline
- Andere subdisciplinge
• School-pedagogische psychologie
• Arbeid en organisatie psychologie
- Grootste groep 50%
definite
- afwijkend, slecht aangepast gedrag
- Kern : psychische problemen en stoornissen
- Wat met somatische klachten? 2 meningen:
• Gezondheidsproblemen = klinische psychologie
—> vertrekt vanuit psychische stoornissen)
• Gezondheidsproblemen = gezondheid psychologie
—> vertrekt vanuit ontwikkeling, cognitieve, sociale psychologie)
Definitie hoge gezondheidsraad
“De autonome ontwikkeling en toepassing van theorieën, methoden en technieken van de
psychologie als wetenschap in de bevordering van de gezondheid, de screening, psychologische
diagnose en assessment van gezondheidsproblemen en de preventie van en interventie bij deze
problemen bij mensen.”
Definitie handboek
“De tak van de psychologie die zich bezighoudt met de beschrijving, de oorzaken en de
behandeling van psychische stoornissen om het geestelijk welzijn te bevorderen.”
Stoornissen op continium
Complexe stoornis = multidisciplinair team!
NORMAAL VERSUS ABNORMAAL
wat is afwijkend
- 3 gevelbeschrijving
• Terrein van de psychopathologie
• Wie komt ermee in aanraking
• Wanneer is iets afwijkend (opsomming van symptomen, diagnostische criteria)
Nevid: 6 factoren
1. uitzonderlijk: opvallend en onconventioneel gedrag
—> niet te strikt; uitzonderlijke sportprestatie ≠ stoornis
2. Sociaal afwijkend: het overtreden van morele normen
—>vroeger: homoseksualiteit (rekening houdend cultuur/ sociale context)
3. foute perceptie/interpretatie: irrationeel/ onbegrijpelijk gedrag
—> dingen zien die er niet zijn (stemmen, waanideeën) leidt tot afwijkend gedrag
4. Aanzienlijk emotioneel lijden
—> angst, depressie; soms enkel omgeving rondom persoon last van en persoon
in kwestie niet; denk aan Pini (gezien omstandigheden: tijdens overlijden is het niet
afwijkend)
,Mano KLINISCHE PSYCHOLOGIE FASE 2 SEM 1
5. Ongepast of contraproductief gedrag
—> dagelijks leven: niet meer kan bijdragen / functioneren
6. Gevaarlijk gedrag
—> geen zelfzorg meer; of gevaar voor andere
—> 6 mogelijke criteria om te spreken over afwijkend gedrag/stoornis (toe passen op casus)
—> niet alle 6 nodig om te spreken van afwijkend gedrag, al vanaf 1 à 2 kan er spraken van zijn
Definitie
- gaat altijd om een combinatie van factoren waarbij
• Functioneren wordt aangetast
• Er risico van dood is, pijn, verlies en vrijheid
• Veroorzaakt lijden
Definitie DSM
Een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante symptomen op
het gebied van cognitieve functies, de emotieregulatie en het gedrag van een persoon, dat een
uiting is van een disfuncties in psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten
grondslag liggen aan het psychisch functioneren. Ze gaan gepaard met een significant lijdensdruk
en beperkingen in het functioneren
Uitsluitende omstandigheden (wanneer het toch geen stoornis is)
- een te verwachten en cultureel aanvaarde reactie op een bepaalde gebeurtenis (dood)
- Langdurig deviant gedrag van politieke, religieuze of seksuele minderheden (protest bloot
bovenlijf vrouwen ≠ exhibitionisme)
- gevolg van conflict tussen individu en maatschappij (wanneer bewuste vrije keuze van
individu)
—> context is alles!
Culturele aspecten van afwijkend gedrag
- abnormaal gedrag en psychische stoornissen worden verschillend geuit in culturen
- Mogelijk andere termen of invulling voor stoornissen
- Symptomen zijn erg vergelijkend (kernsymptomen), ondanks culturele verschillen
(schizofrenie)
modellen:
1. statistisch model
- normaalverdeling menselijke eigenschappen
- abnormaliteit= extreem hooge/lage score
- Continuum = gemiddelde en standaarddeviatie
- Problemen:
• grens? Standaard deviatie?
• Niet alles is normaal verdeeld
• Geen onderscheid tussen wel/geen lijden (sportief of intelligent zou zo afwijkend kunnen
beschouwd worden)
2. Medisch model
- oorzaken van stoornissen
• Somatogeen os psychogeen
• Medisch model zegt oorzaak somatogeen
- Onderliggende mechanismen bestrijden (bloed onderzoek: medicatie)
- Grens = aantoonbare ‘ziekte’ of niet
- kritiek
• Patient is passief
• Vaak geen duidelijke onderliggende mechanisme
• Werkt stigmatisering in de hand, (dit is er aan de hand, wij gaan dit oplossen)
, Mano KLINISCHE PSYCHOLOGIE FASE 2 SEM 1
3. Leermodel
- reactie op medisch model (client is niet passief: patient verteld zelf wat er adh is)
- Stoornissen ontstaan uit verkeerd leer processen (opvoeding)
- Eigen verantwoordelijkheid, client gaat zelf aan slag
- kritiek: niet altijd bruikbaar (te zware stoornis dat bepaalde verantwoordelijkheid niet meer
aanwezig is; dan is leermodel niet van toepassing)
POPULATIE
Epidemiologisch onderzoek
- populatie
• kinderen, adoloscenten, volwassen, ouderen, gezinnen waarin abnormaal gedrag
voorkomen (niet enkel stoornissen; ook chronisch terugkerend)
- Onderzoek
• gezondheidsenqeute 2018 België
Prevalentie van psychische stoornissen
- Cijfers: 33% psychisch onwelbevinden / 18% reëele kans op psychische aandoening
- conclusie: psyscho-emotioenel toestand afgelopen decennium minder goed in vergelijking
met 2001-2008
- gevolgen
• Sociale gezondheid
• Ziekteverzuim
• Schadelijke gedragingen
• Fysieke gezondheid; medische aandoeningen
• Soms levensbedreigend door verslaving, geweld, zelfmoord
- Geslacht
• Vrouwen vatbaarder voor bepaalde stoornissen (maar niet voor zelfmoordpogingen)
- gewest
• Vlaams gewest beter in Brussel en Waals
- Sociaal- economische status
• Lagere geschoolden frequenter mentale problemen
- Leeftijd
• Gemiddeld 21 jaar ontstaan van psychische stoornis (kwetsbare groep: 18-24 jaar)
• Helft van psychische stoornissen al voor leeftijd van 17
- behandeling
• België op kopt bij gebruik van psychofarmaca
- risicofactoren
• Jongvolwassen (studenten zijn)
• Vrouwen met kinderen
• Alleen wonen of in eenoudergezin
• Sociale uitkering ontvangen en Financieele onzekerheid
Prevalantiecijfers 2020 tijdens corona