INHOUD COLLEGE
(WAT GAAN WE BEHANDELEN PER HOOFDSTUK)
1. KENNISMAKING
• Filmpje: kracht van invloed op andere mensen
• Wat waar hoe?
2. GROEPSNORMEN
• Filmpje: hoe kan het zover komen? Wie wilt er niet tot een groep behoren?)
• Gehoorzaamheid
3. PROSOCIAAL GEDRAG
• Iets goed doen voor andere
• Verklaren is niet goedkeuren
4. INTERPERSOONLIJKE PROCESSEN
• Spannen wij ons meer/ minder in naargelang in groep?
• Functioneren we anders naar gelang groep?
5. SOCIALE WAARNEMING
• Hoe kijken wij naar andere (door ervaring, indruk)
• We zien wat we willen zien
• Ik die indruk opdoe bij andere
6. GROEPS WAARNEMING
• Hoe kijken wij naar de zij (groep tegen groep)
• Stereotype, vooroordelen en discriminatie
7. ATTITUDE
• Gedrag voorspellen
• Attitude bijsturen —> gevolg: beïnvloed gedrag
,Mano Smets SOCIALE PSYCHOLOGIE FASE 1 SEM 1
1. KENNISMAKING
Obsessively social (Lewis Thomas)
- Als mens obsessief sociaal
- Andere ‘contacten’ nodig (kuddebeest)
- Sociale deprivatie (tekortkoming prikkels maatschappij)
Sociala paradox
- Hoe hard wij mensen nodig hebben maar ook hoe hard we schrik hebben van elkaar
Invloed
- Mensen beïnvloeden elkaar
1.1 STUDIEOBJECT VD SOCIALE PSYCHOLOGIE
Definitie (quote van Alport)
“wetenschappelijke studie van manier waarop gedachte, gevoelens en handelingen van
mensen beïnvloed worden door feitelijke, voorgestelde aanwezigheid van andere mensen.”
Wetenschappelijke studie
- Intuïtieve/ alledaagse kennis = gezond verstand (geen wetenschap)
- Empirische cyclus = herhaling => theorie => wetenschap
- onafhankelijke/ afhankelijke variabele
- Experiment
Gedachten, gevoelens & handelingen
- ‘a, b, c - model’ A = voelen, B= gedrag, C= denken
- Invloed op verschillende factoren
Beïnvloed worden door feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde afwezigheid van andere
- fysiek/ feitelijk (in bijzijn)
- Voorgesteld (inbeelden)
- Impliciet/ onrechtstreeks (tussenliggende factoren)
,Mano Smets SOCIALE PSYCHOLOGIE FASE 1 SEM 1
Aanvulling definitie
- Beïnvloed worden & zelf beïnvloeden
- Niet altijd bewust of intentionele invloed ??
- Breed terrein (alles = sociale psychologe met specifieke invalshoeken
1.1.2 EIGEN INVALSHOEK
Onderscheid met sociologie
- Aandacht op individu
- Onmiddellijke omgeving
Eigen plaats binnen psychologie
- Persoonlijkheidspsychologie = dispositionisten ??
- Sociale psychologie = situationisten ??
1.2 ZELFSTUDIE
1.2.1 & 1.2.2 zelfs studeren
, Mano Smets SOCIALE PSYCHOLOGIE FASE 1 SEM 1
2. GROEPSNORMEN
- Conferisme = stukje groepsnormen
- Hoe gedragen?
- Wat is normaal?
Expliciete normen
• Direct opvolgen
Impliciete normen
• Onuitgesproken ‘regels’ / normen
2.1 HOE ONSTAAN NORMEN?
2.1.1 VAN BOVENAF OPGELEGD
- Iemand met meer macht/gezag bepaald normen
- Verticale, hiërarchische structuur:
• Hogeschool
• Gezin
• Verkeer
• Religieuze organisaties
- Externe omstandigheden (noodsituatie: brand)
2.1.2 NORMEN DIE SPONTAAN ONTSTAAN IN GROEP
- Overleg en rationele besluitvorming
- spontaan, vaak onbewust
- Normen als sociaal product van sociale vergelijking
• Observeren rest van groep
• Eigen gedrag vergelijken met groep
• Gebrek aan info terug zoeken in groep
• Sociale normering = gemeenschappelijk nieuwe norm
• Sherif Turks sociale psycholoog:
Hoe doen mensen beroep in nieuwe groep?
Ambigieuze situatie