Mano Smets MENS & ORGANISATIE FASE 1 SEM 1
Veel aandacht en voorbeelden in les betekent belangrijke leerstof examen (handboek = extra)
INHOUD
1. Introductie
2. Atitudes
3. Motivatie
4. Diversiteit
5. Persoonlijkheid & waarden
6. Groepen
7. Perceptie & besluitvorming
8. Welzijn
9. Leiderschap
10. Conflicten
11. Macht
12. Organisatie cultuur
13. Teams
1. INTRODUCTIE
1.1 ORGANISATIE, WAT IS DAT?
- Samenwerking tussen 2 of meerdere mensen die werken aan bepaald doel
- Tijdelijke organisatie (bv: groepstaak)
Organisatiestructuur (taken verdelen)
- Ornogram (=schema) geeft info over organisatie
- Direct overzicht
Missie
- Wie zijn wij? Waarvoor staan we?
visie
- Waarvoor willen we gaan? (sneller, beter, sterker functioneren)
,Mano Smets MENS & ORGANISATIE FASE 1 SEM 1
Waarde
- Leidende principes (wat concreet wordt verwacht van medewerkers)
- Wil ik hier voor werken?
Stakeholders
- Iedereen die belang heeft binnen organisatie
- Verschil shareholders = aandeelhouders
Werk & prive
- Balans verbeteren = juist evenwicht
Ethischer gedrag
- Fraude / leugens?
2. ATITUDES
2.1 WAT ZIJN ATTITUDES?
- Basis verhouding tegenover dingen, mensen, gedrag en gebeurtenissen
- Stabiel —> Kan wel veranderen onder omstandigheden; wanneer je nieuwe info krijgt ->
attitude bijsturen
- Oorspronkelijk: mens = rationeel dus attitudes sturen gedrag
- Kritiek: attitudes volgen gedrag
- Conclusie: gedrag & attitudes beïnvloeden elkaar
VB
,Mano Smets MENS & ORGANISATIE FASE 1 SEM 1
2.2 COGNITIEVE DISSONANTIE
- Elke mogelijke wrijving tussen 2 of meerdere attitudes of tussen gedrag & attitude
- Impact = onaangenaam (behoefte aan rechtlijnigheid)
- Cognitieve dissonantie verminderen:
• Attitude veranderen
• Gedrag veranderen
• Verschil gedrag & attitude rationaliseren
- Wanneer verminderen?
• Belang attitude
• invloed/ controle over zaken
• Beloning van dissonantie
2.3 GEDRAG OP HET WERK
2.3.1 VERZUIM/ABSENTEÏSME
- Ziekte: ongeplande afwezigheid tijdens werkuren
- Verlof = gepland
- Geoorloofd = juridisch recht
- Ongeoorloofd = niet in recht
2.3.2 VERLOOP
- Verlaten van organisatie
2.3.3 VOORBEELDIG WERKGEDRAG/ OCH / EXTRA-ROLGEDRAG
- Vrijwillig opnemen van extra taken:
• Gericht naar organisatie (aanwezigheid op eventen)
• Gericht op individuen (zieke collega helpen)
2.3.4 ONGEWENST GEDRAG/ DEVIANT GEDRAG
- Belangrijke waarden & normen schenden (functioneren van organisatie loopt gevaar)
• Gericht organisatie (stelen, te laat komen,…)
• Gericht individu (pesten, …)
, Mano Smets MENS & ORGANISATIE FASE 1 SEM 1
2.4 ATTITUDES OP HET WERK
2.4.1 ORGANISATIE BETROKKENHEID
- Mate waarin je identificeert met organisatie
• Affectieve binding (sterkst)
= emotioneel verbonden
• Continuerende binding (zwakst)
= voordelen kosten
• Normatieve binding
= morele overweging
2.4.2 WAARGENOMEN STEUN ORGANISATIE (POS)
- Welke mate stelt je organisatie je bijdrage op prijs?
- Voorwaarde:
• Eerlijke beloningen (distributieve rechtvaardigheid)
• Inspraak besluitvorming
• Ondersteunende leidinggevende
2.4.3 WERKTEVREDENHEID/JOBTEVREDENHEID
- Mate waarin je positief gevoel hebt over werk
- Hoe in kaart brengen?
• Algemene score (‘hoe tevreden ben je?’)
• Verschillende werkfacetten in kaart brengen & samenstellen (loon, relatie collega)
• = allebei goede bevraging
- Wat maakt ons tevreden?
• Kwaliteit van het werk (plezier, uitdaging, inspraak…)
• Sociale relaties (leiding, collega)
• Loon? (tot bepaald niveau!)
- Belang tevredenheid
• Prestatie = beter
• Hogere klantentevredenheid
• Lager verzuim
• Minder ongepast gedrag
• Levenstevredenheid
Veel aandacht en voorbeelden in les betekent belangrijke leerstof examen (handboek = extra)
INHOUD
1. Introductie
2. Atitudes
3. Motivatie
4. Diversiteit
5. Persoonlijkheid & waarden
6. Groepen
7. Perceptie & besluitvorming
8. Welzijn
9. Leiderschap
10. Conflicten
11. Macht
12. Organisatie cultuur
13. Teams
1. INTRODUCTIE
1.1 ORGANISATIE, WAT IS DAT?
- Samenwerking tussen 2 of meerdere mensen die werken aan bepaald doel
- Tijdelijke organisatie (bv: groepstaak)
Organisatiestructuur (taken verdelen)
- Ornogram (=schema) geeft info over organisatie
- Direct overzicht
Missie
- Wie zijn wij? Waarvoor staan we?
visie
- Waarvoor willen we gaan? (sneller, beter, sterker functioneren)
,Mano Smets MENS & ORGANISATIE FASE 1 SEM 1
Waarde
- Leidende principes (wat concreet wordt verwacht van medewerkers)
- Wil ik hier voor werken?
Stakeholders
- Iedereen die belang heeft binnen organisatie
- Verschil shareholders = aandeelhouders
Werk & prive
- Balans verbeteren = juist evenwicht
Ethischer gedrag
- Fraude / leugens?
2. ATITUDES
2.1 WAT ZIJN ATTITUDES?
- Basis verhouding tegenover dingen, mensen, gedrag en gebeurtenissen
- Stabiel —> Kan wel veranderen onder omstandigheden; wanneer je nieuwe info krijgt ->
attitude bijsturen
- Oorspronkelijk: mens = rationeel dus attitudes sturen gedrag
- Kritiek: attitudes volgen gedrag
- Conclusie: gedrag & attitudes beïnvloeden elkaar
VB
,Mano Smets MENS & ORGANISATIE FASE 1 SEM 1
2.2 COGNITIEVE DISSONANTIE
- Elke mogelijke wrijving tussen 2 of meerdere attitudes of tussen gedrag & attitude
- Impact = onaangenaam (behoefte aan rechtlijnigheid)
- Cognitieve dissonantie verminderen:
• Attitude veranderen
• Gedrag veranderen
• Verschil gedrag & attitude rationaliseren
- Wanneer verminderen?
• Belang attitude
• invloed/ controle over zaken
• Beloning van dissonantie
2.3 GEDRAG OP HET WERK
2.3.1 VERZUIM/ABSENTEÏSME
- Ziekte: ongeplande afwezigheid tijdens werkuren
- Verlof = gepland
- Geoorloofd = juridisch recht
- Ongeoorloofd = niet in recht
2.3.2 VERLOOP
- Verlaten van organisatie
2.3.3 VOORBEELDIG WERKGEDRAG/ OCH / EXTRA-ROLGEDRAG
- Vrijwillig opnemen van extra taken:
• Gericht naar organisatie (aanwezigheid op eventen)
• Gericht op individuen (zieke collega helpen)
2.3.4 ONGEWENST GEDRAG/ DEVIANT GEDRAG
- Belangrijke waarden & normen schenden (functioneren van organisatie loopt gevaar)
• Gericht organisatie (stelen, te laat komen,…)
• Gericht individu (pesten, …)
, Mano Smets MENS & ORGANISATIE FASE 1 SEM 1
2.4 ATTITUDES OP HET WERK
2.4.1 ORGANISATIE BETROKKENHEID
- Mate waarin je identificeert met organisatie
• Affectieve binding (sterkst)
= emotioneel verbonden
• Continuerende binding (zwakst)
= voordelen kosten
• Normatieve binding
= morele overweging
2.4.2 WAARGENOMEN STEUN ORGANISATIE (POS)
- Welke mate stelt je organisatie je bijdrage op prijs?
- Voorwaarde:
• Eerlijke beloningen (distributieve rechtvaardigheid)
• Inspraak besluitvorming
• Ondersteunende leidinggevende
2.4.3 WERKTEVREDENHEID/JOBTEVREDENHEID
- Mate waarin je positief gevoel hebt over werk
- Hoe in kaart brengen?
• Algemene score (‘hoe tevreden ben je?’)
• Verschillende werkfacetten in kaart brengen & samenstellen (loon, relatie collega)
• = allebei goede bevraging
- Wat maakt ons tevreden?
• Kwaliteit van het werk (plezier, uitdaging, inspraak…)
• Sociale relaties (leiding, collega)
• Loon? (tot bepaald niveau!)
- Belang tevredenheid
• Prestatie = beter
• Hogere klantentevredenheid
• Lager verzuim
• Minder ongepast gedrag
• Levenstevredenheid