5: TALEN IN INTERACTIE
1. NEDERLANDS ALS TWEEDE TAAL: NT2
1.1. WAT IS NT2?
‘een vreemde taal leren’ ≠ NT2
→ Vlaamse kinderen leren Frans of Engels
in een Vlaamse omgeving, waar die vreemde taal dus niet de voertaal is.
Zij leren die vreemde taal in specifieke omstandigheden: in de taalles, waar doorgaans ook de
leerkracht de vreemde taal niet als moedertaal heeft.
→ Een NT2-leerder, vb. een kind met als thuistaal het Turks dat Nederlands moet leren
in een Nederlandstalige omgeving, waar het Nederlands dus wel de voertaal is. Thuis leeft het
kind in een ‘Turkse’ wereld, op school in een Vlaamse wereld.
1.2. STADIA EEN VREEMDETAALVERWERVING
Welke stadia doorlopen anderstalige leerlingen wanneer zij op school een tweede taal verwerven?
Theoretisch model voor anderstalige nieuwkomers:
Stadium 1: ‘Stille periode’ of gewenningsfase
Stadium 2: Sociale fase of redzaamheidstaal
Stadium 3: Aanspreekbaarheidsfase of omgangstaal
Stadium 4: Taal-denkfase of leertaal
STADIUM 1: STILLE PERIODE OF GEWENNINGSFASE (WENNEN AAN DE SCHOOLWERELD EN AAN
DE TWEEDE TAAL)
Wennen aan de schoolwereld en aan de taal
Passieve kennis van de tweede taal
Vertrouwd raken met de klanken = veel luisteren (en met ons schriftsysteem)
→ Zorgen voor een veilig klasklimaat
→ Praatbehoefte uitlokken
STADIUM 2: SOCIALE FASE OF REDZAAMHEID
Besef: 2de taal nodig om zich te redden, om contact te maken, om dingen te kunnen vragen
Eenvoudig taalgebruik (‘mijn beurt’, ‘mama komt zo’ ‘ik klaar’)
Eenvoudige schriftelijke boodschappen lezen
1
, STADIUM 3: AANSPREEKBAARHEIDSFASE OF OMGANGSTAAL
Taal is geen belemmering meer voor sociale contacten met lln
Begrijpt de meeste uitingen van leerkracht en leerlingen (mits ondersteuning)
Reageert op eenvoudige vragen en opdrachten (mondeling en schriftelijk)
STADIUM 4: TAAL-DENKFASE OF LEERTAAL
Uitdrukken verleden/heden/toekomst
Werkelijkheid ordenen (groter dan/kleiner dan), beschrijven en verklaren
Hoeveelheidswoorden, vergelijkingen, relaties en verbanden…
Abstracte begrippen
Schriftelijke boodschappen lezen over abstracte onderwerpen (met ondersteuning)
Schriftelijk reageren op vragen en opdrachten
VOORGEZETTE TAALONTWIKKELING
TAALVERWERVINGSTHEORIEËN: HOE VERWERVEN KINDEREN TAAL?
1: IMITATIETHEORIE EN TRANSFER (BEHAVIORISME)
o Je leert de tweede taal door imitatie
o De eerste taal heeft een grote invloed op de tweede taal; de uitspraak van de eerste taal is vaak te
horen op de tweede taal
o Interferentie = het maken van fouten onder invloed van de eerste taal
Deze opvatting hield niet lang stand: taalleerders imiteren niet domweg hun omgeving, imitatie speelt wel een
rol!
2
1. NEDERLANDS ALS TWEEDE TAAL: NT2
1.1. WAT IS NT2?
‘een vreemde taal leren’ ≠ NT2
→ Vlaamse kinderen leren Frans of Engels
in een Vlaamse omgeving, waar die vreemde taal dus niet de voertaal is.
Zij leren die vreemde taal in specifieke omstandigheden: in de taalles, waar doorgaans ook de
leerkracht de vreemde taal niet als moedertaal heeft.
→ Een NT2-leerder, vb. een kind met als thuistaal het Turks dat Nederlands moet leren
in een Nederlandstalige omgeving, waar het Nederlands dus wel de voertaal is. Thuis leeft het
kind in een ‘Turkse’ wereld, op school in een Vlaamse wereld.
1.2. STADIA EEN VREEMDETAALVERWERVING
Welke stadia doorlopen anderstalige leerlingen wanneer zij op school een tweede taal verwerven?
Theoretisch model voor anderstalige nieuwkomers:
Stadium 1: ‘Stille periode’ of gewenningsfase
Stadium 2: Sociale fase of redzaamheidstaal
Stadium 3: Aanspreekbaarheidsfase of omgangstaal
Stadium 4: Taal-denkfase of leertaal
STADIUM 1: STILLE PERIODE OF GEWENNINGSFASE (WENNEN AAN DE SCHOOLWERELD EN AAN
DE TWEEDE TAAL)
Wennen aan de schoolwereld en aan de taal
Passieve kennis van de tweede taal
Vertrouwd raken met de klanken = veel luisteren (en met ons schriftsysteem)
→ Zorgen voor een veilig klasklimaat
→ Praatbehoefte uitlokken
STADIUM 2: SOCIALE FASE OF REDZAAMHEID
Besef: 2de taal nodig om zich te redden, om contact te maken, om dingen te kunnen vragen
Eenvoudig taalgebruik (‘mijn beurt’, ‘mama komt zo’ ‘ik klaar’)
Eenvoudige schriftelijke boodschappen lezen
1
, STADIUM 3: AANSPREEKBAARHEIDSFASE OF OMGANGSTAAL
Taal is geen belemmering meer voor sociale contacten met lln
Begrijpt de meeste uitingen van leerkracht en leerlingen (mits ondersteuning)
Reageert op eenvoudige vragen en opdrachten (mondeling en schriftelijk)
STADIUM 4: TAAL-DENKFASE OF LEERTAAL
Uitdrukken verleden/heden/toekomst
Werkelijkheid ordenen (groter dan/kleiner dan), beschrijven en verklaren
Hoeveelheidswoorden, vergelijkingen, relaties en verbanden…
Abstracte begrippen
Schriftelijke boodschappen lezen over abstracte onderwerpen (met ondersteuning)
Schriftelijk reageren op vragen en opdrachten
VOORGEZETTE TAALONTWIKKELING
TAALVERWERVINGSTHEORIEËN: HOE VERWERVEN KINDEREN TAAL?
1: IMITATIETHEORIE EN TRANSFER (BEHAVIORISME)
o Je leert de tweede taal door imitatie
o De eerste taal heeft een grote invloed op de tweede taal; de uitspraak van de eerste taal is vaak te
horen op de tweede taal
o Interferentie = het maken van fouten onder invloed van de eerste taal
Deze opvatting hield niet lang stand: taalleerders imiteren niet domweg hun omgeving, imitatie speelt wel een
rol!
2