Afp deel 2 leerdoelen spieren
3.1 spieren
Spieren
Spieren hebben verschillende functies:
- Ze zorgen ervoor dat je lichaam kan bewegen, zodat je kan lopen
- Ze zorgen ervoor dat je lichaam kan fixeren, zodat je rechtop kan zitten of staan
- Ze zorgen ervoor dat je organen zijn beschermd
Spierstelsel
Het spierstelsel bestaat uit dwarsgestreept
spierweefsel.
Deze spieren noem je ook wel willekeurige spieren.
Ze zijn opgebouwd uit dwarsgestreepte spiervezels.
Deze spiervezels worden omgeven door een
bindweefsel en vormen samen een spierbundel.
Om verschillende spierbundels ligt ook weer
bindweefsel, dit noem je spierfascie of spierschede.
Deze spierschede loopt uit in een pees.
Alle spierbundels samen vormen een spier.
Het begin van een spier noem je de spier
oorsprong of origo.
Deze zit vaak aan een bot wat je helemaal niet kunt
bewegen.
Het einde van een spier noem je de spieraanhechting of insertio.
Deze zit aan een meer bewegelijk bot.
Een spier is vaak weinig tot niet bewegelijk op de plek van de oorsprong en aanhechting.
Deze plaatsen bestaan namelijk uit vast bindweefsel, de pezen.
Bevestiging aan het lichaam
De skeletspieren zitten zowel aan de oorsprong als aan de aanhechting aan het skelet vast, met
behulp van pezen en peesbladen.
Spieren in het gezicht noem je de mimische spieren.
Deze kunnen ook aan het skelet vastzitten met pezen en peesbladen.
Daarnaast kunnen mimische spieren aan de huid bevestigd zijn met bindweefselvezels.
Een pees verbindt een spier met een bot en brengt spierkracht over op het skelet.
, Pezen verdragen meer kracht dan een spier maar kunnen zichzelf niet samentrekken.
Een peesblad is een brede platte pees.
Pezen en peesbladen bestaan uit bindweefsel met collagene vezels die doorlopen in de spierschede.
Om de pees heen ligt een dubbele bindweefselkoker, deze noem je de peesschede.
De binnenkant van de peesschede is glad en slijmerig, hierdoor kan de pees zich makkelijker in de
koker bewegen.
Mimische spieren bepalen je gezichtsuitdrukking.
Deze uitdrukking noem je de mimiek.
De meeste mimische spieren ontspringen aan een beenstuk door middel van een pees, maar zijn met
elastische bindweefselvezels aan de huid gehecht.
Voorbeeld van een mimische spier is de jukbeen.
Deze spier beweegt zich van de aanhechting naar de oorsprong.
Sommige mimische spieren zijn zowel aan de oorsprong als aanhechting bevestigd aan de huid.
Deze spieren noem je huidspieren.
Een voorbeeld hiervan is de mondkringspier.
veel mimische spieren zitten op meerdere plekken aan het bindweefsel aan de huid vast.
Mimische spieren kunnen ook via peesbladen aan de schedel verbonden zijn.
Een voorbeeld hiervan is de voorhoofdspier.
Deze spier ontspringt aan het schedelpeesblad en zit vast aan de huid van de wenkbrauwen en aan
de huid van de neuswortel.
Spiervormen
3.1 spieren
Spieren
Spieren hebben verschillende functies:
- Ze zorgen ervoor dat je lichaam kan bewegen, zodat je kan lopen
- Ze zorgen ervoor dat je lichaam kan fixeren, zodat je rechtop kan zitten of staan
- Ze zorgen ervoor dat je organen zijn beschermd
Spierstelsel
Het spierstelsel bestaat uit dwarsgestreept
spierweefsel.
Deze spieren noem je ook wel willekeurige spieren.
Ze zijn opgebouwd uit dwarsgestreepte spiervezels.
Deze spiervezels worden omgeven door een
bindweefsel en vormen samen een spierbundel.
Om verschillende spierbundels ligt ook weer
bindweefsel, dit noem je spierfascie of spierschede.
Deze spierschede loopt uit in een pees.
Alle spierbundels samen vormen een spier.
Het begin van een spier noem je de spier
oorsprong of origo.
Deze zit vaak aan een bot wat je helemaal niet kunt
bewegen.
Het einde van een spier noem je de spieraanhechting of insertio.
Deze zit aan een meer bewegelijk bot.
Een spier is vaak weinig tot niet bewegelijk op de plek van de oorsprong en aanhechting.
Deze plaatsen bestaan namelijk uit vast bindweefsel, de pezen.
Bevestiging aan het lichaam
De skeletspieren zitten zowel aan de oorsprong als aan de aanhechting aan het skelet vast, met
behulp van pezen en peesbladen.
Spieren in het gezicht noem je de mimische spieren.
Deze kunnen ook aan het skelet vastzitten met pezen en peesbladen.
Daarnaast kunnen mimische spieren aan de huid bevestigd zijn met bindweefselvezels.
Een pees verbindt een spier met een bot en brengt spierkracht over op het skelet.
, Pezen verdragen meer kracht dan een spier maar kunnen zichzelf niet samentrekken.
Een peesblad is een brede platte pees.
Pezen en peesbladen bestaan uit bindweefsel met collagene vezels die doorlopen in de spierschede.
Om de pees heen ligt een dubbele bindweefselkoker, deze noem je de peesschede.
De binnenkant van de peesschede is glad en slijmerig, hierdoor kan de pees zich makkelijker in de
koker bewegen.
Mimische spieren bepalen je gezichtsuitdrukking.
Deze uitdrukking noem je de mimiek.
De meeste mimische spieren ontspringen aan een beenstuk door middel van een pees, maar zijn met
elastische bindweefselvezels aan de huid gehecht.
Voorbeeld van een mimische spier is de jukbeen.
Deze spier beweegt zich van de aanhechting naar de oorsprong.
Sommige mimische spieren zijn zowel aan de oorsprong als aanhechting bevestigd aan de huid.
Deze spieren noem je huidspieren.
Een voorbeeld hiervan is de mondkringspier.
veel mimische spieren zitten op meerdere plekken aan het bindweefsel aan de huid vast.
Mimische spieren kunnen ook via peesbladen aan de schedel verbonden zijn.
Een voorbeeld hiervan is de voorhoofdspier.
Deze spier ontspringt aan het schedelpeesblad en zit vast aan de huid van de wenkbrauwen en aan
de huid van de neuswortel.
Spiervormen