Samenvatting maatschappelijk- sensitieve zorg
1. Stigma:
Één van de eerste sociologen die rond stigmatisering geschreven heeft, heeft dit
gedaan rond mensen met een gelaatsafwijking.
Vandaag de dag wordt er nog steeds vaak over gesproken in de geestelijke
gezondheidszorg.
Wat is het?
Een persoon die één kenmerk, één eigenschap, een attribuut heeft. Deze
dingen wijken een beetje af van wat de andere mensen in de samenleving als
normaal bezien.
Omwille van dit ene kenmerk gaat deze persoon negatief veroordeeld,
buitengesloten worden.
Het is dus een vooroordeel waarin dat één iemand in negatieve zin wordt
onderscheiden van anderen omwille van één kenmerk.
Discriminatie kan een gevolg zijn van stigma.
Het gaat ook breder, het gaat niet alleen om bepaalde kenmerken maar ook over
groepen bv. ‘arbeiders’.
Het stigma is niet noodzakelijk altijd en overal een reden voor afwijzing.
Types?
Publieke stigma
o Mensen in de samenleving sluiten iemand omwille van één kenmerk
buiten
Zelfstigma (= gevolg van publieke stigma)
o De persoon die het kenmerk heeft gaat van zichzelf ook denken dat
hij/zij minderwaardig is
Structureel stigma
o Stigmatisering wordt verankerd in wetgeving en regelgeving bv.
regelgeving in Qatar over homoseksualiteit
Associatief stigma
o Familieleden van iemand met een stigma gaan zichzelf ook
minderwaardig voelen
Gevolgen?
Angst
Werkloosheid, inkomensverlies
Een klein sociaal netwerk
Een lage zelfachting
Een geringe kwaliteit van leven
Depressieve symptomen
Demoralisatie en vermijden van professionele hulp
Tevens zijn deze negatieve gevolgen van stigma risicofactoren voor
suïcidaliteit
1
1. Stigma:
Één van de eerste sociologen die rond stigmatisering geschreven heeft, heeft dit
gedaan rond mensen met een gelaatsafwijking.
Vandaag de dag wordt er nog steeds vaak over gesproken in de geestelijke
gezondheidszorg.
Wat is het?
Een persoon die één kenmerk, één eigenschap, een attribuut heeft. Deze
dingen wijken een beetje af van wat de andere mensen in de samenleving als
normaal bezien.
Omwille van dit ene kenmerk gaat deze persoon negatief veroordeeld,
buitengesloten worden.
Het is dus een vooroordeel waarin dat één iemand in negatieve zin wordt
onderscheiden van anderen omwille van één kenmerk.
Discriminatie kan een gevolg zijn van stigma.
Het gaat ook breder, het gaat niet alleen om bepaalde kenmerken maar ook over
groepen bv. ‘arbeiders’.
Het stigma is niet noodzakelijk altijd en overal een reden voor afwijzing.
Types?
Publieke stigma
o Mensen in de samenleving sluiten iemand omwille van één kenmerk
buiten
Zelfstigma (= gevolg van publieke stigma)
o De persoon die het kenmerk heeft gaat van zichzelf ook denken dat
hij/zij minderwaardig is
Structureel stigma
o Stigmatisering wordt verankerd in wetgeving en regelgeving bv.
regelgeving in Qatar over homoseksualiteit
Associatief stigma
o Familieleden van iemand met een stigma gaan zichzelf ook
minderwaardig voelen
Gevolgen?
Angst
Werkloosheid, inkomensverlies
Een klein sociaal netwerk
Een lage zelfachting
Een geringe kwaliteit van leven
Depressieve symptomen
Demoralisatie en vermijden van professionele hulp
Tevens zijn deze negatieve gevolgen van stigma risicofactoren voor
suïcidaliteit
1