Inleiding
C → computerized
N → numerical
C → control
Voordelen: hoge capaciteit, flexibiliteit
Nadelen: hoge prijzen, onderhoud
CNC-machines (Types)
1. NC-instelbare productiemachines
→ programmeren via machine besturing
vb: frees, paneelzaag,…
2. CNC-instelbare productiemachines
→ machine kan zelf berekeningen maken en instellen
Vb: kantenbandmachine
3. CNC-gestuurde productiemachines
→ positionering en beweging tijdens het bewerken wordt computer gestuurd
Vb: standaard cnc-machine
4. Bewerkingscentra INDUSTRIE 4.0
→ koppeling van machines achter elkaar (automatisch), programmeren via machine besturing
Vb: straat van verschillende machines achter elkaar
Werkbereik
Invloed: lengte gereedschap, soort machine, manier van opspannen, vorm van de klemmen
Zwanenhalsconstructie: 1 punt waarop het rust
Portaalconstructie: veel minder trillingen, zwaarder
1
, Gereedschapsopname
2 soorten: SK gereedschapsopname → minder nauwkeurig, vast gegrepen aan de kop
HSK gereedschapsopname → vast geklemd in de binnenkant, konisch
Manieren gereedschap opspannen
1. Spantanghouder → zijkant is konisch, door vast draaien zal gereedschap vastklemmen
2. Hydro gereedschapshouder → door vet te persen wordt gereedschap vastgeklemd, nauwkeurig
3. Thermische gereedschapshouder → Door opwarmen past gereedschap in houder, daarna
wordt het afgekoeld. Heel nauwkeurig
4. Mechanische gereedschapshouder → Binnenkant is driehoekig, door druk te zetten op de
houder wordt deze cirkelvormig. Gereedschap kan erin geplaatst worden, daarna wordt de druk
weer weggehaald. Heel nauwkeurig
Boren vast klemmen
1. Kliksysteem → vaste lengte
2. Met spanschroef → platte kant voorkomt losdraaien, minder nauwkeurig, zelf hoogte bepalen
3. Met schroefdraad → draai zichzelf vast, vaste lengte
Gereedschapswisselaars
1. Gereedschaprevolver → school
2. Trommel wisselaar
3. Lineaire wisselaar → vast op een rijtje
4. Ketting wisselaar → veel gereedschappen
5. Ophaalprincipe
6. Dubbelarm-principe → met tussenarm
2