Les 7: somatische sensibiliteit
⇒ schema geeft functionele bouwblokken
van CZS weer
Sensorisch systeem
- Interoceptie = sensibiliteit van de
viscerale (inwendig) organen = prikkels
van binnen in lichaam
- Exteroceptie = oppervlakte sensibiliteit
- Proprioceptie = diepte sensibiliteit
exteroceptie en proprioceptie ⇒ vormen
somatosensibel systeem
Algemene hiërarchische opbouw ( vaste anatomische organisatie)
1ste sensorisch neuron
= perifeer neuron
⇒ zorgt voor prikkeloverdracht receptor → naar
ruggenmerg/hersenstam
2de sensorisch neuron
= spinale ascenderende banen
⇒ zorgt voor prikkeloverdracht → richting
thalamus
3de sensorisch neuron
= thalamocorticale projectie
⇒ van thalamus → naar somatosensorische cortex
Exteroceptie: 1e sensorisch neuron
HUID registreert: druk, aanraking, fijne tastzin, vibratie, temperatuur en pijn (verschillende
soorten stimuli)
receptoren die deze verschillende prikkels kunnen registreren:
1. Mechanoreceptoren (aanraking, druk, vribratie)
2. Thermoreceptoren (warmte of koude)
3. Nociceptoren (= pijnreceptoren)
→ wordt mogelijk gemaakt doordat er rond de dendrieten niet neuronale cellen
(vb: endotheelcellen of Schwanncellen) geëvolueerd zijn tot bijzondere eind
structuren
= corpusculaire eindorganen ( maken het mogelijk om bepaald soort stimulus te capteren)
→ bepaalde stimuli, zoals pijn, worden door vrije zenuwuiteinden gecapteerd
, Exteroceptie: mechanoreceptoren
Tastcel of schijf van Merkel - Schijfvormige/ afgeplatte structuren, endotheelcel
(diameter 10-15µm) - Oppervlakkig op de huid terug te vinden: op grens epidermis –
dermis, in clusters
- Terug te vinden op behaarde en ongehaarde huid
- Registreren druk, lichte aanraking ( daarom oppervlakkig op
huid)
- vb: zachte harige vel van perzik kunnen voelen
Tastlichaampjes van Meissner - Registreren aanraking
( diameter 40-60 µm) - vooral voor veranderingen in vorm en textuur
- 4x gevoeliger dan Merkelcellen
- in dermis (net onder epidermis) = dieper in de huid
- hoogste densiteit in dikke, onbehaarde huid
- maken het mogelijk dat wij iets op basis van tast gaan
herkennen
Tastlichaampjes of cilinders - Dieper in dermis
van Ruffini (diameter 1-3 µm) - Cilindrische vorm die parallel met de huid gelegen is
- Gevormd door collageenvezels + gemodificeerde Schwanncell
⇒ vormen een met vloeistofgevulde capsule
- Prikkeling door stevige druk, verandering spanning in huid (=
stretch receptoren)
- uitrekken van de huid (daarom liggen ze parallel met de
huid, want ze gaan mee uitrekken en zo stimulatie van de
zenuwvezel die hierin vervat zit ontvangen)
+ rol in thermoreceptie
Lichaampjes van Vater-Pacini - Tot 2 mm lang
(diameter 1 mm) - 20-70 lagen concentrisch gerangschikte lamellen (=
gemodificeerde Schwanncel)
- Registreren vibraties (en druk)
- veel grotere druk dan voorgaande
- we vinden ze terug in subcutis (= onderhuid = veel dieper),
periost (beenvlies), gewrichten, oppervlak van pezen en fascies
variatie in:
- Grootte receptief veld (= huidoppervlak waarin tactiele waarneming
verzorgd wordt door 1 enkele receptor)
- Snelheid adaptatie vuurfrequentie (= aanpassingssnelheid/ hoe snel of
hoe lang ze blijven reageren door het produceren van AP op een
aanwezige sensorische prikkel
- trage receptoren = tonische: waarnemen van
stretch, thermoreceptoren, proprioceptoren
- snelle receptoren: waarneming textuur en trilligen
⇒ schema geeft functionele bouwblokken
van CZS weer
Sensorisch systeem
- Interoceptie = sensibiliteit van de
viscerale (inwendig) organen = prikkels
van binnen in lichaam
- Exteroceptie = oppervlakte sensibiliteit
- Proprioceptie = diepte sensibiliteit
exteroceptie en proprioceptie ⇒ vormen
somatosensibel systeem
Algemene hiërarchische opbouw ( vaste anatomische organisatie)
1ste sensorisch neuron
= perifeer neuron
⇒ zorgt voor prikkeloverdracht receptor → naar
ruggenmerg/hersenstam
2de sensorisch neuron
= spinale ascenderende banen
⇒ zorgt voor prikkeloverdracht → richting
thalamus
3de sensorisch neuron
= thalamocorticale projectie
⇒ van thalamus → naar somatosensorische cortex
Exteroceptie: 1e sensorisch neuron
HUID registreert: druk, aanraking, fijne tastzin, vibratie, temperatuur en pijn (verschillende
soorten stimuli)
receptoren die deze verschillende prikkels kunnen registreren:
1. Mechanoreceptoren (aanraking, druk, vribratie)
2. Thermoreceptoren (warmte of koude)
3. Nociceptoren (= pijnreceptoren)
→ wordt mogelijk gemaakt doordat er rond de dendrieten niet neuronale cellen
(vb: endotheelcellen of Schwanncellen) geëvolueerd zijn tot bijzondere eind
structuren
= corpusculaire eindorganen ( maken het mogelijk om bepaald soort stimulus te capteren)
→ bepaalde stimuli, zoals pijn, worden door vrije zenuwuiteinden gecapteerd
, Exteroceptie: mechanoreceptoren
Tastcel of schijf van Merkel - Schijfvormige/ afgeplatte structuren, endotheelcel
(diameter 10-15µm) - Oppervlakkig op de huid terug te vinden: op grens epidermis –
dermis, in clusters
- Terug te vinden op behaarde en ongehaarde huid
- Registreren druk, lichte aanraking ( daarom oppervlakkig op
huid)
- vb: zachte harige vel van perzik kunnen voelen
Tastlichaampjes van Meissner - Registreren aanraking
( diameter 40-60 µm) - vooral voor veranderingen in vorm en textuur
- 4x gevoeliger dan Merkelcellen
- in dermis (net onder epidermis) = dieper in de huid
- hoogste densiteit in dikke, onbehaarde huid
- maken het mogelijk dat wij iets op basis van tast gaan
herkennen
Tastlichaampjes of cilinders - Dieper in dermis
van Ruffini (diameter 1-3 µm) - Cilindrische vorm die parallel met de huid gelegen is
- Gevormd door collageenvezels + gemodificeerde Schwanncell
⇒ vormen een met vloeistofgevulde capsule
- Prikkeling door stevige druk, verandering spanning in huid (=
stretch receptoren)
- uitrekken van de huid (daarom liggen ze parallel met de
huid, want ze gaan mee uitrekken en zo stimulatie van de
zenuwvezel die hierin vervat zit ontvangen)
+ rol in thermoreceptie
Lichaampjes van Vater-Pacini - Tot 2 mm lang
(diameter 1 mm) - 20-70 lagen concentrisch gerangschikte lamellen (=
gemodificeerde Schwanncel)
- Registreren vibraties (en druk)
- veel grotere druk dan voorgaande
- we vinden ze terug in subcutis (= onderhuid = veel dieper),
periost (beenvlies), gewrichten, oppervlak van pezen en fascies
variatie in:
- Grootte receptief veld (= huidoppervlak waarin tactiele waarneming
verzorgd wordt door 1 enkele receptor)
- Snelheid adaptatie vuurfrequentie (= aanpassingssnelheid/ hoe snel of
hoe lang ze blijven reageren door het produceren van AP op een
aanwezige sensorische prikkel
- trage receptoren = tonische: waarnemen van
stretch, thermoreceptoren, proprioceptoren
- snelle receptoren: waarneming textuur en trilligen