Inleiding recht
Goederenrecht
Verbintenissenrecht: Contractuele juridische relatie tussen twee of meer (rechts)personen
waarbij de ene ten opzicht van de andere een verplichting heeft om iets te doen, na te laten
of te geven.
Goederenrecht: juridische relatie tussen een persoon en een goed.
Wat is een absoluut recht? → Een absoluut recht geldt ten opzichte van iedereen
● Voorbeeld: Heeft de koper het goed in bezit, dan is hij de eigenaar. Zijn
eigendomsrecht geldt nu tegenover iedereen.
Wat is een relatief recht? → Een relatief recht geldt alleen tegenover een (rechts)persoon.
● Voorbeeld: Als iemand iets koopt, geldt de verbintenis om te betalen en te leveren
alleen tussen de koper en de verkoper (relatief recht)
Wat is een goed? → Alle zaken en vermogensrechten
Wat is een zaak? → Voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten
Wat is een onroerende zaak? → Alle objecten die vast zitten aan de grond
Wat is een roerende zaak? → Zaken die te verplaatsen zijn
Wat is een vermogensrecht? → Alle rechten die in geld zijn om te zetten (Op geld te
waarderen zijn)
Wat is een registergoed? → Een goed waarvan de overdracht of bezwaring moet worden
ingeschreven in de openbare registers (kadaster)
Een rechtshandeling is een feitelijke handeling van iemand waarmee hij juridisch iets wil
bereiken. Dit vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft
geopenbaard
De wil kan gebrekkig zijn:
1. Bedreiging
- Er is sprake van bedreiging wanneer iemand een rechtshandeling verricht
terwijl hij of een ander op een onrechtmatige wijze met enig nadeel bedreigd
wordt. Het begrip bedreiging is geobjectiveerd: losgekoppeld van het gevoel
van de specifieke persoon die bedreigd wordt
2. Bedrog
- Er is sprake van bedrog als iemand een andere tot het verrichten van een
rechtshandeling aanzet door het doen van onjuiste mededelingen of het
verzwijgen van informatie waarvan hij weet dat de wederpartij daarbij belang
heeft.
3. Misbruik van omstandigheden
- Iemand maakt misbruik van de situatie van een ander om er zelf een voordeel
uit te halen
4. Dwaling
- Onjuiste voorstelling van zaken, het mag niet gaan om een
toekomstverwachting.
Goederenrecht
Verbintenissenrecht: Contractuele juridische relatie tussen twee of meer (rechts)personen
waarbij de ene ten opzicht van de andere een verplichting heeft om iets te doen, na te laten
of te geven.
Goederenrecht: juridische relatie tussen een persoon en een goed.
Wat is een absoluut recht? → Een absoluut recht geldt ten opzichte van iedereen
● Voorbeeld: Heeft de koper het goed in bezit, dan is hij de eigenaar. Zijn
eigendomsrecht geldt nu tegenover iedereen.
Wat is een relatief recht? → Een relatief recht geldt alleen tegenover een (rechts)persoon.
● Voorbeeld: Als iemand iets koopt, geldt de verbintenis om te betalen en te leveren
alleen tussen de koper en de verkoper (relatief recht)
Wat is een goed? → Alle zaken en vermogensrechten
Wat is een zaak? → Voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten
Wat is een onroerende zaak? → Alle objecten die vast zitten aan de grond
Wat is een roerende zaak? → Zaken die te verplaatsen zijn
Wat is een vermogensrecht? → Alle rechten die in geld zijn om te zetten (Op geld te
waarderen zijn)
Wat is een registergoed? → Een goed waarvan de overdracht of bezwaring moet worden
ingeschreven in de openbare registers (kadaster)
Een rechtshandeling is een feitelijke handeling van iemand waarmee hij juridisch iets wil
bereiken. Dit vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft
geopenbaard
De wil kan gebrekkig zijn:
1. Bedreiging
- Er is sprake van bedreiging wanneer iemand een rechtshandeling verricht
terwijl hij of een ander op een onrechtmatige wijze met enig nadeel bedreigd
wordt. Het begrip bedreiging is geobjectiveerd: losgekoppeld van het gevoel
van de specifieke persoon die bedreigd wordt
2. Bedrog
- Er is sprake van bedrog als iemand een andere tot het verrichten van een
rechtshandeling aanzet door het doen van onjuiste mededelingen of het
verzwijgen van informatie waarvan hij weet dat de wederpartij daarbij belang
heeft.
3. Misbruik van omstandigheden
- Iemand maakt misbruik van de situatie van een ander om er zelf een voordeel
uit te halen
4. Dwaling
- Onjuiste voorstelling van zaken, het mag niet gaan om een
toekomstverwachting.