Naam, klas
,Inhoudsopgave
Week 1............................................................................................................................................................. 3
OWG................................................................................................................................................................ 3
Introcollege acute zorg........................................................................................................................14
College hartinfarct...............................................................................................................................14
College introductie algemene medicijngroepen..................................................................................17
Flitscollege verpleegkundig gebruik farmacotherapeutisch kompas...................................................18
College introductie praktijkonderzoek................................................................................................19
SRV......................................................................................................................................................21
Week 2........................................................................................................................................................... 23
OWG.............................................................................................................................................................. 23
College ASS..........................................................................................................................................28
Week 3........................................................................................................................................................... 29
OWG.............................................................................................................................................................. 29
College acute verwardheid..................................................................................................................35
College praktijkonderzoek...................................................................................................................38
College wettelijke kaders.....................................................................................................................42
College tuchtraad................................................................................................................................44
Week 4........................................................................................................................................................... 47
OWG.............................................................................................................................................................. 47
College suïcidaliteit vanuit verpleegkundig en psychologisch perspectief..........................................56
College stemmingsstoornissen/ bipolaire stoornis..............................................................................59
College praktijkonderzoek...................................................................................................................63
Week 5........................................................................................................................................................... 64
OWG.............................................................................................................................................................. 64
College kind en ziekenhuis..................................................................................................................73
College Acute buik, shock....................................................................................................................78
Week 6........................................................................................................................................................... 79
2
,OWG.............................................................................................................................................................. 79
College pijnbestrijding.........................................................................................................................86
College vp rekenen..............................................................................................................................88
Week 7.......................................................................................................................................................... 88
OWG.............................................................................................................................................................. 88
College psychologie, gezond blijven..................................................................................................100
College vooroordelen in de zorg........................................................................................................103
College normale zwangerschap.........................................................................................................104
Week 1
OWG
1. De student kan volgens het format AZ uitleggen wat het ziektebeeld hartinfarct is en
uitwerken.
Hartinfarct
1. Welk (deel van een) orgaansysteem is door de aandoening ‘getroffen?’
Bij een hartinfrct is het tractus circulatorius ofwel het hart- en vaatstelsel. Een
hartinfarct valt onder de ischemische/coronaire hartziekten. Hierbij worden de
coronairarterien belemmerd waardoor het myocard beschadigd.
3. In wel opzicht verschilt de bouw van het aangedane orgaansysteem van de bouw van
het gezonde orgaansysteem? (dat wil zeggen: bepaal het pathofysiologisch substraat
van het ziektebeeld)
Myocard: Hartspier
Myocardinfarct: Afsterving van weefsel ten gevolge van verstopping van een ader of
slagader. 1. Verminderde of opgeheven bloedtoevoer (of -afvoer). Aderverkalking=
slagaderverkalking. 2. Daardoor zuurstofgebrek en gebrek aan brandstoffen. 3.
Daardoor cel- en weefselbeschadiging en cel en weefselversterf (necrose).
Ischemie: afwijkingen aan de arteriën (slagaders) die de bloeddoorstroming en
daarmee de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen naar de weefsels belemmeren.
Ischemische hartziekten ofwel coronaire hartziekten: er is sprake van
myocardischemie als gevolg van een vernauwing van de coronairarterie: de
bloedstroom door de kransslagaders is verminderd, met zuurstoftekort van het
myocard tot gevolg.
4. Wat is de oorzaak van het disfunctioneren van het betreffende orgaansysteem?
De meeste coronaire hartziekten zijn het gevolg van atherosclerose in een grote of
middelgrote coronairarterie. In de overige gevallen wordt er geen artherosclerose
aangetoond. De vernauwing van de coronairarterien kan dan worden veroorzaakt door
vaatspasmen. Dit noemen we variant of prinzmetal angina. Bij vrouwen is er eerder
sprake van microvasculaire coronaire disfunctie (MCD). Hierbij zijn er wel (a)typische
klachten en ischemie van het myocard, maar kan er geen vernauwing van
3
, coronairarterien worden gevonden. De kleinste vertakkingen vsn e coronairarterien
functioneren niet goed, maar de oorzaak hiervoor is nog niet helemaal opgehelderd.
Dit bemoeilijkt ook de aanpak hiervan.
5. Welke functieverandering kan je daaruit afleiden? (dat wil zeggen: bepaal de
pathofysiologie van het ziektebeeld)
Pathofysiologische processen:
Artherosclerose (slagaderverkalking) in coronairarterie zorgt ervoor dat deze
progressief vernauwen in de loop der jaren. Wanneer een coronairarterie ernstig
vernauwd is, is ischemie het gevolg. Ischemie van het myocard zorgt voor een typisch
pijnlijk drukkend gevoel op de borst, dat soms ook te voelen is op andere plekken,
zoals in de linkerschouder/arm en kaken. De mate van ischemie is afhankelijk van de
zuurstofvraag en het zuurstofaanbod. Als de zuurstofvraag hoger is dan het aanbod
treedt pijn op, die in rust weer afneemt.
Een atheromateuze plaque in de coronairarterie kan acuut scheuren. Bij een
plaqueruptuur wordt de stolling geactiveerd en wordt de vernauwde arterie geheel of
gedeeltelijk afgesloten met een trombus. Dit veroorzaakt acute ischemie, die niet per
se gerelateerd is aan inspanning, emoties et cetera. Er treedt pijn op de borst op die
niet verdwijnt in rust. De obstructie in de coronairarterie is langdurig en de ischemie
kan overgaan in afsterven van myocardcellen, dit wordt zichtbaar op een ecg.
Een ander reden voor en vernauwing van coronairarterie zijn coronaire vasospasmen.
Deze vaatspasmen kunnen optreden in coronairarterie met en zonder artherosclerose.
Het pathofysiologisch mechanisme van vaatspasmen in niet precies bekend. Plotseling
optredende vasoconstrictie in de coronairarterie geeft ischemie met bijbehorende
pijnklachten. Coronaire vasospasmen kunnen uitgelokt worden door stress, roken
(nicotine) en drugs die vasoconstrictie stimuleren, zoals cocaïne. Vaatspasmen kunnen
langdurig zijn en dan zorgen voor necrose van myocardcellen.
6. Hoe kunnen de klachten en symptomen van het ziektebeeld vanuit de gegevens bij 2,
3 en 4 verklaard worden?
Stabiele angina pectoris (AP): is een klinisch syndroom met tijdelijke pijn op de borst,
veroorzaakt door vernauwing van coronairarterie waardoor ischemie met het myocard
optreedt. De klachten zijn voorspelbaar gerelateerd aan een verhoogde vraag naar en
een verminderd aanbod van zuurstof.
Symptomen: De klachten worden voorspelbaar uitgelokt, meestal door inspanning, duren een
aantal minuten en zakken binnen 15 minuten weer af in rust. Andere uitlokkende momenten
zijn emoties, stress, een zware maaltijd en de overgang van warmte naar kou. De klachten
kunnen een stabiel dagelijks patroon hebben, maar ook optreden met symptoomvrije
intervallen van dagen of weken. Angina pectorisklachten die onvoorspelbaar worden
uitgelokt, die toenemen in frequentie en ernst of die ook voorkomen in rust noemen we
instabiele angina pectoris.
Typische cardiale symptomen bij stabiele angina pectoris:
Een drukkende, beklemmende, oncomfortabel gevoel op de borst, niet alleen als pijn
beschreven. Deze pijn zit meestal achter het sternum, maar de locatie kan variëren.
Een gevoel van een strak aangetrokken band rondom de thorax
4