Samenvatting leerstoornissen: Ontwikkelingspsychologie
Lector: Paul Philips
Hoorcollege 1: Wat is ontwikkelingspsychologie? Babyperiode
1.1 Inleiding Ontwikkelingspsychologie
Waarom leren we over ontwikkelingspsychologie?
Inzicht in de normale ontwikkeling
Basis van behandelingsmethoden
Kernvraag van dit vak: Past dit gedrag bij de ontwikkelingsfase die dit individu doormaakt of spreken
we van een alarmsignaal?
Life-span psychologie : levenspsychologie
Leeftijdsfasen
Tot aan de volwassenheid in dit vak
1. Babyperiode
2. Peuterperiode
3. Kleuterperiode
4. Lagere school leeftijd
5. Adolescentie
Ontwikkelingsdomeinen: leeftijdsfasen loslaten en in elk domein bespreken hoe de
ontwikkeling verloopt vanaf de pasgeborene tot volwassene
1. Lichamelijke ontwikkeling
2. Motorische ontwikkeling (grove, fijne, senso- en psychomotoriek)
3. Emotionele ontwikkeling (hechting)
4. Sociale ontwikkeling
5. Taalontwikkeling
6. Cognitieve ontwikkeling
7. Identiteitsontwikkeling
8. Morele ontwikkeling
9. Tekenontwikkeling
Een kijk op ontwikkeling :
Rijping en ontwikkeling: biologisch en psychologisch => een wederzijdse beïnvloeding
o Bv. omdat ik kan kruipen, gaan fietsen, auto rijden= leer ik de wereld kennen.
, Zinloze opvoedingsacties die vooruitlopen op de rijping en ontwikkeling
o Oefeningen geven aan een kind om vaardigheden aan te leren
o Gesell: ontwikkelingsschalen= identieke tweeling
Kind 1: 6 weken leren om trap op te lopen
Kind 2: Kwam niet in aanraking met traplopen => na 2 weken kan ze het
Cijferreeksen onthouden, rekenen, lezen = te vroeg = niet nodig en gaat sneller wanneer het kind e
rijp voor is
Functie lust: kind beleeft plezier aan het verwerven van nieuwe functies => trapklimmen, rekenen….
Invloed op rijping en ontwikkeling
Intelligentie: de benutting van wat genetisch
aanwezig is
Lichamelijke kenmerken: de limieten van
onze prestaties
Basisprincipes van de ontwikkeling volgend
Gessel
1. Wet van de inter-individuele gelijke volgorde: verwerven van vaardigheden gebeurt volgend
vaste volgorde.
a. Voordat een kind leert lopen, moet het eerst leren zijn evenwicht bewaren in stand.
2. Wet van het inter-individueel verschillend tijdstip: moment waarop iemand een vaardigheid
beheert is verschillend van individu tot individu
a. Sommige kinderen kunnen lopen aan 9 maand, anderen pas op 18 maand of nog
later.
, BABYPERIODE
1.2 Babyperiode inleiding
Baby : 0 maand tot 12/18 maand.
We spreken van een baby zolang het kind nog niet loopt. Het groei – en ontwikkelingstempo is heel
hoog, vooral de lichamelijke en motorische ontwikkeling
Geboorte: de mens als zoogdier wordt(te) vroeg geboren
Hersenen onvoldoende ontwikkeld
Meer tijd nodig tot aan de zelfstandigheid
Geboortekanaal onvoldoende aangepast
Lange “zoogtijd”: hulpeloos, huilen als enig communicatiemiddel. Eiwitgehalte is laag + duur van de
zoogtijd
Eiwitgehalte in de moedermelk: moeder moet in de gaten houden wanneer de baby honger heeft.
1.3 Lichamelijke ontwikkeling
Gedrag (reflexen)
Zintuigen
Fysieke groei
Gedrag (reflexen) :
Slaapt 2/3de van de tijd
Reflexen = een onwillekeurige reactie op bepaalde prikkels
o Blijvende = pupilreflex, oogknipperreflex, kniepeesreflex, ...
o Voorbijgaande reflexen = babyreacties
Voorbijgaande/primitieve reflexen:
De snuffel-of zoekreflex
De zuigreflex
De grijpreflex
De asymmetrische tonische nekreflex
De moro-reflex
De stap-of loopreflex
De kruipreflex
De zwemreflex
Lector: Paul Philips
Hoorcollege 1: Wat is ontwikkelingspsychologie? Babyperiode
1.1 Inleiding Ontwikkelingspsychologie
Waarom leren we over ontwikkelingspsychologie?
Inzicht in de normale ontwikkeling
Basis van behandelingsmethoden
Kernvraag van dit vak: Past dit gedrag bij de ontwikkelingsfase die dit individu doormaakt of spreken
we van een alarmsignaal?
Life-span psychologie : levenspsychologie
Leeftijdsfasen
Tot aan de volwassenheid in dit vak
1. Babyperiode
2. Peuterperiode
3. Kleuterperiode
4. Lagere school leeftijd
5. Adolescentie
Ontwikkelingsdomeinen: leeftijdsfasen loslaten en in elk domein bespreken hoe de
ontwikkeling verloopt vanaf de pasgeborene tot volwassene
1. Lichamelijke ontwikkeling
2. Motorische ontwikkeling (grove, fijne, senso- en psychomotoriek)
3. Emotionele ontwikkeling (hechting)
4. Sociale ontwikkeling
5. Taalontwikkeling
6. Cognitieve ontwikkeling
7. Identiteitsontwikkeling
8. Morele ontwikkeling
9. Tekenontwikkeling
Een kijk op ontwikkeling :
Rijping en ontwikkeling: biologisch en psychologisch => een wederzijdse beïnvloeding
o Bv. omdat ik kan kruipen, gaan fietsen, auto rijden= leer ik de wereld kennen.
, Zinloze opvoedingsacties die vooruitlopen op de rijping en ontwikkeling
o Oefeningen geven aan een kind om vaardigheden aan te leren
o Gesell: ontwikkelingsschalen= identieke tweeling
Kind 1: 6 weken leren om trap op te lopen
Kind 2: Kwam niet in aanraking met traplopen => na 2 weken kan ze het
Cijferreeksen onthouden, rekenen, lezen = te vroeg = niet nodig en gaat sneller wanneer het kind e
rijp voor is
Functie lust: kind beleeft plezier aan het verwerven van nieuwe functies => trapklimmen, rekenen….
Invloed op rijping en ontwikkeling
Intelligentie: de benutting van wat genetisch
aanwezig is
Lichamelijke kenmerken: de limieten van
onze prestaties
Basisprincipes van de ontwikkeling volgend
Gessel
1. Wet van de inter-individuele gelijke volgorde: verwerven van vaardigheden gebeurt volgend
vaste volgorde.
a. Voordat een kind leert lopen, moet het eerst leren zijn evenwicht bewaren in stand.
2. Wet van het inter-individueel verschillend tijdstip: moment waarop iemand een vaardigheid
beheert is verschillend van individu tot individu
a. Sommige kinderen kunnen lopen aan 9 maand, anderen pas op 18 maand of nog
later.
, BABYPERIODE
1.2 Babyperiode inleiding
Baby : 0 maand tot 12/18 maand.
We spreken van een baby zolang het kind nog niet loopt. Het groei – en ontwikkelingstempo is heel
hoog, vooral de lichamelijke en motorische ontwikkeling
Geboorte: de mens als zoogdier wordt(te) vroeg geboren
Hersenen onvoldoende ontwikkeld
Meer tijd nodig tot aan de zelfstandigheid
Geboortekanaal onvoldoende aangepast
Lange “zoogtijd”: hulpeloos, huilen als enig communicatiemiddel. Eiwitgehalte is laag + duur van de
zoogtijd
Eiwitgehalte in de moedermelk: moeder moet in de gaten houden wanneer de baby honger heeft.
1.3 Lichamelijke ontwikkeling
Gedrag (reflexen)
Zintuigen
Fysieke groei
Gedrag (reflexen) :
Slaapt 2/3de van de tijd
Reflexen = een onwillekeurige reactie op bepaalde prikkels
o Blijvende = pupilreflex, oogknipperreflex, kniepeesreflex, ...
o Voorbijgaande reflexen = babyreacties
Voorbijgaande/primitieve reflexen:
De snuffel-of zoekreflex
De zuigreflex
De grijpreflex
De asymmetrische tonische nekreflex
De moro-reflex
De stap-of loopreflex
De kruipreflex
De zwemreflex