10. SPOREN EN ORGANISMEN
verschil tussen sporen en zaden kennen. Vb van sporenorganismen kunnen geven.
o Sporen zijn eencellige voortplantingsorgaantjes.
o Gedehydrateerde cel die zich in een toestand van latend leven bevind en die na
bevruchting tot een nieuw organisme kan uitgroeien.
o Zaad is meercelligorgaan waarin kiempje + reservevoedsel aanwezig is. hier is al
bevruchting opgetreden. Zaden zijn meestal bedekt met structuur (de vruvht), terwijl
sporen meestal onbedekt zijn.
1. ZWAMMEN
, WAT ZIJN ZWAMMEN?
o paddenstoel (verschijnen vooral in de herfst) = klein deeltje van de zwam ->
zichtbare sporendrager.
o Paddenstoel zorgt voor de geslachtelijke voortplanting van de zwammen.
o Grootste deel van de zwam leeft verborgen.
o Wijdvertakt vlechtwerk van dunne soms lange microscopische draden = zwamdraden
of hyfen.
o Net of dradenvlechtwerk = zwamvlok
o Zwam is een geheel van de ondergrondse zwamdraden en de paddenstoelen zelf, die
nu en dan ontwikkeld voor productie en verspreiding van sporen.
o Zwammen zijn geen planten, ze hebben geen: - Wortels
- Stengels
- Bladeren
- Bloemen
- Vruchten of zaden.
o Opgebouwd uit zwamdraden, hyfen.
o Bezit geen chlorofyl -> doet niet aan fotosynthese, dus kunnen niet zelf bouwstoffen
en enrgie aanmaken. -> zijn hhiervoor aangewezen op andere organismen (=
heterotrofe voedingswijze)
BOUW VAN EEN ZWAM
o Zichtbaar voor ons = paddenstoel (kortstondig verschijnsel van een orgaan waarin
zich sporen vormen.)
o Zwamvlok is de zwam die het hele jaar doorleeft, en haar voedsel haalt uit het
materiaal waarop ze leeft.
LEVENSWIJZE ZWAM
Maken zelf geen suikers aan (hebben geen bladgroenkorrels). 3 mogelijke manieren:
verschil tussen sporen en zaden kennen. Vb van sporenorganismen kunnen geven.
o Sporen zijn eencellige voortplantingsorgaantjes.
o Gedehydrateerde cel die zich in een toestand van latend leven bevind en die na
bevruchting tot een nieuw organisme kan uitgroeien.
o Zaad is meercelligorgaan waarin kiempje + reservevoedsel aanwezig is. hier is al
bevruchting opgetreden. Zaden zijn meestal bedekt met structuur (de vruvht), terwijl
sporen meestal onbedekt zijn.
1. ZWAMMEN
, WAT ZIJN ZWAMMEN?
o paddenstoel (verschijnen vooral in de herfst) = klein deeltje van de zwam ->
zichtbare sporendrager.
o Paddenstoel zorgt voor de geslachtelijke voortplanting van de zwammen.
o Grootste deel van de zwam leeft verborgen.
o Wijdvertakt vlechtwerk van dunne soms lange microscopische draden = zwamdraden
of hyfen.
o Net of dradenvlechtwerk = zwamvlok
o Zwam is een geheel van de ondergrondse zwamdraden en de paddenstoelen zelf, die
nu en dan ontwikkeld voor productie en verspreiding van sporen.
o Zwammen zijn geen planten, ze hebben geen: - Wortels
- Stengels
- Bladeren
- Bloemen
- Vruchten of zaden.
o Opgebouwd uit zwamdraden, hyfen.
o Bezit geen chlorofyl -> doet niet aan fotosynthese, dus kunnen niet zelf bouwstoffen
en enrgie aanmaken. -> zijn hhiervoor aangewezen op andere organismen (=
heterotrofe voedingswijze)
BOUW VAN EEN ZWAM
o Zichtbaar voor ons = paddenstoel (kortstondig verschijnsel van een orgaan waarin
zich sporen vormen.)
o Zwamvlok is de zwam die het hele jaar doorleeft, en haar voedsel haalt uit het
materiaal waarop ze leeft.
LEVENSWIJZE ZWAM
Maken zelf geen suikers aan (hebben geen bladgroenkorrels). 3 mogelijke manieren: