Bouwkunde week 5
Kennisclip
Kozijnen zijn de begrenzing tussen het materiaal en de deur of raam zelf.
- Traditioneel kozijn (inbouwkozijn)
Voor of tijdens metselen gesteld en ingemetseld
- Stelkozijn (i.c.m. montagekozijn)
Het montagekozijn wordt pas gemonteerd als de ruwbouwfase heeft plaats
gevonden.
Soorten Materialen van kozijnen: hout, staal, aluminium, kunststof.
Onderscheid naar bouwwijze:
- Binnen-/ buitenkozijn
- Inbouw of montagekozijn
Een kozijn is opgebouwd uit dorpels (horizontaal) en stijlen (verticaal)
Onderscheid naar functie:
- Deurkozijn
- Raamkozijn
- Vast glaskozijn
- Samengesteld kozijn (combi van 1 van bovenstaande)
Samengesteld kozijn:
1 = zijstijl
2 = tussenstijl
3 = bovendorpel
4 = kalf of tussendorpel
5 = onderdorpel (altijd 1 schuine kant ivm
water)
A = bovenlicht met uitzetraam
B = deur
C = bovenlicht met vast glas
D = vast glas
E = paneel
Ramen
Onderscheid in:
- Buitenraam - binnenraam
- Ook opgebouwd uit dorpels en stijlen
Getrokken lijn: raam draait naar buiten
Gestippelde lijn: raam draait naar binnen
Hangzijde: kant van de scharnieren (linker
kant)
Sluitzijde: zijde waar sluitwerk zich bevindt (rechter kant)
, Soorten van opengaande ramen
Enkele begrippen:
- Sponning is waar de deur en raam invalt
- Glaslat is als je een glas vastzet in een kozijn met een lat die je vat
niet
- Beglazing: droge (rubber) / natte methode (kit)
Glas vastgezet met kunststof of rubberen profiel of kit
- Raam kan lek zijn, gevolg condensvorming. De isolatiewaarde is dan
aanzienlijk afgenomen
Type binnendeuren:
- Stompe deur (links)
- Opdekdeur (rechts)
Buitenkozijnen van staal: in jaren
’30 veel toegepast
Nadeel: koudebruggen en
roestvorming
Goed alternatief voor staal is aluminium.
- grote sterkte/ gewichtsverhouding
- ontwerpvrijheid architect
- goede isolatiewaarde (thermisch onderbroken)
Kunststofkozijnen:
- Onderhoudsvrij
- Lage warmtegeleidingscoëfficiënt, isolerend
- Duurzaam (lange levensduur)
Kennisclip
Kozijnen zijn de begrenzing tussen het materiaal en de deur of raam zelf.
- Traditioneel kozijn (inbouwkozijn)
Voor of tijdens metselen gesteld en ingemetseld
- Stelkozijn (i.c.m. montagekozijn)
Het montagekozijn wordt pas gemonteerd als de ruwbouwfase heeft plaats
gevonden.
Soorten Materialen van kozijnen: hout, staal, aluminium, kunststof.
Onderscheid naar bouwwijze:
- Binnen-/ buitenkozijn
- Inbouw of montagekozijn
Een kozijn is opgebouwd uit dorpels (horizontaal) en stijlen (verticaal)
Onderscheid naar functie:
- Deurkozijn
- Raamkozijn
- Vast glaskozijn
- Samengesteld kozijn (combi van 1 van bovenstaande)
Samengesteld kozijn:
1 = zijstijl
2 = tussenstijl
3 = bovendorpel
4 = kalf of tussendorpel
5 = onderdorpel (altijd 1 schuine kant ivm
water)
A = bovenlicht met uitzetraam
B = deur
C = bovenlicht met vast glas
D = vast glas
E = paneel
Ramen
Onderscheid in:
- Buitenraam - binnenraam
- Ook opgebouwd uit dorpels en stijlen
Getrokken lijn: raam draait naar buiten
Gestippelde lijn: raam draait naar binnen
Hangzijde: kant van de scharnieren (linker
kant)
Sluitzijde: zijde waar sluitwerk zich bevindt (rechter kant)
, Soorten van opengaande ramen
Enkele begrippen:
- Sponning is waar de deur en raam invalt
- Glaslat is als je een glas vastzet in een kozijn met een lat die je vat
niet
- Beglazing: droge (rubber) / natte methode (kit)
Glas vastgezet met kunststof of rubberen profiel of kit
- Raam kan lek zijn, gevolg condensvorming. De isolatiewaarde is dan
aanzienlijk afgenomen
Type binnendeuren:
- Stompe deur (links)
- Opdekdeur (rechts)
Buitenkozijnen van staal: in jaren
’30 veel toegepast
Nadeel: koudebruggen en
roestvorming
Goed alternatief voor staal is aluminium.
- grote sterkte/ gewichtsverhouding
- ontwerpvrijheid architect
- goede isolatiewaarde (thermisch onderbroken)
Kunststofkozijnen:
- Onderhoudsvrij
- Lage warmtegeleidingscoëfficiënt, isolerend
- Duurzaam (lange levensduur)