INHOUDSOPGAVE
Deel 1: Inleiding Algemeen Klinische Psychologie en Psychopathologie .......................................................... 3
Inleiding in KLP .................................................................................................................................................... 3
Definiëring ....................................................................................................................................................... 3
Normaal versus Abnormaal ............................................................................................................................. 4
Populatie ......................................................................................................................................................... 7
Taken ............................................................................................................................................................... 9
Inleiding psychopathologie .................................................................................................................................. 9
Inleiding ........................................................................................................................................................... 9
Classificatie .................................................................................................................................................... 11
Kenmerken DSM ............................................................................................................................................ 12
Diagnostiek (beoordelingsmethoden) ........................................................................................................... 16
Classificatie van symptomen (zelfstudie) ...................................................................................................... 18
Deel 2: Klinisch psychologische theorieën en psychotherapeutische stromingen – psychofarmacotherapie . 21
Het biologisch perspectief ................................................................................................................................. 21
Biologisch perspectief ................................................................................................................................... 21
Psychofarmacologie ...................................................................................................................................... 24
Farmacologie ................................................................................................................................................. 27
Het psychologische perspectief ......................................................................................................................... 28
Psychoanalytische theorie en psychoanalyse/psychodynamische therapie ................................................. 28
Leertheorie en gedragstherapie .................................................................................................................... 38
Cognitieve theorie en therapie...................................................................................................................... 48
Ervaringsgerichte theorie en therapie........................................................................................................... 56
Systeemtheorie en gezins- en relatietherapie............................................................................................... 61
Het sociaal culturele perspectief ....................................................................................................................... 73
Het biopsychosociale perspectief ...................................................................................................................... 73
Theorieën kritisch bekeken ................................................................................................................................ 74
Deel 3: Klinische Psychopathologie vanuit DSM-perspectief en vanuit een transdiagnostische kijk. ............. 75
DSM-Invalshoek ................................................................................................................................................. 75
Gedragsproblemen en -verslaving ................................................................................................................ 75
Stemmingsstoornissen .................................................................................................................................. 86
Verlies en gecompliceerde rouw ................................................................................................................... 94
Psychotrauma .............................................................................................................................................. 103
Angststoornissen ......................................................................................................................................... 107
Somatoforme stoornissen ........................................................................................................................... 114
Psychotische stoornissen ............................................................................................................................ 119
Transdiagnostisch perspectief ......................................................................................................................... 122
1
,Inleiding ....................................................................................................................................................... 122
Executieve functies...................................................................................................................................... 127
Emotieregulatie ........................................................................................................................................... 135
Repetitief negatief denken .......................................................................................................................... 143
2
,DEEL 1: INLEIDING ALGEMEEN KLINISCHE PSYCHOLOGIE EN PSYCHOPATHOLOGIE
INLEIDING IN KLP
DEFINIËRING
DE TERM KLINISCH
Het is een subdiscipline
à Andere subdisciplines
- Arbeids – en organisatie psychologie
- School – en pedagogische psychologie
à Grootste groep in de groep ‘psychologen’: 50%
à Verkeerde indruk, men denkt vaak dat klinisch psychologen enkel in een ziekenhuis werken, maar ze komen
voor in elk deel van de geestelijke gezondheidszorg.
DEFINITIE
Klinisch gedrag wijst op een afwijkend, slecht aangepast gedrag (dit is heel breed gezien).
à Kern = psychische problemen en stoornissen.
- Wat met problemen op somatisch vlak? Er zijn 2 visies die naast elkaar bestaan
o Gezondheidsproblemen = klinische psychologie
§ Vaak bij gezondheidsproblemen (vb: chronische pijn) gaat de psychische processen
een grote rol spelen bij het ervaren van de pijn.
o Gezondheidsproblemen = gezondheidspsychologie
§ De problemen die zich voordoen zijn normale reacties op de pijn die men voelt. Er
kan dus niet gesproken worden van afwijkend gedrag.
Verschillende definities:
à Hoge gezondheidsraad:
“De autonome ontwikkeling en toepassing van theorieën, methoden en technieken van de psychologie
als wetenschap in de bevordering van de gezondheid, de screening, psychologische diagnose en assessment van
gezondheidsproblemen en de preventie van en interventie bij deze problemen bij mensen.”
à Handboek
“De tak van de psychologie die zich bezighoudt met de beschrijving, de oorzaken en de behandeling van
psychische stoornissen om het geestelijk welzijn te bevorderen.”
3
, à Probleem:
Met welk afwijkend gedrag houden we ons bezig?
- Problemen/stoornissen kunnen op een continuüm geplaatst worden.
o Complexere problemen worden meestal multidisciplinair aangepakt.
o Stoornissen moeten worden vastgesteld door gebruik te maken van de DSM.
NORMAAL VERSUS ABNORMAAL
BELANGRIJK STUK!
ONDERSCHEID: WAT IS AFWIJKEND??
Beslissen of iets afwijkend is door rekening te houden met:
- Terrein van de psychopathologie
- Wie komt ermee in aanraking? (cijfers van voor corona)
o Ooit in het leven: 42,7%
o Afgelopen jaar: 18%
- Wanneer is iets afwijkend?
o Opsomming van symptomen die aanwezig zijn (= ziektetekens van een stoornis)
o Diagnostische criteria (= allerlei symptomen die aan voorwaarden moeten doen voordat ze
een teken zijn voor een stoornis.)
Nevid: 6 factoren om te bepalen of iets afwijkend is:
- Uitzonderlijk:
o Opvallend en onconventioneel gedrag
o Vb: dingen zien of horen die er niet zijn.
o Het is op zich geen psychische stoornis als iemand bv uitzonderlijk goed is in een sport.
- Sociaal afwijkend:
o Het overtreden van morele/sociale normen
o Vb: in bepaalde maatschappijen overtreedt homoseksualiteit de sociale normen.
o Dingen die hier als normaal gezien worden kunnen in andere culturen de sociale normen
overtreden.
- Foute perceptie/interpretatie:
o Irrationeel/onbegrijpelijk gedrag
o Vb: stemmen horen die er niet zijn en hierdoor agressief worden
o De persoon kan er niet van overtuigd worden dat de stemmen niet echt zijn.
- Aanzienlijk emotioneel lijden
o Niet goed meer kunnen functioneren door emotionele pijn.
- Ongepast of contraproductief gedrag
o Vb: niet meer kunnen gaan werken of voor hun gezin zorgen door hun alcoholgebruik.
- Gevaarlijk gedrag
o Jezelf en/of anderen in gevaar brengen
4