1. Neurocognitieve stoornissen
1.1. Wat zijn neurocognitieve stoornissen
De term deed zijn intrede met DSM-5
Daarvoor: Delirium/dementie/amnestische en andere cognitieve stoornissen
Nu in DSM5: Neurocognitieve stoornissen met Delirium + Beperkte neurocognitieve
stoornis + uitgebreide
neurocognitieve stoornis (dementie)
Waarom is die term dementie verwijderd uit DSM5
Begrip w zelden geassocieerd met jongere patienten terwijl dat ook kan
Term Dementie duidt niet echt aan dat het om cognitieve problemen gaat
Term Dementie duidt ook niet aan dat het om neuro gaat, om afwijkingen in het
hersenfunctioneren
→ Daarom vervanging naar neurocognitieve stoornis
Waarom opgenomen in DSM5
Psychische stoornissen komen voor bij 90% van mensen met neurocognitieve
stoornissen
Psychische stoornissen/klachten zoals depressie, hallucinaties, apathie… knn een
signaal zijn voor een neurocognitieve stoornis
= neurocognitieve
stoornissen
NAH= niet aangeboren
hersenaandoening
1
, NAH= verworven hersenaandoening Door iets in
bloedsomloop
Oorzaak ligt buiten het
lichaam
Oorzaak ligt binnen h
lichaam
Geleidelijke verandering in hersenen
(niet accuut)
Het luik ‘cognitie’ binnen de neurocogitieve stoornissen
o Stoornis in Sociale cognitie
Sociale cognitie= alle cognitieve processen die betrokken zijn bij het begrijpen v
sociale situaties en v andere mensen
Sociale cognities en emotie zijn een sterk verweven proces:
> Spiegelneuronen: herkennen, meevoelen, begrijpen v emoties bij de ander →
empathie
> Theory of mind: gedachten en intenties begrijpen, emoties begrijpen zonder
spiegelneuronen
→ = cognitieve empathie/affectieve TOM
Wordt onderscheiden maar sterk verschillende interagerende neurale netwerken
2
, Stoornissen op 4 niveaus in sociale cognities: (gaan vaak samen met beperkt
ziektezicht)
Gestoorde beleving van emotie
= emotionele vervlakking (= alexithymie: weinig contact hebben met
eigen gevoelswereld
waardoor men eigen emoties niet meer herkent)
vb: niet goed reageren wnr vrouw verteld dat ze zwanger is
Gestoorde waarneming v sociaal relevante info
= niet corect waarnemen v nonverbale info, context vd info
Vb: niet meer knn waarnemen of iets sarcastisch w verteld, of iem boos
kijkt…
Ook mogelijk bij schizofrenie, ASS
Gestoord begrijpen v relevante info
= TOM is verstoord, geen empathie meer
Ook mogelijk bij schizofrenie, dissociatie tussen empathie en TOM bij ASS
en psychopathie
Gestoor reageren op sociaal relevante info
= stoornis in reageren, emotieregulatie, weinig inzicht en moeilijk
hanteren van sociale
normen
Soorten testen voor sociale cognitie:
Emotion recognition tast: meten v emoties herkennen → gezichten zien en
emotie kennen
Faux-pas: meten v TOM → 8 verhalen lezen en aanduiden wat meeste
mensen ervan vinden
Dewey Story test: meten v TOM →
o Stoornis in Executieve functies
Luria vond als eerste ‘hogere corticale functies’ → studie vd Frontaal kwab
Lezak vond te term ‘executieve functies’ uit= functies die doelgericht+adaptief
gedrag mogelijk maken
= functies die essentieel zijn in
nieuwe taken waarbij we
geen beroep knn doen op
routine/situaties waar weinig
structuur gegeven w
3
, Executieve functies: → Geen doelen knn stellen
→ Geen plannen knn maken om doel te bereiken
→ Geen gedragscontrole om doel te bereiken of bij te
sturen
Het geheel van executieve functies kan opgedeeld worden in 3 fronto-
subcorticale netwerken:
1) Plannen, organiseren, probleemoplossingsvermogen
Worden mogelijk gemaakt door netwerk dorsolaterale prefrontale cortex
+ Basale ganglia + thalamus
2) Sociale cognitie, gedragsonctole
Worden mogelijk gemaakt door netwerk orbiofrontale cortex + basale
ganglia + thalamus
3) Motivatie, drive
Worden mogelijk gemaakt door netwerk cortex
cingularis anterior + basale ganglia + substantia
nigra + thalamus
Soorten stoornissen
in executieve functies:
Gedragscontrole stoornis
Impulsief, gehaast gedrag, geringe sociale cognitie (weinig empathie,
decorumverlies), reactief agressief gedrag (gericht op directe
behoeftebevrediging, lage frustratietolerantie), ontremming
(motorisch/verbaal/seksueel/..), weinig besef en geen schuldgevoel
Drive stoornis
Apathisch/initiatiefverlies (motorisch: niet meer bewegen/cognitief: geen
interesse meer/emotioneel: geen gevoelens meer uiten/discrepantie tss
zeggen en doen)
Zeer moeilijk voor naasten: irritatie, vermoeden v depressie, alle zorg w
als vanzelfsprekend genomen
Spectrum stoornis
Soorten testen voor executieve functies
Behavioural assessment of Dysexecutive Syndrom: BRIEF A
-> zelfrapportage en informatievragenlijst
4