Breakeven: totale opbrengsten = totale kosten
Afzet: U
Omzet: P*U (denk ik?)
Prijselasticiteit van het aanbod
Vraagcurve valt samen met marginale kostencurve van individuele aanbieder.
We hebben al prijselasticiteit gezien voor de vraag, nu voor het aanbod.
We hebben een procentuele verandering in de prijs, hoeveel daalt/stijgt het aanbod.
Als prijs stijgt, zal aanbieder meer willen aanbieden.
Bereken Ea (dia 24) => nieuw - oud /oud => teller is 60% en noemer 75%. Delen door elkaar en we
krijgen 0,8. Is niet prijselastisch (alles onder 1 is prijsinelastisch, alles erboven is prijselastisch)
Unitair prijselastisch: net zelfde wijzigingen. Uitzonderlijke situatie!
Prijselastisch: aangeboden hoeveelheid stijgt meer dan prijsstijging, vooral bij industriële producten
omdat je daar makkelijk schaalvoordelen hebt. Als je op grotere schaal kan produceren dan wordt
het vaak goedkoper.
Prijsinelastisch: aanbod gaat minder stijgen dan prijsstijging. Bv bij landbouwproducten: kunnen zich
niet zo snel aanpassen aan prijswijziging want seizoensgebonden.
Volkomen prijselastisch: gebeurd eigenlijk niet
Volkomen prijsinelastisch: ongeacht wat prijs is, aanbod blijft hetzelfde. Bv veiling: als er veel vragers
zijn voor bv rozen die op 1 dag op een veiling verkocht worden, dan blijft het aanbod hetzelfde maar
kan de prijs enorm stijgen.
Op korte termijn gaat aanbod minder snel fluctueren dan op lange termijn!
Voorbeeld: landbouwers die bloemkool produceren => prijzen op de markt zijn te laag (lager dan
variabele kost)
Hoe zit dat op de woningmarkt?
Factoren die de vraag op de woningmarkt doen toenemen:
Demografie
Rente
Inkomen
Inelastisch aanbod in belgië reden:
Grondschaarste
Wat is verschil bij US en België? => fysieke beperkingen: het is in België volgebouwd. Regelgevende
beperkingen: allerhande regels waaraan je moet voldoen om bouwvergunning te krijgen.
Vragers en aanbieders gaan elkaar ontmoeten op een markt (niet altijd fysiek) en daardoor ontstaat
de marktprijs.
Afzet: U
Omzet: P*U (denk ik?)
Prijselasticiteit van het aanbod
Vraagcurve valt samen met marginale kostencurve van individuele aanbieder.
We hebben al prijselasticiteit gezien voor de vraag, nu voor het aanbod.
We hebben een procentuele verandering in de prijs, hoeveel daalt/stijgt het aanbod.
Als prijs stijgt, zal aanbieder meer willen aanbieden.
Bereken Ea (dia 24) => nieuw - oud /oud => teller is 60% en noemer 75%. Delen door elkaar en we
krijgen 0,8. Is niet prijselastisch (alles onder 1 is prijsinelastisch, alles erboven is prijselastisch)
Unitair prijselastisch: net zelfde wijzigingen. Uitzonderlijke situatie!
Prijselastisch: aangeboden hoeveelheid stijgt meer dan prijsstijging, vooral bij industriële producten
omdat je daar makkelijk schaalvoordelen hebt. Als je op grotere schaal kan produceren dan wordt
het vaak goedkoper.
Prijsinelastisch: aanbod gaat minder stijgen dan prijsstijging. Bv bij landbouwproducten: kunnen zich
niet zo snel aanpassen aan prijswijziging want seizoensgebonden.
Volkomen prijselastisch: gebeurd eigenlijk niet
Volkomen prijsinelastisch: ongeacht wat prijs is, aanbod blijft hetzelfde. Bv veiling: als er veel vragers
zijn voor bv rozen die op 1 dag op een veiling verkocht worden, dan blijft het aanbod hetzelfde maar
kan de prijs enorm stijgen.
Op korte termijn gaat aanbod minder snel fluctueren dan op lange termijn!
Voorbeeld: landbouwers die bloemkool produceren => prijzen op de markt zijn te laag (lager dan
variabele kost)
Hoe zit dat op de woningmarkt?
Factoren die de vraag op de woningmarkt doen toenemen:
Demografie
Rente
Inkomen
Inelastisch aanbod in belgië reden:
Grondschaarste
Wat is verschil bij US en België? => fysieke beperkingen: het is in België volgebouwd. Regelgevende
beperkingen: allerhande regels waaraan je moet voldoen om bouwvergunning te krijgen.
Vragers en aanbieders gaan elkaar ontmoeten op een markt (niet altijd fysiek) en daardoor ontstaat
de marktprijs.