WERKEN MET TEAMS
CONCEPTUEEL KADER
EEN TEAM
= relatief kleine groepen mensen die bij elkaar zijn gebracht of zich (vanop afstand) met elkaar verhouden
om een gemeenschappelijk doel te bereiken.
= gedeelde visie over de aanpak.
Kenmerken van teams:
• Cohesie/verbinding
• Doelgerichtheid
• Motivatie
• Interactie/samenwerking
• Interdependentie
• Structurele elementen (rollen, normen,…)
WmT= teams analyseren & begrijpen → op basis van teamanalyse help je het team te groeien & verder te
brengen in het relatieaspect & het taakaspect.
WERKEN MET TEAMS
• Kan vanuit verschillende rollen: teamleider, teamcoach, reflectiebegeleider, …
• Deze cursus: kader ontwikkeld rondom het concept Situationeel Verbindend Leiderschap om de
rol van teamleider te verduidelijken.
• 2 aanvullende krachten: stuwen & sturen.
• 4 taken:
o Leiding geven (sturen)
o Managen (sturen)
o Coachen (stuwen)
o Verbinden (stuwen)
1
,DEEL 1: HET TEAM
1.1 DEFINITIE VAN “TEAM”
1.1.1 OORSPRONG VAN HET BESTUDEREN VAN TEAMS
• 100 jaar geleden was werken in team een uitzondering: in lange lijnen, vrij individueel, aan een
eigen taak, onder het strenge toezien van een baas.
• Baas had weinig vertrouwen & kende geen verantwoordelijkheid toe → command-& control
principe.
1.1.1.1 DE START VAN HET BESTUDEREN VAN TEAMS: HAWTHORNE
• Door de studie van Mayo & WO II → verandering: teamconcept uit denken & neer te zetten in de
praktijk.
• The Hawthorne Experiments (baanbrekend & revolutionair!).
• Conclusies experiment:
o Het belang van individuele aandacht.
o De invloed van de relatie tussen medewerker & leidinggevende.
o De invloed van groepsnormen.
o Er is zoiets als een teamcultuur.
o Het belang van erkenning.
• Positieve werkcultuur & het belang van investeren in goede relaties heeft een grote invloed.
→ teambuilding ontstaan later in de 20e eeuw.
1.1.1.2 DE TWEEDE WERELDOORLOG ALS MOTOR VOOR GROEPSDYNAMISCH DENKEN
• Toenemende interesse in het concept groepsdynamica = de studie van het gedrag van mensen in
kleine groepen. (Remmerswaal).
• Na WO II → onderzoek naar het teamdenken binnen hun units met nadruk op leiderschap &
teameffectiviteit.
1.1.1.3 DE POSITIEVE SWITCH IN DE JAREN 50-60
• 2e stroming: maatschappelijk verzet tegen het kapitalisme (Karl Marx).
• Command-& control principe = wantrouwig & oneerlijk → ontstaan van een positieve kijk ten
aanzien van werknemers met aandacht voor het individu, mensen kregen verantwoordelijkheid &
vertrouwen. Er werd erkend dat ze behoefte hebben aan persoonlijke groei & ontwikkeling.
• Groepsdynamica & teamsamenwerking maakten een snelle groei door, vanaf jaren ’60 →
teamwerk leidt tot synergiën, het resultaat van het team leidt tot meer dan de som van elk van de
teamleden. (1+1=3)
1.1.1.4 OP ZOEK NAAR BASISELEMENTEN VAN STABIEL TEAMWORK (1970 -2000)
• Afgelopen 30 jaar → veel onderzoek naar groepsdynamica, efficiëntie, welbevinden, … = steeds
meer toepassingen in de praktijk van degelijk stabiel teamwork waarbij de teamleden worden
aangestuurd door een teambegeleider.
• Uitdagingen: sneller behoeften van doelgroep invullen, nieuwe technologische ontwikkelingen &
stijgende trend naar mondialisering = onzekerheid.
• Organisaties moeten snel schakelen, snel bijleren & zich snel aanpassen → jaren ’90: een term
voor dit type omgeving = VUCA
o Volatility – volatiel (snel veranderend)
o Uncertainty – onzeker (onvoorspelbaar)
2
, o Complexity – complex (ingewikkeld)
o Ambiguity – vaag (dubbelzinnig)
• In deze omgeving wordt van teams heel wat verwacht. Werken in team is dé manier om te kunnen
beantwoorden aan de eisen van de omgeving.
• VUCA-omgeving leidde tot nieuwe soorten van teamwerk & nieuwe organisatievormen.
1.1.1.5 ONTWIKKELINGEN IN DE SAMENLEVING LEIDEN NAAR NIEUWE VISIES OP
TEAMWORK (2000-NU)
• Laatste 20 jaar: opnieuw verschuiving.
o Niet iedereen werkt op hetzelfde moment in één team.
o Teambegeleider geeft niet altijd aansturing aan het team.
o Verantwoordelijkheid wordt ook aan medewerkers gegeven.
o Teamleider vroeger = hiërarische rol, nu = coachende, bindende, stuwende rol.
1.1.2 WAT IS EEN TEAM?
1.1.2.1 EEN CATEGORIE VAN MENSEN
• Categorie = een verzameling mensen die een gemeenschappelijk kenmerk delen.
o Vbn. Supporters van Club-Brugge, alle adoptiekinderen, alle mensen met een piercing,
iedereen die 10 miles loopt, …
o Geen onderlinge afhankelijkheid of interactie op het gemeenschappelijk kenmerk na.
1.1.2.2 EEN GROEP IS NOG GEEN TEAM
• Groep = gezamenlijke interesse.
o Vbn. Groepsreis van kajakkers door Zweden, het oudercomité van de school, een
therapiegroep voor mensen met eenzelfde problematiek, iedereen die lid is van de
Chiro,…
o Samenstelling van individuen.
• Kenmerken van een groep:
o Directe contactsituatie
o Groepsbewustzijn
o Motivatie
o Doelgerichtheid
o Structurele elementen
o Interdependentie
o Interactie
1.1.2.3 HET TEAM ALS SPECIFIEKE EENHEID
• Onderscheid tussen een groep & een team.
• Team = bijzonder soort groep mensen die samenwerken aan een gemeenschappelijk doel!
Vbn. Alle leiders vd Chiro van Gijzegem, alle leden van het oudercomité, kinderbegeleiders in een
kdv, …
• Kenmerken van een team:
o Groepsbewustzijn (nog sterker dan bij een groep, vaste groep mensen die geselecteerd
is op basis van complementaire competenties ie bijdragen aan een gezamenlijke taak)
o Motivatie & doelgerichtheid (wordt gemeenschappelijk, het volledige team draagt
verantwoordelijkheid voor het welslagen van een gezamenlijke taak)
3
CONCEPTUEEL KADER
EEN TEAM
= relatief kleine groepen mensen die bij elkaar zijn gebracht of zich (vanop afstand) met elkaar verhouden
om een gemeenschappelijk doel te bereiken.
= gedeelde visie over de aanpak.
Kenmerken van teams:
• Cohesie/verbinding
• Doelgerichtheid
• Motivatie
• Interactie/samenwerking
• Interdependentie
• Structurele elementen (rollen, normen,…)
WmT= teams analyseren & begrijpen → op basis van teamanalyse help je het team te groeien & verder te
brengen in het relatieaspect & het taakaspect.
WERKEN MET TEAMS
• Kan vanuit verschillende rollen: teamleider, teamcoach, reflectiebegeleider, …
• Deze cursus: kader ontwikkeld rondom het concept Situationeel Verbindend Leiderschap om de
rol van teamleider te verduidelijken.
• 2 aanvullende krachten: stuwen & sturen.
• 4 taken:
o Leiding geven (sturen)
o Managen (sturen)
o Coachen (stuwen)
o Verbinden (stuwen)
1
,DEEL 1: HET TEAM
1.1 DEFINITIE VAN “TEAM”
1.1.1 OORSPRONG VAN HET BESTUDEREN VAN TEAMS
• 100 jaar geleden was werken in team een uitzondering: in lange lijnen, vrij individueel, aan een
eigen taak, onder het strenge toezien van een baas.
• Baas had weinig vertrouwen & kende geen verantwoordelijkheid toe → command-& control
principe.
1.1.1.1 DE START VAN HET BESTUDEREN VAN TEAMS: HAWTHORNE
• Door de studie van Mayo & WO II → verandering: teamconcept uit denken & neer te zetten in de
praktijk.
• The Hawthorne Experiments (baanbrekend & revolutionair!).
• Conclusies experiment:
o Het belang van individuele aandacht.
o De invloed van de relatie tussen medewerker & leidinggevende.
o De invloed van groepsnormen.
o Er is zoiets als een teamcultuur.
o Het belang van erkenning.
• Positieve werkcultuur & het belang van investeren in goede relaties heeft een grote invloed.
→ teambuilding ontstaan later in de 20e eeuw.
1.1.1.2 DE TWEEDE WERELDOORLOG ALS MOTOR VOOR GROEPSDYNAMISCH DENKEN
• Toenemende interesse in het concept groepsdynamica = de studie van het gedrag van mensen in
kleine groepen. (Remmerswaal).
• Na WO II → onderzoek naar het teamdenken binnen hun units met nadruk op leiderschap &
teameffectiviteit.
1.1.1.3 DE POSITIEVE SWITCH IN DE JAREN 50-60
• 2e stroming: maatschappelijk verzet tegen het kapitalisme (Karl Marx).
• Command-& control principe = wantrouwig & oneerlijk → ontstaan van een positieve kijk ten
aanzien van werknemers met aandacht voor het individu, mensen kregen verantwoordelijkheid &
vertrouwen. Er werd erkend dat ze behoefte hebben aan persoonlijke groei & ontwikkeling.
• Groepsdynamica & teamsamenwerking maakten een snelle groei door, vanaf jaren ’60 →
teamwerk leidt tot synergiën, het resultaat van het team leidt tot meer dan de som van elk van de
teamleden. (1+1=3)
1.1.1.4 OP ZOEK NAAR BASISELEMENTEN VAN STABIEL TEAMWORK (1970 -2000)
• Afgelopen 30 jaar → veel onderzoek naar groepsdynamica, efficiëntie, welbevinden, … = steeds
meer toepassingen in de praktijk van degelijk stabiel teamwork waarbij de teamleden worden
aangestuurd door een teambegeleider.
• Uitdagingen: sneller behoeften van doelgroep invullen, nieuwe technologische ontwikkelingen &
stijgende trend naar mondialisering = onzekerheid.
• Organisaties moeten snel schakelen, snel bijleren & zich snel aanpassen → jaren ’90: een term
voor dit type omgeving = VUCA
o Volatility – volatiel (snel veranderend)
o Uncertainty – onzeker (onvoorspelbaar)
2
, o Complexity – complex (ingewikkeld)
o Ambiguity – vaag (dubbelzinnig)
• In deze omgeving wordt van teams heel wat verwacht. Werken in team is dé manier om te kunnen
beantwoorden aan de eisen van de omgeving.
• VUCA-omgeving leidde tot nieuwe soorten van teamwerk & nieuwe organisatievormen.
1.1.1.5 ONTWIKKELINGEN IN DE SAMENLEVING LEIDEN NAAR NIEUWE VISIES OP
TEAMWORK (2000-NU)
• Laatste 20 jaar: opnieuw verschuiving.
o Niet iedereen werkt op hetzelfde moment in één team.
o Teambegeleider geeft niet altijd aansturing aan het team.
o Verantwoordelijkheid wordt ook aan medewerkers gegeven.
o Teamleider vroeger = hiërarische rol, nu = coachende, bindende, stuwende rol.
1.1.2 WAT IS EEN TEAM?
1.1.2.1 EEN CATEGORIE VAN MENSEN
• Categorie = een verzameling mensen die een gemeenschappelijk kenmerk delen.
o Vbn. Supporters van Club-Brugge, alle adoptiekinderen, alle mensen met een piercing,
iedereen die 10 miles loopt, …
o Geen onderlinge afhankelijkheid of interactie op het gemeenschappelijk kenmerk na.
1.1.2.2 EEN GROEP IS NOG GEEN TEAM
• Groep = gezamenlijke interesse.
o Vbn. Groepsreis van kajakkers door Zweden, het oudercomité van de school, een
therapiegroep voor mensen met eenzelfde problematiek, iedereen die lid is van de
Chiro,…
o Samenstelling van individuen.
• Kenmerken van een groep:
o Directe contactsituatie
o Groepsbewustzijn
o Motivatie
o Doelgerichtheid
o Structurele elementen
o Interdependentie
o Interactie
1.1.2.3 HET TEAM ALS SPECIFIEKE EENHEID
• Onderscheid tussen een groep & een team.
• Team = bijzonder soort groep mensen die samenwerken aan een gemeenschappelijk doel!
Vbn. Alle leiders vd Chiro van Gijzegem, alle leden van het oudercomité, kinderbegeleiders in een
kdv, …
• Kenmerken van een team:
o Groepsbewustzijn (nog sterker dan bij een groep, vaste groep mensen die geselecteerd
is op basis van complementaire competenties ie bijdragen aan een gezamenlijke taak)
o Motivatie & doelgerichtheid (wordt gemeenschappelijk, het volledige team draagt
verantwoordelijkheid voor het welslagen van een gezamenlijke taak)
3