(bedrijfskunde)
Schooljaar: 2015-2016
Blok: 3
, Opleiding:
Bedrijfskunde MER
Hoofdstuk 1 wat is marketing?
Marketing in ondersteunend aan de verkoop/ sales.
Marketingmix (de 4 P’s)
1. Product: omvat het fysieke product en alles wat daaromheen valt, zoals
garantie, verpakking, merkimago, assortiment en de service.
2. Prijs: er wordt niet alleen gekeken naar de kostprijs maar ook naar de prijs
elasticiteit.
3. Plaats (distributie): hoe komt het product in de handen van de kopers?
Distributiekanalen.
4. Promotie: hoe een bedrijf met de markt communiceert en de verkoop
bevordert. Bijv. reclame, sponsoring, promoties, direct marketing e.d.
Doelgroep: het deel van de markt waar het bedrijf zichzelf opricht en tot klant
wil maken.
Ruilproces of ruiltransactie: de uitwisseling van iets van waarde tussen twee
partijen (verkoper en koper).
Macromarketing: activiteiten om te voorzien in de behoeften van de
maatschappij. Hierop kun je als bedrijf alleen anticiperen.
Mesomarketing: de bedrijfstak of bedrijfskolom staat centraal.
Micromarketing: dit is gericht op de onderneming zelf (intern)
Bedrijfskolom: reeks personen of organisaties die zijn betrokken bij de
voortbrenging, voorstuwing en het verbruik van producten of diensten.
Bedrijfstak: een schakel binnen de bedrijfskolom die bestaat uit bedrijven die
een gelijkwaardige functie of handel van een bepaald product vervullen.
Branche: een groep organisaties binnen de bedrijfstak die bepaalde
overeenkomsten vertonen t.a.v. de productietechniek en de geleverde producten.
(bijv. fietsenindustrie: ijzerertsfabrieken, onderdelenfabrieken,
assemblagefabrieken en fietswinkels.
Ontwikkeling van de marketinggedachte
1. Productie- en productgerichte bedrijven: toen de besteedbare inkomens
laag waren en de massaproductietechnologie nog in de kinderschoenen
stond, was het productieconcept het meest voorkomende. Kortom:
kostprijs zo laag mogelijk. Na de tweede wereldoorlog kwam er mee
aandacht voor het product zelf. Het productconcept. Kortom: het product
verbeteren. Dit was een typische verkopersmarkt.
, 2. Verkoopgerichte bedrijven: schaarste van goederen verdween door een
hoge productiecapaciteit, dus ontstond er een kopermarkt. Zij hadden veel
macht nu.
3. Marketinggerichte bedrijven: producten en diensten beter aan laten sluiten
bij de wensen en behoeften van klanten. Ze gingen klantgericht denken.
4. Relatiegerichte bedrijven: deze bedrijven zijn gericht op het aangaan van
duurzame relaties.
De mindset van een manager moet gericht zijn op: HET
MARKETINGCONCEPT
- Accent op winstbijdrage in plaats van omzet
- Tevreden klanten
- Geïntegreerde werkwijze/organisatie
- Breed omschreven werkterrein
- Voortdurende concurrentieanalyse
- Marktonderzoek en doelgroepkeuze
De 3 R’s
- Reputatie: sterk merkimago positieve emoties
- Relatie: voortdurende communicatie & interactie klantenbinding
- Respons: uitgekiend productaanbod positieve respons van de klant
Life time value: dit is de contante waarde van de winst van de toekomstige
aankopen van klanten van het bedrijf. (bijv. vaste bezoeker pizzazaak €7.000,- en
Mercedes rijder € 300.000
De life time value is te verhogen door:
- Het bevorderen van de klantentrouw
- Een efficiënte klantenwerving
- Marketing met hogere marges en lagere kosten.