Werkcollege 3
Europees recht
Toegang tot de rechter, rechtsgangen, acties tegen lidstaten, nietigheidsberoep
Directe werking: Art. 93 en 94 Gw worden buiten beschouwing gehouden.
Of een bepaling directe werking heeft:
- Verordening: voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk
- Richtlijnen: moeten worden omgezet en daarom hebben zij additionele
voorwaarden
o Voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk
o Aard van de relatie
Horizontaal burgers tegen elkaar KAN HIER NIET
Verticaal burger tegen overheid KAN HIER WEL.
Omgekeerd verticaal overheid tegen burger. KAN
HIER NIET
o Omzettingstermijn verstreken
o Richtlijn niet /te laat/ niet op de goede manier is omgezet
Opdracht 1:
a) Op grond van art. 258 Wv kan de onafhankelijke Commissie een zaak
aanhangig bij het Hof van Justitie van de EU om er voor te zorgen dat
Nederland zich niet aan EU richtlijn houdt.
Daarnaast kan België, of een andere lidstaat, ook een verzoek indienen bij
het Hof van Justitie op grond van art. 259 Wv dat Nederland zich niet aan
de EU richtlijn houdt.
b) Algemeen: voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk (Van Gend en Loos)
Additionele cumulatieve voorwaarden (Becker)
a. Termijn voor implementatie is verstreken
b. Niet-tijdige of niet-correcte implementatie
c. Verticale relatie (particulier – overheid)
c) Ook zou het nog mogelijk kunnen zijn dat de nationale rechter een
prejudiciële vraag kan stellen aan de Europese rechter of het nationale
recht in overeenstemming is met het Europese recht op grond van art. 267
Wv.
a. Het moet gaan om Europees recht
b. Noodzakelijk om uitspraak te doen.
Er kan uitleg (uitleg) worden gegeven of geldigheid (Foto frost)
Bij uitleg:
Lagere rechter mogen, hogere rechters moeten een prejudiciële vraag
stellen als er een vraag is over een Europees recht behalve
o Als er geen beroep meer is = hoogste rechter
o Acte eclaire
o Acte clair
Bij geldigheid:
Juiste manier tot stand gekomen, juiste bevoegdheid etc. Alleen over
secundair recht
o Beslist vrijwel alleen HvJ over
o Foto-frost
Europees recht
Toegang tot de rechter, rechtsgangen, acties tegen lidstaten, nietigheidsberoep
Directe werking: Art. 93 en 94 Gw worden buiten beschouwing gehouden.
Of een bepaling directe werking heeft:
- Verordening: voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk
- Richtlijnen: moeten worden omgezet en daarom hebben zij additionele
voorwaarden
o Voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk
o Aard van de relatie
Horizontaal burgers tegen elkaar KAN HIER NIET
Verticaal burger tegen overheid KAN HIER WEL.
Omgekeerd verticaal overheid tegen burger. KAN
HIER NIET
o Omzettingstermijn verstreken
o Richtlijn niet /te laat/ niet op de goede manier is omgezet
Opdracht 1:
a) Op grond van art. 258 Wv kan de onafhankelijke Commissie een zaak
aanhangig bij het Hof van Justitie van de EU om er voor te zorgen dat
Nederland zich niet aan EU richtlijn houdt.
Daarnaast kan België, of een andere lidstaat, ook een verzoek indienen bij
het Hof van Justitie op grond van art. 259 Wv dat Nederland zich niet aan
de EU richtlijn houdt.
b) Algemeen: voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk (Van Gend en Loos)
Additionele cumulatieve voorwaarden (Becker)
a. Termijn voor implementatie is verstreken
b. Niet-tijdige of niet-correcte implementatie
c. Verticale relatie (particulier – overheid)
c) Ook zou het nog mogelijk kunnen zijn dat de nationale rechter een
prejudiciële vraag kan stellen aan de Europese rechter of het nationale
recht in overeenstemming is met het Europese recht op grond van art. 267
Wv.
a. Het moet gaan om Europees recht
b. Noodzakelijk om uitspraak te doen.
Er kan uitleg (uitleg) worden gegeven of geldigheid (Foto frost)
Bij uitleg:
Lagere rechter mogen, hogere rechters moeten een prejudiciële vraag
stellen als er een vraag is over een Europees recht behalve
o Als er geen beroep meer is = hoogste rechter
o Acte eclaire
o Acte clair
Bij geldigheid:
Juiste manier tot stand gekomen, juiste bevoegdheid etc. Alleen over
secundair recht
o Beslist vrijwel alleen HvJ over
o Foto-frost