Hoofdstuk 7: Hechting: Wat is “the nature of love”?
Inleiding
Kan affectieve band rationeel of wetenschappelijk benaderd worden?
Is de mens van ‘nature uit’ een sociaal wezen?
o Erfelijk uitgerust tot onvoorwaardelijke sociale reflexen?
Fictief voorbeeld: Lammetjes en schapen worden dikwijls gezien als bij uitstek gedreven door soortgenoten →
kuddedieren. De hechte band doet vermoeden dat deze dieren misschien niet anders kunnen (het zit in hun
biologie). Veronderstel dat zijn in isolatie worden grootgebracht, pas na een paar maanden krijgen ze de kans om
hun voorkeur van een ander weten ze laten zien. Bv: een schaap, een hond en een mens. Men gaat observeren aan
wie de lam de voorkeur heeft. Van nature zou dit het schaap zijn. Stel dat het inderdaad naar het schaap gaat? Is dat
dan een teken van natuurlijke voorkeur?
Quasi-sociale analyse: spaarzaamheidsprincipe
o Homosociale band: met soortgenoten (lam met schaap).
o Heterosociale band: met leden van een andere soort (lam met mens).
o Objectsociale band: met levenloos object of ideeën
o Autosociale band: met zichzelf
Kijk je uit het object zeg je ‘aantrekkelijkheid’.
Fylogenetische determinatie: erfelijkheid. Niet te snel concluderen dat iets aangeboren is. Het kan maar je moet
daar empirische bewijzen voor hebben. BV: Stelling; De mens is van nature een sociaal wezen → wat weet je daar
experimenteel over?
Mens speelt een rol in de fundamentele menswording.
Situationele beïnvloedbaarheid van “natuurlijke” gehechtheid
Heeft herhaald contact op zich een invloed op het ontstaan van hechtingsrelaties?
Exclusief heterosociaal contact sterker dan sociaal instinct?
o Kuo (1931): katten en muizen
Hij ging katten in isolatie brengen (ze konden niet zien dat hun moeder een muis doodde).
Na enkele dagen mochten ze spelen met de gezelschapsmuis. Om de 4 dagen werd de
heterosocius tijdelijk uit de kooi genomen en kreeg de kat bezoek van een albino muis en
een wilde muis.
Geen enkel dier doodde het gezelschapsdier (3 uitzonderingen).
Sprake van een prikkelveralgemening.
Door externe beïnvloeding kan gemaakt worden dat:
o De kat de muis doodt.
o Dat hij ze niet dood.
o Of bang krijgt.
Er is dus geen muis-doder-instikt! De situationele context speelt een belangrijke rol!
Snelheid en flexibiliteit van heterosociale gehechtheid (affectieve band)
o Cairns & Werboff (1967): honden en konijnen
De band kan duurzaam en snel een plafond bereiken
1 maand oude honden (50 ≠ rassen) → werden aselect verdeeld in verschillende hokjes.
o A: Samen met een konijn →Onbeperkt contact kunnen maken.
o B: Samen met konijn → Beperkte contact (enkel horen en zien, niet aanraken).
o C: Controle conditie: zonder gezelschapsdier.
De affectie band werd getest na: 0u, 1u, 4u, 8u en 24u en daarna eenmaal per dag.
1
, Het gezelschapsdier wordt gedurende 18min 3min weg en 3min terug geplaatst.
METEN: jankdebiet tussen aan en afwezigheid van gezelschapsdier.
“Ze kunnen het janken niet laten”
2
Inleiding
Kan affectieve band rationeel of wetenschappelijk benaderd worden?
Is de mens van ‘nature uit’ een sociaal wezen?
o Erfelijk uitgerust tot onvoorwaardelijke sociale reflexen?
Fictief voorbeeld: Lammetjes en schapen worden dikwijls gezien als bij uitstek gedreven door soortgenoten →
kuddedieren. De hechte band doet vermoeden dat deze dieren misschien niet anders kunnen (het zit in hun
biologie). Veronderstel dat zijn in isolatie worden grootgebracht, pas na een paar maanden krijgen ze de kans om
hun voorkeur van een ander weten ze laten zien. Bv: een schaap, een hond en een mens. Men gaat observeren aan
wie de lam de voorkeur heeft. Van nature zou dit het schaap zijn. Stel dat het inderdaad naar het schaap gaat? Is dat
dan een teken van natuurlijke voorkeur?
Quasi-sociale analyse: spaarzaamheidsprincipe
o Homosociale band: met soortgenoten (lam met schaap).
o Heterosociale band: met leden van een andere soort (lam met mens).
o Objectsociale band: met levenloos object of ideeën
o Autosociale band: met zichzelf
Kijk je uit het object zeg je ‘aantrekkelijkheid’.
Fylogenetische determinatie: erfelijkheid. Niet te snel concluderen dat iets aangeboren is. Het kan maar je moet
daar empirische bewijzen voor hebben. BV: Stelling; De mens is van nature een sociaal wezen → wat weet je daar
experimenteel over?
Mens speelt een rol in de fundamentele menswording.
Situationele beïnvloedbaarheid van “natuurlijke” gehechtheid
Heeft herhaald contact op zich een invloed op het ontstaan van hechtingsrelaties?
Exclusief heterosociaal contact sterker dan sociaal instinct?
o Kuo (1931): katten en muizen
Hij ging katten in isolatie brengen (ze konden niet zien dat hun moeder een muis doodde).
Na enkele dagen mochten ze spelen met de gezelschapsmuis. Om de 4 dagen werd de
heterosocius tijdelijk uit de kooi genomen en kreeg de kat bezoek van een albino muis en
een wilde muis.
Geen enkel dier doodde het gezelschapsdier (3 uitzonderingen).
Sprake van een prikkelveralgemening.
Door externe beïnvloeding kan gemaakt worden dat:
o De kat de muis doodt.
o Dat hij ze niet dood.
o Of bang krijgt.
Er is dus geen muis-doder-instikt! De situationele context speelt een belangrijke rol!
Snelheid en flexibiliteit van heterosociale gehechtheid (affectieve band)
o Cairns & Werboff (1967): honden en konijnen
De band kan duurzaam en snel een plafond bereiken
1 maand oude honden (50 ≠ rassen) → werden aselect verdeeld in verschillende hokjes.
o A: Samen met een konijn →Onbeperkt contact kunnen maken.
o B: Samen met konijn → Beperkte contact (enkel horen en zien, niet aanraken).
o C: Controle conditie: zonder gezelschapsdier.
De affectie band werd getest na: 0u, 1u, 4u, 8u en 24u en daarna eenmaal per dag.
1
, Het gezelschapsdier wordt gedurende 18min 3min weg en 3min terug geplaatst.
METEN: jankdebiet tussen aan en afwezigheid van gezelschapsdier.
“Ze kunnen het janken niet laten”
2