Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting alle kenmerkende aspecten

Rating
-
Sold
-
Pages
23
Uploaded on
18-11-2022
Written in
2021/2022

Hierbij een samenvatting van alle kenmerkende aspecten die je moet leren voor je VWO examen geschiedenis.

Level
Course

Content preview

Kenmerkende Aspecten
Samenvatti ng

Tijd van jagers en boeren (tot 3000 v.C)
KA1: de levenswijze van jagers en verzamelaars
- Leven in kleine groepen (20-100 personen)
- Nomadisch bestaan: bleven niet lang op één vaste plek, dus hadden simpele hutjes
die zo weer meegenomen konden worden (op zoek naar voedsel)
- Omdat mensen nog niet konden schrijven, is onze kennis over de prehistorie
gebaseerd op ongeschreven bronnen.
- Sterke rolverdeling man en vrouw: man = jager; vrouw = verzamelaar
- Iedere persoon gelijk aan elkaar, omdat alles eerlijk verdeeld werd. De opbrengst was
altijd gezamenlijk, geen sociale hiërarchie.
- Grote kennis van de natuur
- Polytheïstische godsdienst in natuurgoden
- Geloof in magie, bijv. vruchtbaarheidsbeeldje of voorwerpen die meegingen in het
graf
- Gebruik van eenvoudige werktuigen, gemaakt van bot of vuursteen

KA2: Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Ongeveer 10.000 jaar v.Chr.: overgang van jagen & verzamelen naar landbouw (= Agrarische
Revolutie/Neolithische revolutie). Deze revolutie was langzaam (niet overal tegelijk en
ineens), maar wel ingrijpend
- Begint in het gebied van de vruchtbare Halvemaan (Midden Oosten)
- Ontstaan landbouwsamenleving/ agrarische samenleving: dorpjes met akkerbouw
en veeteelt
- Ontstaat sedentair bestaan: ze krijgen een vaste woonplaats, het nomadisch bestaan
verdwijnt (je bleef namelijk wel op de plek waar je je landbouw had gestart)
- Steeds meer uitvindingen, zoals de ploeg, het wiel en aardewerk (klei)
- Veel aandacht voor de zon en maan -> ontstaan kalender
- Dagindeling steeds meer bepaald door vee en werk op de akker

KA3: Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Landbouw leverde heel veel op -> landbouwoverschotten
 Wat moet je met het extra voedsel? Verhandelen op handelsplekken. Mensen wilden
dichtbij deze handelsmarkten wonen en ze ontstonden stedelijke gemeenschappen
rondom de markt.
- Niet iedereen was nodig voor de voedselvoorziening -> ontstaan andere beroepen
met sociale hiërarchie
- Bestuurders nodig -> uiteindelijk koningen
- Wanneer er aan landbouw wordt gedaan (middel van bestaan) + er ontstaan steden
(handel en ambacht) = landbouw-stedelijke samenleving

, - Gezamenlijke voorzieningen moesten worden betaald -> belasting heffen -> het
Schrift nodig om deze op te schrijven
De prehistorie is voorbij als het schrift is ontdekt. Dit was niet overal precies tegelijk,
omdat niet overal het schrift op hetzelfde moment ontstond.

Tijd van Grieken en Romeinen (3000 v.C. - 500)
KA4: De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het
denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
Rond 1800 v.C.: ontstaan van Poleis
- Stad autonoom (eigen regels en bestuur) en autarkisch (zelfvoorzienend): dus er
ontstonden verschillende vormen van bestuur
o Autocratie/tirannie = bestuur door alleenheersers
o Oligarchie = bestuur door belangrijke familie
o Democratie = bestuur door burgers (groot gedeelte heeft invloed op het
bestuur door stem)
o Monarchie = bestuur door een erfelijke vorst

Athene was bang voor een te machtige leider: wordt een directe democratie
- Volwassen mannen, geboren in Athene, met burgerrecht mochten stemmen in de
volksvergadering
- Daar werd het bestuur (de raad van 500 en het dagelijks bestuur van 50 personen
(die telkens wisselde om te veel macht bij één groep te voorkomen)), leiders van
leger en vloot en rechters gekozen
Griekse onderzoekers probeerden al vanaf 600 v. Chr. een algemene 'theorie' te ontwikkelen
om natuurverschijnselen te verklaren (verandering)
 Grieken verklaarden alles via goden, filosofen wilden verklaren door rationeel denken
- Inzichten waren moeilijk aantoonbaar ofwel speculatief. Bijv. alles is opgebouwd uit
hele kleine deeltjes (atomen).
- Veel vooruitgang in de wiskunde >> stelling van Pythagoras, wet van Archimedes.

Griekse filosofen: nadenken over hoe mensen het beste kunnen leven
- Socrates: ergerde zich aan mensen die stellig wisten hoe alles in elkaar zit (je weet
nog niks, er is zóveel niet bewezen)
- Plato: leerling van Socrates, had kritiek op het bestuur in Athene (mensen waren
makkelijk te misleiden door volksmenners (handige sprekers) en wispelturig, de
meerderheid had niet altijd gelijk) -> nadenken over wat de beste manier van
besturen is
- Aristoteles: leerling van Plato, vond dat alle vormen van politiek samen moesten
worden gevoegd om een sterk bestuur te bouwen en dat mensen kennis moesten
krijgen voor het nemen van juiste beslissingen

, KA5: De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
De bouwkunst en de beeldhouwkunst van de Grieken zijn van een zeer hoog niveau en zijn
zeer herkenbaar (zuilen, timpaan, levensechte beelden).
 De Romeinen hebben de Griekse bouwvorm en beeldhouwkunst van de Grieken
overgenomen en er eigen elementen aan toegevoegd. Zo ontstond er een
mengcultuur, die we de klassieke beschaving noemen

KA6: de groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-
Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde
509 v.C. tot 27 v.C.: Rome was een Republiek om machtsmisbruik te voorkomen
- 2 consuls/legerleiders (elk jaar opgevolgd)
- senaat (de raad van oudere, adviseert de consuls)
 Oligarchie (klein groepje aan de macht)
Romeinen willen niet alleen Italië, maar heel imperium
Bij het einde van de Republiek werd het Romeinse Rijk steeds groter
- Sterk gedisciplineerd leger
- Goede grensverdediging (limès)
- Goede infrastructuur
- Goed democratisch bestuur
 Romanisering = andere volken nemen de Romeinse cultuur over
Grieken hebben een hoge cultuur
- Beeldende kunst
- Filosofen
- Architectuur
Romeinen veroveren Griekse stadsstaten
 Romeinen nemen Griekse cultuur
 Grieks-Romeinse cultuur
 Romeinen verspreiden deze cultuur over heel Europa


Ontstaan langzamerhand wat moeilijkheden…
 Senaat werd machtiger, omdat het besturen van het grote Romeinse Rijk ingewikkeld
was
 Invloed Griekse cultuur sterker door de overname hiervan
 Boeren naar de stad -> toename proletariërs
 Handel en belasting -> toename rijke mensen
 Meer slaven
 Romeinse leger minder sterk, doordat steeds meer boeren proletariërs werden (die
zelf uitrusting moesten regelen, wat dus voor slechte uitrusting zorgde)

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Uploaded on
November 18, 2022
Number of pages
23
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$10.77
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
cocowolters

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
cocowolters Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
3 year
Number of followers
1
Documents
10
Last sold
3 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions