131
HOOFDSTUK 6: HOND
INLEIDING
▪ In België → meer dan 20% v/d gezinnen heeft hond als huisdier
▪ Normaliter eerder als huisdier gehouden, maar ook veel specifieke doeleinden:
o Honden voor de samenleving
▪ Politiehonden → afgericht voor waken, verdedigen, spoorzoeken …
▪ Reddingshonden → opsporen van mensen of dieren in nood
▪ Truffelhonden → gebruikt voor het zoeken van truffels (soort paddenstoel)
o Honden in dienst voor de mens
▪ Blindgeleidenhonden → heel geschikt karakter voor begeleiding
▪ Hulphonden → voorwerpen oprapen, achteruitgaan, kasten en deuren openen, … voor rolstoelpatiënten
▪ Transporthonden → ook al is het verboden om honden te laten trekken
o Sporthonden
▪ Jachthonden: jagen o.b.v. hun geur
▪ Renhonden
• Lopen gemuilkorfd achter elektrische gedreven kunsthaas aan
▪ Worden ingedeeld in snelheidsklassen en rasgroepen
▪ Trekhonden: zoals melkkar voortrekken
• West-Europa: verboden honden als trekdier te gebruiken
• Vooral in Scandinavische landen nog gebruikt als sledehond
o Voornamelijk Husky’s: enorme wil om te lopen, erg gehard
o Werkproeven voor honden: hoe goed zijn honden in bepaalde werkproeven?
▪ Agility: behendigheidsproeven, zo snel mogelijk hindernissen overwinnen
▪ Sporen zoeken van verborgen mensen/objecten
▪ Gedrags- en gehoorzaamheidstesten (bv. in lijn lopen, …)
▪ Herdershonden: kudde schapen hoeden
▪ Jachthonden: hoe honden jagen, hoe goed ze luisteren …
o Honden voor plezier
▪ Circushonden: vooral poedels
UITWENDIGE BEOORDELING VAN DE HOND
▪ Hondententoonstellingen: zoals Crufts
▪ Elk ras heeft rasstandaarden: wat wordt verwacht van ras, vult de hond die in?
▪ FCI: federatie van internationale hondenliefhebbers
▪ In België: Koninklijke Maatschappij Sint Hubertus (KMSH)
DYNAMICA
▪ Net zoals paarden eerder afgestemd op lengtesprongen en geen hoogtesprongen
▪ Stap: zelfde beenzetting als bij paarden
▪ Draf: aantal varianten
o Diagonale draf
▪ Gewone draf
• Voorbenen worden iets vroeger opgeheven dan achterbenen
• Als het ware wordt er ingetreden
▪ Geworpen draf
• Knieën worden extra opgeheven
• Sterk gelijkend op die van het paard
▪ Rendraf
• Wordt overgetreden
• Soms in zulke maten dat volledige achterhand meewiegt
▪ Telgang: zelfde als bij paarden (slechts bij aantal soorten)
, 132
▪ Galop
o Gewone galop
o Rengalop
o Spronggalop
▪ Springt beurtelings vanuit voorhand en achterhand → sterke beweging van gans lichaam + sterke rug
vereist
▪ 2 zweeffasen
• Eenmaal met 4 benen verzameld
• Eenmaal met 4 benen gestrekt
▪ Steunschema van de benen
Figuur 125: telgang (links), diagonale draf (midden) en ingetreden gewone draf (rechts)
Figuur 126: Overgetreden rendraf (links), geworpen draf (midden) en gewone galop (rechts)
, 133
Figuur 127: spronggalop met verzamelde zweeffase (links) en gestrekte zweeffase (rechts)
SIGNALEMENT VOLGENS G R H O K A D
▪ Naast GRHOKAD-systeem → ook andere manier om te identificeren
o Schetsen van het silhouet
o Foto’s van linkerzijde, rechterzijde en vooraanzicht om lengtes aan te duiden
o Tatoeages: op binnenzijde van oorschelp, met tang en prikblokjes …
o Chip: onderhuids (verplicht bij honden geboren vanaf 01/09/1998)
GESLACHT
▪ Reu = mannetje
▪ Teef = vrouwtje
HOOGTE
▪ Zeer groot: 70 cm
▪ Groot: 55 cm
▪ Middelgroot: 35 – 55 cm
▪ Kleine honden: 20 – 35 cm
OUDERDOM
▪ Vooral bepalen aan de hand van het uiterlijk
▪ Tandformules
o Melkgebit (totaal: 28 tanden in totaal)
▪ 6 snijtanden in de boven- en onderkaak
▪ 2 haaktanden in de boven- en onderkaak
▪ 6 premolaren in de boven- en onderkaak
o Volwassen gebit (totaal: 42 tanden) → anisodont
▪ 6 snijtanden in de boven- en onderkaak
▪ 2 haaktanden in de boven- en onderkaak
▪ 6 premolaren in de boven- en onderkaak
▪ 6 molaren in de boven- en onderkaak
▪ Soorten tanden:
o Scheurkiezen/knipkiezen (P4 + M1) Figuur 128: overzicht van de tanden in één kaakhelft
▪ Nodig om vlees van prooi te kunnen afscheuren
▪ Opmerking: deze scheurkiezen zien er anders uit dan bij de kat!
o Snijtanden
▪ Zijn groter in bovenkaak
▪ Grootte neemt toe van binnen naar buiten
• Bovenkaak: drie lobben (waarvan middelste de grootste)
• Onderkaak: twee lobben (grote en kleine lob)
▪ Slijtage begint aan de hoofdlob → tast daarna zijlobben aan
o Haaktanden
▪ Groot, kegelvormig, zijdelings afgeplat
▪ In bovenkaak → ingeplant achter haaktanden v/d onderkaak
, 134
▪ Afwijkingen
o Verkort hoofd
▪ Kiezen ontbreken (bv. doggen)
▪ Lange kaken kunnen meer maaltanden bevatten (bv.
windhonden)
o Tanggebit
▪ De uiteinden van de snijtanden van de boven- en
onderkaak staan op elkaar
o Schaargebit
▪ Snijtanden van de bovenkaak glijden over die van de
onderkaak zonder contact te verliezen
Figuur 129: voorbeeld van een schaargebit
▪ Onderkaak is iets kleiner dan bovenkaak
KLEUR: HAARKLEED EN AFTEKENINGEN
HOOFDKLEUREN
▪ Eenvormig/uniform/effen
o Zwart
o Felrood
o Blauw
o Chocolade (tot zelfs lila)
o …
▪ Tweekleurig
o Meestal zwart + roestbruin → black and tan patroon
o Roestkleurige aftekeningen
▪ Komen scherp afgelijnd + boven elk oog + aan de snuit + de keel + wangen + voorborst + alle benen
(overwegend aan binnenzijde) + voeten + onder de staart rondom de anus voor
o Ook combinatie donkerder bruin + roestbruin → chocolate and tan patroon
▪ Driekleurig
o Wit
o Rood
o Zwart
▪ Peper-en-zout
o In principe kleur van blonde haren die aan het vergrijzen zijn
o Vertoont verschillende schakeringen van eenzelfde tint in de vacht
▪ Mengpatroon
o Merle-gen x 1
▪ Kleuren
• Blue Merle (grijsblauwe zones)
• Yellow Merle
• Red Merle
▪ Andere
• Iris is dikwijls licht gekleurd Figuur 130: Blue Merle
• Merle-gen x 2
▪ Kleur(en)
• Volledig wit
• Mogelijks slechts aantal vlekken
▪ Andere
• Volledige/gedeeltelijk blauwe irissen
• Kleine oogballen
• Soms zelfs niet eens ogen
• Meestal volledig/gedeeltelijk doof
• Dikwijls steriel
▪ Uitzondering: grijsheid bij langharige Collie (erfelijk) Figuur 131: Red (Yellow) Merle
HOOFDSTUK 6: HOND
INLEIDING
▪ In België → meer dan 20% v/d gezinnen heeft hond als huisdier
▪ Normaliter eerder als huisdier gehouden, maar ook veel specifieke doeleinden:
o Honden voor de samenleving
▪ Politiehonden → afgericht voor waken, verdedigen, spoorzoeken …
▪ Reddingshonden → opsporen van mensen of dieren in nood
▪ Truffelhonden → gebruikt voor het zoeken van truffels (soort paddenstoel)
o Honden in dienst voor de mens
▪ Blindgeleidenhonden → heel geschikt karakter voor begeleiding
▪ Hulphonden → voorwerpen oprapen, achteruitgaan, kasten en deuren openen, … voor rolstoelpatiënten
▪ Transporthonden → ook al is het verboden om honden te laten trekken
o Sporthonden
▪ Jachthonden: jagen o.b.v. hun geur
▪ Renhonden
• Lopen gemuilkorfd achter elektrische gedreven kunsthaas aan
▪ Worden ingedeeld in snelheidsklassen en rasgroepen
▪ Trekhonden: zoals melkkar voortrekken
• West-Europa: verboden honden als trekdier te gebruiken
• Vooral in Scandinavische landen nog gebruikt als sledehond
o Voornamelijk Husky’s: enorme wil om te lopen, erg gehard
o Werkproeven voor honden: hoe goed zijn honden in bepaalde werkproeven?
▪ Agility: behendigheidsproeven, zo snel mogelijk hindernissen overwinnen
▪ Sporen zoeken van verborgen mensen/objecten
▪ Gedrags- en gehoorzaamheidstesten (bv. in lijn lopen, …)
▪ Herdershonden: kudde schapen hoeden
▪ Jachthonden: hoe honden jagen, hoe goed ze luisteren …
o Honden voor plezier
▪ Circushonden: vooral poedels
UITWENDIGE BEOORDELING VAN DE HOND
▪ Hondententoonstellingen: zoals Crufts
▪ Elk ras heeft rasstandaarden: wat wordt verwacht van ras, vult de hond die in?
▪ FCI: federatie van internationale hondenliefhebbers
▪ In België: Koninklijke Maatschappij Sint Hubertus (KMSH)
DYNAMICA
▪ Net zoals paarden eerder afgestemd op lengtesprongen en geen hoogtesprongen
▪ Stap: zelfde beenzetting als bij paarden
▪ Draf: aantal varianten
o Diagonale draf
▪ Gewone draf
• Voorbenen worden iets vroeger opgeheven dan achterbenen
• Als het ware wordt er ingetreden
▪ Geworpen draf
• Knieën worden extra opgeheven
• Sterk gelijkend op die van het paard
▪ Rendraf
• Wordt overgetreden
• Soms in zulke maten dat volledige achterhand meewiegt
▪ Telgang: zelfde als bij paarden (slechts bij aantal soorten)
, 132
▪ Galop
o Gewone galop
o Rengalop
o Spronggalop
▪ Springt beurtelings vanuit voorhand en achterhand → sterke beweging van gans lichaam + sterke rug
vereist
▪ 2 zweeffasen
• Eenmaal met 4 benen verzameld
• Eenmaal met 4 benen gestrekt
▪ Steunschema van de benen
Figuur 125: telgang (links), diagonale draf (midden) en ingetreden gewone draf (rechts)
Figuur 126: Overgetreden rendraf (links), geworpen draf (midden) en gewone galop (rechts)
, 133
Figuur 127: spronggalop met verzamelde zweeffase (links) en gestrekte zweeffase (rechts)
SIGNALEMENT VOLGENS G R H O K A D
▪ Naast GRHOKAD-systeem → ook andere manier om te identificeren
o Schetsen van het silhouet
o Foto’s van linkerzijde, rechterzijde en vooraanzicht om lengtes aan te duiden
o Tatoeages: op binnenzijde van oorschelp, met tang en prikblokjes …
o Chip: onderhuids (verplicht bij honden geboren vanaf 01/09/1998)
GESLACHT
▪ Reu = mannetje
▪ Teef = vrouwtje
HOOGTE
▪ Zeer groot: 70 cm
▪ Groot: 55 cm
▪ Middelgroot: 35 – 55 cm
▪ Kleine honden: 20 – 35 cm
OUDERDOM
▪ Vooral bepalen aan de hand van het uiterlijk
▪ Tandformules
o Melkgebit (totaal: 28 tanden in totaal)
▪ 6 snijtanden in de boven- en onderkaak
▪ 2 haaktanden in de boven- en onderkaak
▪ 6 premolaren in de boven- en onderkaak
o Volwassen gebit (totaal: 42 tanden) → anisodont
▪ 6 snijtanden in de boven- en onderkaak
▪ 2 haaktanden in de boven- en onderkaak
▪ 6 premolaren in de boven- en onderkaak
▪ 6 molaren in de boven- en onderkaak
▪ Soorten tanden:
o Scheurkiezen/knipkiezen (P4 + M1) Figuur 128: overzicht van de tanden in één kaakhelft
▪ Nodig om vlees van prooi te kunnen afscheuren
▪ Opmerking: deze scheurkiezen zien er anders uit dan bij de kat!
o Snijtanden
▪ Zijn groter in bovenkaak
▪ Grootte neemt toe van binnen naar buiten
• Bovenkaak: drie lobben (waarvan middelste de grootste)
• Onderkaak: twee lobben (grote en kleine lob)
▪ Slijtage begint aan de hoofdlob → tast daarna zijlobben aan
o Haaktanden
▪ Groot, kegelvormig, zijdelings afgeplat
▪ In bovenkaak → ingeplant achter haaktanden v/d onderkaak
, 134
▪ Afwijkingen
o Verkort hoofd
▪ Kiezen ontbreken (bv. doggen)
▪ Lange kaken kunnen meer maaltanden bevatten (bv.
windhonden)
o Tanggebit
▪ De uiteinden van de snijtanden van de boven- en
onderkaak staan op elkaar
o Schaargebit
▪ Snijtanden van de bovenkaak glijden over die van de
onderkaak zonder contact te verliezen
Figuur 129: voorbeeld van een schaargebit
▪ Onderkaak is iets kleiner dan bovenkaak
KLEUR: HAARKLEED EN AFTEKENINGEN
HOOFDKLEUREN
▪ Eenvormig/uniform/effen
o Zwart
o Felrood
o Blauw
o Chocolade (tot zelfs lila)
o …
▪ Tweekleurig
o Meestal zwart + roestbruin → black and tan patroon
o Roestkleurige aftekeningen
▪ Komen scherp afgelijnd + boven elk oog + aan de snuit + de keel + wangen + voorborst + alle benen
(overwegend aan binnenzijde) + voeten + onder de staart rondom de anus voor
o Ook combinatie donkerder bruin + roestbruin → chocolate and tan patroon
▪ Driekleurig
o Wit
o Rood
o Zwart
▪ Peper-en-zout
o In principe kleur van blonde haren die aan het vergrijzen zijn
o Vertoont verschillende schakeringen van eenzelfde tint in de vacht
▪ Mengpatroon
o Merle-gen x 1
▪ Kleuren
• Blue Merle (grijsblauwe zones)
• Yellow Merle
• Red Merle
▪ Andere
• Iris is dikwijls licht gekleurd Figuur 130: Blue Merle
• Merle-gen x 2
▪ Kleur(en)
• Volledig wit
• Mogelijks slechts aantal vlekken
▪ Andere
• Volledige/gedeeltelijk blauwe irissen
• Kleine oogballen
• Soms zelfs niet eens ogen
• Meestal volledig/gedeeltelijk doof
• Dikwijls steriel
▪ Uitzondering: grijsheid bij langharige Collie (erfelijk) Figuur 131: Red (Yellow) Merle