Een wond is de verbreking van de normale weefselstructuur inwendig en/of uitwendig.
Wonden kunnen op verschillende manieren ontstaan:
- mechanisch scherp geweld
- mechanisch stomp geweld (inwendig)
- vaste voorwerpen
Verwondingen door scherp geweld
- schaafwond, ontvelling
- snijwond
- steekwond
- scheurwond
- schotwond
- beet
- insectensteek
Verwondingen stomp geweld
- contusie
- fractuur
- luxatie
- orgaanruptuur
Verwondingen door vaste voorwerpen
- chemische wond
- elektrisch letsel
- stralingsletsel
- thermisch letsel
- infectiewonden
- oncologische wonden
- door circulatiestoornissen
Wondgenezing
Bij een verwonding stroomt het bloed in de wondspleet. Het bloed stolt en er ontstaat een
korst. Na enige tijd verdwijnt de korst en vult de wond zich met roze, korrelig weefsel =
granulatieweefsel. Later wordt het litteken wit en plat.
Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op de wondgenezing.
Plaatselijke factoren:
- soort en plaats van de wond
- verontreiniging van de wond
- doorbloeding van het wondgebied
Algemene factoren:
- algemene conditie van de zorgvrager
- leeftijd
- mate van bloedverlies
Primaire wondgenezing
- schoon en zonder problemen
- direct na het hechten
- nieuw huidweefsel
Secundaire wondgenezing
- wonden niet schoon
- littekenweefsel in de wond
, - granulatieweefsel
- blijft kwetsbaar
Methodisch werken
Houd rekening met de gevoelens van de zorgvrager die deze heeft over zijn wonden (angst,
schaamte, onzeker). Stem je zorg af op de levensfase van de zorgvrager.
De algemene gezondheidstoestand van de zorgvrager kan iets zeggen over de
wondgenezing. Bij een zorgvrager met een slechte conditie geneest de wond minder snel.
Daarom observeer je dagelijks:
- algehele gezondheidstoestand
- conditie
- voedingstoestand
- manier van mobiliseren/rust
- slaappatroon
- lichaamstemperatuur
- eventuele (pijn) klachten
Door goede voorlichting en instructie te geven kun je ervoor zorgen dat de zorgvrager minder
last heeft van vervelende gevoelens. Ook verbeter je daardoor de wondzorg.
Bij wondverzorging tref je voorzorgsmaatregelen en volg je procedures en protocollen.
- WCS classificatiemodel
- nat-droog subclassificatiemodel
Coördinatie en rapportage van de zorg is belangrijker. En het is belangrijk om de zorgvrager
te vragen hoe hij de wondverzorging ervaart. Noteer vooruitgang of verbetering van de wond
en pas zo nodig in opdracht van de arts de behandeling aan.
Maatregelen ter bevordering van de wondgenezing
- Verbetering van de lichamelijke conditie
- Aangepast medicijngebruik
- Bevordering circulatie en zuurstofvoorziening
Je verzorg wonden altijd zo hygiënisch, aseptisch (ziektekiemvrij) mogelijk. Daarbij gelden
de volgende aandachtspunten:
- handen wassen vóór de handeling (WIP procedure)
- alles klaarleggen
- steriele materialen + handschoenen (denk aan latexallergie)
- steriel werkveld
- speciale afvalemmer
- handschoenen uittrekken door ze binnenstebuiten van de hand af te stropen
- instructies geven aan zorgvragers
In opdracht een wond verzorgen
Een verpleegtechnische handeling in opdracht van een arts.
1. Voorkom besmetting
2. Zorg voor droog verband
3. Bevorder plaatselijke doorbloeding
4. Bevorder algehele conditie
5. Zorg voor schone wond
6. Zorg voor ondersteuning van de wond
7. Voorkom verslechtering van de wond
8. Bescherm omliggend weefsel
9. Voorkom onnodige pijn