Leerdoelen Colleges Acute Zorg
Inhoudsopgave
College Hartinfarct week 1............................................................................................................................. 1
College introductie algemene medicijngroepen week 1..................................................................................3
College introductie praktijkonderzoek week 1................................................................................................4
SRV week 1.................................................................................................................................................... 4
College ASS week 2........................................................................................................................................ 8
College verpleegkundig rekenen: gassen week 2............................................................................................ 9
PPO week 2................................................................................................................................................... 9
College praktijkonderzoek week 3.................................................................................................................. 9
College acute verwardheid week 3............................................................................................................... 10
College gastcollege: tuchtraad week 3......................................................................................................... 11
College wettelijke kaders week 3................................................................................................................. 11
College suicidaliteit vanuit verpleegkundig en psychologisch perspectief week 4..........................................13
College stemmingsstoornissen/bipolaire stoornissen week 4.......................................................................14
College Praktijkonderzoek week 4............................................................................................................... 16
College kind & ziekenhuis week 5................................................................................................................. 16
College verpleegkundig rekenen infusie week 6........................................................................................... 18
College pijnbestrijding week 6...................................................................................................................... 19
Hoorcollege Psychologie, gezond blijven week 7..........................................................................................20
Hoorcollege vooroordelen in de zorg week 7................................................................................................22
Hoorcollege normale zwangerschap week 7.................................................................................................23
College Hartinfarct week 1
1. de normale anatomie en fysiologie van de tractus circulatorius beschrijven (zie ook de
doelstellingen over de tractus circulatorius uit het Basissemester);
, Kleine bloedsomloop: rechter atrium - tricuspidalisklep(AV-kleppen) - rechter ventrikel -
arteria pulmonalis (longslagader) – arteriolen – longcapillairen – venulen - venen.
Grote bloedsomloop: linker atrium – mitralisklep - linker ventrikel – aorta – arteriolen –
capillairen – venulen – venen.
Bloedvaten ( endotheelbekleding, spierlaag, bindweefsel ter fixatie)
- Aterien: transport vanaf het hart (opvang hogedrukken)
- (Arteriolen)
- Capillairen: uitwisseling
- (venulen)
- Venen: transport naar het hart en opslag (lage drukken)
Bloed: Functie: transportmedium (in vloeistof opgeloste cellen en moleculaire deeltjes,
zoals zuurstof, kooldioxide, voedingsstoffen, brandstoffen en afvalstoffen) Afweer,
bloedstelping en bloedstolling
Cellulaire fractie (45%)
- Erytrocyten
- Leukocyten
- Trombocyten
Bloedplasma (55%)
- Water
- Eiwitten
- Elektrolyten
- Elementaire stoffen (voeding, afval)
- Overige
Pompsystemen: Stroming op basis van krachten/drukverschillen
- Vis a tergo (voortstuwende werking van het hart, windketelfunctie van de
arteriën)
- Vis a fronte (aanzuigende werking van het hart)
- Vis a latere (spierpompfunctie van de skeletspieren, elastische vezels in de
bloedvaten
Eenrichtingsverkeer is noodzakelijk, dankzij de aanwezigheid van kleppen.
2. de pathofysiologische processen beschrijven, die kunnen leiden tot ischemische hartziekten;
Vaatwandveranderingen in het arteriële vaatbed (arteriosclerose). Door een
atheromateuze plaque vernauwd of afgesloten is/raken. Een afsluiting kan het gevolg van
de plaque zijn of plaques in combinatie met trombose. Vernauwing leidt tot angina
pectoris en afsluiting tot een myocardinfarct.
3. de klachten en symptomen bij een zorgvrager met een ischemische hartziekte benoemen en
verklaren;
Angina pectoris (pijn op de borst), kan zowel in rust als inspanning, en afnemen en
aanhouden. Uitstraling van de pijn. Vegetatieve verschijnselen (zweten, misselijkheid,
braken).
4. met behulp van tekeningen het verschil tussen een STEMI en een non-STEMI inzichtelijk
maken;
Transmuraal(hartspier over bijna de gehele wand afgestorven) en subendocardiaal
(hartspier minder dan de helft van de wand afgestorven)
, Stemi en Nonstemi.
Bij een Stemi heeft iemand de symptomen van een hartinfarct maar ook verhoging van ST-
elevatie, dat te zien is op een hartfimpje (ECG).
Bij een Nonstemi heeft iemand de symptomen van een hartinfarct maar geen verhoging
van ST-elevatie, dat niet te zien is op een hartfilmpje (ECG). Dan is de bloedtoevoer naar de
harspier eveneens verminderd, maar zonder dat dat zichtbaar is als een verhoging.
5. de klachten en verschijnselen bij de verschillende vormen van een decompensatio cordis bij
een zorgvrager herkennen en verklaren;
- vermoeidheid (zowel in rust als inspanning) (zowel links als rechts)
- Oedeem in buik/benen (rechts)
- Grauwe kleur (links)
- Dyspnoe (links)
6. kan onderzoeksmethoden en behandelstrategieën bij de ischemische hartziekten beschrijven
en toelichten;
Diagnostiek
- ECG (stoornissen in de repolarisatie- of herstelfase)
- Bloedonderzoek (biomarkers) (troponin, ck-mb)
- Cardioechografie/catheterisatie met interventies
Behandeling
- PCI: percutaneus coronary intervention (dotteren, stent plaatsen)
- CABG: coronair angioplastiek bypass graft (omleiding)
- Transcardial laser revascularization
7. verpleegkundige aandachtspunten en acute interventies benoemen bij een zorgvrager met
een acuut hartinfarct.
- Symptomen signaleren, zowel typische als atypische klachten
- Alermering van huisarts of ambulance
- Angst proberen weg te halen, rust bieden
College introductie algemene medicijngroepen week 1
1. de basisprincipes van de farmacokinetiek en farmacodynamiek (zoals die in het
basissemester behandeld zijn) uitleggen;
Farmacokinetiek: Wat het lichaam doet met het geneesmiddel
Farmacodynamiek: Wat het geneesmiddel doet met het lichaam
2. de algemene geneesmiddelgroepen benoemen en de bijbehorende belangrijkste
bijwerkingen toelichten;
- 1e categorie (universele bijwerkingen)
- 2e categorie (doorschieten van de hoofdwerking)
- 3e categorie (niet direct verklaarbaar)
3. uit elke behandelde geneesmiddelgroep enkele veel gebruikte geneesmiddelen naar
stofnaam en merknaam noemen;
Antihypertensiva
- bètablokkers: metoprolol, atenolol
- Calciumantagonisten: amlodipine
Inhoudsopgave
College Hartinfarct week 1............................................................................................................................. 1
College introductie algemene medicijngroepen week 1..................................................................................3
College introductie praktijkonderzoek week 1................................................................................................4
SRV week 1.................................................................................................................................................... 4
College ASS week 2........................................................................................................................................ 8
College verpleegkundig rekenen: gassen week 2............................................................................................ 9
PPO week 2................................................................................................................................................... 9
College praktijkonderzoek week 3.................................................................................................................. 9
College acute verwardheid week 3............................................................................................................... 10
College gastcollege: tuchtraad week 3......................................................................................................... 11
College wettelijke kaders week 3................................................................................................................. 11
College suicidaliteit vanuit verpleegkundig en psychologisch perspectief week 4..........................................13
College stemmingsstoornissen/bipolaire stoornissen week 4.......................................................................14
College Praktijkonderzoek week 4............................................................................................................... 16
College kind & ziekenhuis week 5................................................................................................................. 16
College verpleegkundig rekenen infusie week 6........................................................................................... 18
College pijnbestrijding week 6...................................................................................................................... 19
Hoorcollege Psychologie, gezond blijven week 7..........................................................................................20
Hoorcollege vooroordelen in de zorg week 7................................................................................................22
Hoorcollege normale zwangerschap week 7.................................................................................................23
College Hartinfarct week 1
1. de normale anatomie en fysiologie van de tractus circulatorius beschrijven (zie ook de
doelstellingen over de tractus circulatorius uit het Basissemester);
, Kleine bloedsomloop: rechter atrium - tricuspidalisklep(AV-kleppen) - rechter ventrikel -
arteria pulmonalis (longslagader) – arteriolen – longcapillairen – venulen - venen.
Grote bloedsomloop: linker atrium – mitralisklep - linker ventrikel – aorta – arteriolen –
capillairen – venulen – venen.
Bloedvaten ( endotheelbekleding, spierlaag, bindweefsel ter fixatie)
- Aterien: transport vanaf het hart (opvang hogedrukken)
- (Arteriolen)
- Capillairen: uitwisseling
- (venulen)
- Venen: transport naar het hart en opslag (lage drukken)
Bloed: Functie: transportmedium (in vloeistof opgeloste cellen en moleculaire deeltjes,
zoals zuurstof, kooldioxide, voedingsstoffen, brandstoffen en afvalstoffen) Afweer,
bloedstelping en bloedstolling
Cellulaire fractie (45%)
- Erytrocyten
- Leukocyten
- Trombocyten
Bloedplasma (55%)
- Water
- Eiwitten
- Elektrolyten
- Elementaire stoffen (voeding, afval)
- Overige
Pompsystemen: Stroming op basis van krachten/drukverschillen
- Vis a tergo (voortstuwende werking van het hart, windketelfunctie van de
arteriën)
- Vis a fronte (aanzuigende werking van het hart)
- Vis a latere (spierpompfunctie van de skeletspieren, elastische vezels in de
bloedvaten
Eenrichtingsverkeer is noodzakelijk, dankzij de aanwezigheid van kleppen.
2. de pathofysiologische processen beschrijven, die kunnen leiden tot ischemische hartziekten;
Vaatwandveranderingen in het arteriële vaatbed (arteriosclerose). Door een
atheromateuze plaque vernauwd of afgesloten is/raken. Een afsluiting kan het gevolg van
de plaque zijn of plaques in combinatie met trombose. Vernauwing leidt tot angina
pectoris en afsluiting tot een myocardinfarct.
3. de klachten en symptomen bij een zorgvrager met een ischemische hartziekte benoemen en
verklaren;
Angina pectoris (pijn op de borst), kan zowel in rust als inspanning, en afnemen en
aanhouden. Uitstraling van de pijn. Vegetatieve verschijnselen (zweten, misselijkheid,
braken).
4. met behulp van tekeningen het verschil tussen een STEMI en een non-STEMI inzichtelijk
maken;
Transmuraal(hartspier over bijna de gehele wand afgestorven) en subendocardiaal
(hartspier minder dan de helft van de wand afgestorven)
, Stemi en Nonstemi.
Bij een Stemi heeft iemand de symptomen van een hartinfarct maar ook verhoging van ST-
elevatie, dat te zien is op een hartfimpje (ECG).
Bij een Nonstemi heeft iemand de symptomen van een hartinfarct maar geen verhoging
van ST-elevatie, dat niet te zien is op een hartfilmpje (ECG). Dan is de bloedtoevoer naar de
harspier eveneens verminderd, maar zonder dat dat zichtbaar is als een verhoging.
5. de klachten en verschijnselen bij de verschillende vormen van een decompensatio cordis bij
een zorgvrager herkennen en verklaren;
- vermoeidheid (zowel in rust als inspanning) (zowel links als rechts)
- Oedeem in buik/benen (rechts)
- Grauwe kleur (links)
- Dyspnoe (links)
6. kan onderzoeksmethoden en behandelstrategieën bij de ischemische hartziekten beschrijven
en toelichten;
Diagnostiek
- ECG (stoornissen in de repolarisatie- of herstelfase)
- Bloedonderzoek (biomarkers) (troponin, ck-mb)
- Cardioechografie/catheterisatie met interventies
Behandeling
- PCI: percutaneus coronary intervention (dotteren, stent plaatsen)
- CABG: coronair angioplastiek bypass graft (omleiding)
- Transcardial laser revascularization
7. verpleegkundige aandachtspunten en acute interventies benoemen bij een zorgvrager met
een acuut hartinfarct.
- Symptomen signaleren, zowel typische als atypische klachten
- Alermering van huisarts of ambulance
- Angst proberen weg te halen, rust bieden
College introductie algemene medicijngroepen week 1
1. de basisprincipes van de farmacokinetiek en farmacodynamiek (zoals die in het
basissemester behandeld zijn) uitleggen;
Farmacokinetiek: Wat het lichaam doet met het geneesmiddel
Farmacodynamiek: Wat het geneesmiddel doet met het lichaam
2. de algemene geneesmiddelgroepen benoemen en de bijbehorende belangrijkste
bijwerkingen toelichten;
- 1e categorie (universele bijwerkingen)
- 2e categorie (doorschieten van de hoofdwerking)
- 3e categorie (niet direct verklaarbaar)
3. uit elke behandelde geneesmiddelgroep enkele veel gebruikte geneesmiddelen naar
stofnaam en merknaam noemen;
Antihypertensiva
- bètablokkers: metoprolol, atenolol
- Calciumantagonisten: amlodipine