Financiering 3.2 Formuleblad
Leerdoelen
1. Je kunt de waarde van een onderneming bepalen, waarbij je de vrije kasstroom en de
vermogenskostenvoet (WACC) zelf kunt vaststellen.
2. Je kunt de relatie verklaren tussen de WACC, de waarde van de onderneming en de
wijze van financieren (M&M).
3. Je kent het verband tussen de bèta equity, bèta debt en de asset bèta.
4. Je kunt de waarde en risico van aandelen, obligaties en portfolio’s bepalen.
5. Je kunt in een concrete situatie de motieven van een fusie en/of een overname
weergeven.
6. Je kunt aantonen dat de keuze voor financieren met eigen of vreemd vermogen
invloed
heeft op de investeringsbeslissing.
7. Je kunt werking van de markt voor derivaten (opties, futures) beschrijven en uitleggen
wat de motieven zijn achter de handel in derivaten.
8. Je kunt aan de hand van een ratio-analyse de faillissementskansen van een
onderneming
inschatten.
9. Je weet wat onder voorraad- en debiteurenrisico wordt verstaan en kunt aangeven
hoe
deze risico’s kunnen worden beperkt.
10. Je kunt argumenten geven voor het gekozen dividendbeleid van specifieke
ondernemingen.
Hoofdstuk 2 bepalen van vrije kasstromen
Breedte-investering: verhouding tussen de hoeveelheid kapitaal (machines) en arbeid blijft
gelijk.
Diepte-investering: verhouding tussen de hoeveelheid kapitaal (machine) en arbeid
verandert ten gunste van de machines. (Bvb. Automatisering = minder mensen meer
producten)
Sunk costs
Uitgaven in het verleden gedaan aan onderzoek en marketing
De constante kosten van de bestaande organisatie
Opportunity costs
Omzetverlies van bestaande producten bij uitbreiding of nieuwe markten
Het ‘missen’ van de opbrengst van de directe verkoop van bijvoorbeeld grond door de grond
zelf te gebruiken
Selectiemethodieken
Boekhoudkundig
• Terugverdienperiode (TP)
• Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit
, Gemiddeld Bedrijfsresultaat
GBR = X100%
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen
Economisch
– Netto contante waarde (net present value) = ontvangen vs uitgaven
Stap 1 Bepaal de vrije kasstromen.
Stap 2 Bepaal vermogenskostenvoet (wacc).
n
verwachte vrije kasstromen t
Contante waarde van de investering = ∑
t =0 ( 1+disconteringsvoet ) t
netto contante waarde = ̶ I0 +
positief = investeren
– Interne rentabiliteit (IRR)
Veronderstelling dat tussenliggende vrije kasstromen tegen het berekende
percentage belegd kunnen worden oplossing is aangepaste IRR
Hoofdstuk 4
Cash conversion cycle: periode tussen betaling van grondst. en ontvangsten van verkopen
werkkapitaalbeheer is de beheersing van het productie- en het verkoopproces …
brutowerkkapitaal (voorraad, debiteuren, liquide middelen)
Leerdoelen
1. Je kunt de waarde van een onderneming bepalen, waarbij je de vrije kasstroom en de
vermogenskostenvoet (WACC) zelf kunt vaststellen.
2. Je kunt de relatie verklaren tussen de WACC, de waarde van de onderneming en de
wijze van financieren (M&M).
3. Je kent het verband tussen de bèta equity, bèta debt en de asset bèta.
4. Je kunt de waarde en risico van aandelen, obligaties en portfolio’s bepalen.
5. Je kunt in een concrete situatie de motieven van een fusie en/of een overname
weergeven.
6. Je kunt aantonen dat de keuze voor financieren met eigen of vreemd vermogen
invloed
heeft op de investeringsbeslissing.
7. Je kunt werking van de markt voor derivaten (opties, futures) beschrijven en uitleggen
wat de motieven zijn achter de handel in derivaten.
8. Je kunt aan de hand van een ratio-analyse de faillissementskansen van een
onderneming
inschatten.
9. Je weet wat onder voorraad- en debiteurenrisico wordt verstaan en kunt aangeven
hoe
deze risico’s kunnen worden beperkt.
10. Je kunt argumenten geven voor het gekozen dividendbeleid van specifieke
ondernemingen.
Hoofdstuk 2 bepalen van vrije kasstromen
Breedte-investering: verhouding tussen de hoeveelheid kapitaal (machines) en arbeid blijft
gelijk.
Diepte-investering: verhouding tussen de hoeveelheid kapitaal (machine) en arbeid
verandert ten gunste van de machines. (Bvb. Automatisering = minder mensen meer
producten)
Sunk costs
Uitgaven in het verleden gedaan aan onderzoek en marketing
De constante kosten van de bestaande organisatie
Opportunity costs
Omzetverlies van bestaande producten bij uitbreiding of nieuwe markten
Het ‘missen’ van de opbrengst van de directe verkoop van bijvoorbeeld grond door de grond
zelf te gebruiken
Selectiemethodieken
Boekhoudkundig
• Terugverdienperiode (TP)
• Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit
, Gemiddeld Bedrijfsresultaat
GBR = X100%
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen
Economisch
– Netto contante waarde (net present value) = ontvangen vs uitgaven
Stap 1 Bepaal de vrije kasstromen.
Stap 2 Bepaal vermogenskostenvoet (wacc).
n
verwachte vrije kasstromen t
Contante waarde van de investering = ∑
t =0 ( 1+disconteringsvoet ) t
netto contante waarde = ̶ I0 +
positief = investeren
– Interne rentabiliteit (IRR)
Veronderstelling dat tussenliggende vrije kasstromen tegen het berekende
percentage belegd kunnen worden oplossing is aangepaste IRR
Hoofdstuk 4
Cash conversion cycle: periode tussen betaling van grondst. en ontvangsten van verkopen
werkkapitaalbeheer is de beheersing van het productie- en het verkoopproces …
brutowerkkapitaal (voorraad, debiteuren, liquide middelen)