Jonge denkers over grote religies en de hoorcolleges
Inhoud
Aantekeningen hoorcolleges..................................................................................................................2
Samenvatting boek.................................................................................................................................4
Hoofdstuk 1: Mensbeeld: gedragen door het woord.........................................................................4
Paragraaf 1: Een joods verhaal over waarom de mens er is...........................................................4
Paragraaf 2: Parallel van de mens en taal in de joodse bronnen....................................................5
Paragraaf 3: Mensbeeld, maaltijden en feestdagen.......................................................................6
Hoofdstuk 2: Moraal: tussen wet en vrijheid......................................................................................8
Paragraaf 1: Oude wijsgerige vragen over goed en kwaad.............................................................8
Paragraaf 2: Waar vindt een moderne jood antwoord op ethische vragen?..................................8
Paragraaf 3: Doen is belangrijker dan weten..................................................................................9
, Aantekeningen hoorcolleges
Jodendom kenmerken:
Monotheïstisch
Verbond met God en gehoorzaamheid
Wachten op de komst van de Messias
Houden aan de wetten en regels van god
Een praktisch geloof, om God (JaWeH) te dienen door de wetten na te leven.
Als je moeder Joods is ben jij ook Joods, maar om je als niet-Jood bij het Jodendom te voegen is heel
lastig. Joden zijn hier vaak ook niet heel toegankelijk in.
JaWeH= God
HaShem= de naam (tijdens het voorlezen)
Boeken:
TeNaCH: oude testament.
Tora: 613 wetten. Alle regels en wetten (Tora) zijn opgemaakt aan de hand van wat er in
de TeNaCH staat.
Talmoed (Discussie, uitleg tijdens het voorlezen van de TeNaCH)
‘Soorten’ joden:
Orthodox: leven strikt volgens alle regels, maar hoeven niet in dienst.
Liberale joden: gaan naar de synagoge, maar hebben liberale opvattingen, iets losser in
de regels volgen.
Niet-religieuze joden: mensen die Joods geboren worden, maar niet gelovig zijn.
Geschiedenis Jodendom:
Abraham is een van de eerste aardsvaders. Abraham en Sarah wouden als oud stel kinderen,
vroegen God om hulp. God keurde het goed maar vroeg wel terug dat het kind later geofferd moest
worden aan God. Op het moment dat Abraham zijn zoon (Isaak) zou offeren kwam engel Gabriël om
Abraham te stoppen. Abraham had zichzelf bewezen aan God. Hij moest een ander dier offeren en
werd verteld dat zijn nakomelingen gezegend zouden worden door God.
Jozef (zoon van Jacob (zoon van Isaak)) werd door zijn broers verkocht als slaaf en werd naar Egypte
gebracht. Jozef werd daar benoemd tot prins.
Mozes zei dat ze terug moesten naar het beloofde land (God had dat beloofd). Er kwamen 10 plagen
over Egypte. De joden deden 40 jaar over de tocht van Egypte naar Israël. Onderweg ging Mozes een
berg op, waar hij de 10 woorden tot zich kreeg van God. De joden hadden ondertussen met al het
goud wat ze hadden een gouden kalf gesmolten, Mozes was teleurgesteld en boos.
Koning David was ook een van de volgelingen. Uit zijn huis zou Christus geboren worden. Salomo was
de zoon van David. Salomo heeft de tempel in Jeruzalem gebouwd.