Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 35 pages
Summary

samenvatting stoornissen in de taalontwikkeling 2. Taalwetenschap jaar 1 RUG

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 35 pages

alles wat je moet weten van het van stoornissen in de taalontwikkeling 2 in 1 document. Samenvatting van o.a. alle colleges. Duidelijk overzicht. Taalwetenschap jaar 1 aan de RUG

Content preview

Samenvatting SIT2




Discriminatie; herkennen
Metalinguïstiek; reflectie over taal, het praten over taal.

- Receptief = passief
- Productief = actief
Stippellijn = receptief en door getrokken lijn = productief.

Taalvorm; de vorm die de taal aanneemt (woordjes, zinnetjes)  fonologie, morfologie, syntaxis.
Taalgebruik; pragmatiek (functie en context, verbaal en non-verbaal)
Taalinhoud; semantiek (woordbetekenis, conceptkennis)

Nature (inside-out)
- Genetische aanleg om taal te leren
- aangeboren
Nurture (outside in)
- De mens is een onbeschreven blad dat door de omgeving gevormd wordt
- Aangeleerd.

Model van levelt;

,Feedback loop; je hoort jezelf iets zeggen, neemt dit waar en kan dit verbeteren.
 je hebt dus concept, taal, articulatie (en spraak).

We zijn het er over eens dat het vermogen om taal te verwerven aangeboren is.

Taalontwikkeling begint al voor de geboorte.
 kinderen herkennen spraakgeluiden al in de baarmoeder.
- Zijn gevoelig voor veranderingen in lettergrepen na gewenning, meetbaar in veranderingen in
hartslag. Of aan de zuigpatronen.
- Hebben voorkeur voor stem van de moeder.
- Direct na de geboorte geven ze voorkeur aan passages die de moeder in de baarmoeder
voorgelezen heeft.

Fonologie stemt af op de omgevingstaal;
- Pasgeborenen zijn gevoelig voor fonemische contrasten van alle talen. Van 6 tot 8 maanden
oude kinderen die opgroeien in een engelstalige omgeving kunnen nog Hindi medeklinkers
onderscheiden.
- Dit neemt af bij kinderen van 8-10 maanden oud
- Tegen de leeftijd van 1 jaar is het vermogen van kinderen om klanken te onderscheiden
afgestemd op hun eigen taal.
- Ze verliezen dus eigenlijk een deel van het vermogen om klanken te onderscheiden.

Spraakontwikkeling;
1e levensjaar in maanden.




Baby’s liggen, dus de eerste klanken die komen zijn klanken zoals gaga.




van klanken naar woorden;
- Naast het onderscheiden van klanken, moeten kinderen beginnen te herkennen welke delen van de
klanken die ze horen verschillende woorden zijn.  Pas daarna kunnen ze woorden met betekenissen
in kaart beginnen te brengen.

Fonologie en de eerste woordjes;
12- 18 maanden; eerste 50 woorden.
- Cv vorm
- Consonanten vanuit brabbelen
Eerste woordjes als bal, papa, naan etc.

Regelmatig is dat het kind nog regelmatig laat zien dat hij dit proces niet kan.

,Bootstrapping; beschikbare kennis gebruiken om een ander soort informatie te extraheren.
Verschillende types bootstrapping;
- Fonologische bootstrapping = fonologie gebruiken om woorden in de spraakstroom te
identificeren
- Syntactisch bootstrapping = syntactische functies gebruiken om betekenis te raden
- Semantisch bootstrapping = betekenis gebruiken om syntactische functie te raden

Fonologische ontwikkeling;
12-24 maand; Ontwikkelen CVC en twee-syllabige woorden
- 9-10 initiale consonanten
- 5-6 finale consonanten (CVC)
24-30 maanden; Bewustzijn van rijmen
- 30-36 maanden; Spraak is 50-75% verstaanbaar
- bij 36 maanden (GMS*) Begint zelf te rijmen
3 – 3,6 jaar; Fonologische vereenvoudigingsprocessen worden minder:
- Reduplicatie
- Syllable deletie
- Assimilatie
- Finale consonant deletie
 Deze zijn er nog wel
- Stopping: mes  met; voet  toet (verdwenen bij 3;6j, ongeveer. in
deze volgorde /f, s, v, z, ʃ, ʒ, ʧ, ʤ, θ, ð/ (Bowen, 2011))
- Fronting: voet  toet (verdwenen bij 3;6j)
- Clusterreductie: snoep  soep (verdwenen bij 4j)
- Gliding: leuk  weuk (verdwenen bij 5j)
42-48 maanden (3;6 jaar tot 4 jaar); Duidelijke vermindering van clusterreductie
48-66 maanden (4 jaar tot 5;6 jaar); Spraak is 75-90% verstaanbaar (GMS) De meeste fonologische
vereenvoudigingsprocessen zijn verdwenen  “fouten” met /s/, /ɾ/, /l/ kunnen blijven tot 5;6-6 jaar

Lexicaal semantische ontwikkeling;
- eerste woorden rond eerste levensjaar.
- bij 50 woorden start exponentiële groei van de woordenschat.  er verandert iets in het leren
waardoor ze dit sneller oppikken.

Inhoudswoorden > hebben een lexicale betekenis en roepen dan ook direct
een beeld op in het mentale lexicon (open woordklasse)

- Zelfstandig naamwoorden
- Werkwoorden
- Bijvoeglijk naamwoorden
- Bijwoorden

, Functiewoorden > hebben een grammaticale betekenis (gesloten woordklasse)
- Lidwoorden
- Voorzetsels
- Voegwoorden
- Voornaamwoorden

Semantiek;

Net als bij syntaxis kun je de semantiek beschrijven in termen van:
 Kwantiteit: de omvang van de passieve of actieve woordenschat
twee woordenschatexplosies in de ontwikkeling:
- 1;6 a 2;0 jr: taal leren gebruiken voor verschillende functies,
aanvang 2-wrdzin (min woordenschat 50 wrd)
- 2;6 a 3;0 jr: leefwereld wordt groter (psz/buiten spelen)

 Kwaliteit: de complexiteit van de woorden: het type woorden.
de ontwikkelingslijn:
- van eenvoudige naar complexe semantische betekenissen
- van concreet naar abstract gebruik van woorden
- van absolute naar relatieve begrippen

Morfosyntactische ontwikkeling;

 Eerste zinnen rond tweede levensjaar: telegramstijl
- OndW
 Mean Length of Utterence (MLU) neemt toe, woordvolgorde
 Woordveranderingen:
- Meervouden
- Verkleinwoorden
- Werkwoordvervoegingen
- Vervoegingen bijvoeglijk naamwoorden
 Zinnen
- Mededelende zinnen
- Vraagzinnen
- Gebiedende wijs zinnen
- Samengestelde zinnen: want  omdat (nevenschikking / onderschikking)  want is hier
makkelijker, omdat dit een nevenschikking is. Bij omdat moeten ze de zin ombouwen en dat is
moeilijker.

Pragmatiek;

- communicatieve intenties/functies.
- presuppositie; rekening houden met de (voor)kennis en het perspectief van de luisteraar
(luistercontext) en met de stijl en betekenis van de voorafgaande zinnen (talige context)
- Organisatie van een gesprek: de vaardigheid van het behouden van de dialoog =
conversatievaardigheden.
+ Context: deze beïnvloedt type en vorm van de communicatieve intenties, de informatie die gegeven
moet worden en de wijze waarop conversaties georganiseerd zijn.

Welke intentie heeft de onderliggende boodschap die je door
middel van een (non-)verbale uiting wilt overbrengen? Iedere
(non-)verbale uiting heeft dus een communicatieve functie:
• Expressiefunctie
• Regulatiefunctie

Document information

Study
Uploaded on
November 7, 2022
Number of pages
35
Written in
2021/2022
Type
Summary
$8.92

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
erpit
1.0
(1)
Sold
9
Followers
1
Items
9
Last sold
2 months ago

Reviews from verified buyers



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions