Sociale Zekerheid in Nederland
2.1 De tijd van burgers en stoommachines
Fabrieksarbeid was het belangrijkste middel van bestaan. De meeste mensen woonden in de
stad en werden niet oud. Dit kwam door slechte hygiëne. Ook aten mensen te weinig en te
weinig gevarieerd. Besmettelijke ziektes konden zich zo snel verspreiden. Wie geen inkomen
had was afhankelijk van liefdadigheid, armenzorg of een vakbonden. Armen die geen hulp
van kerken, vakbonden of burgers kregen moesten naar het stadsbestuur. In de tweede
kamer waren 3 groepen, die de armoede op verschillende manieren wilden bestrijden:
O Liberalen wilden geen overheid-bemoeienis bij het armoedeprobleem
O Socialisten wilde dat de overheid zorgde voor verzekeringen.
O Confessionelen vonden dat werkgevers arbeiders beter moesten behandelen.
Vanaf 1870 kwamen er sociale wetten. Zo werkte de landelijke overheid met sociale wetten
aan sociale zekerheid.
Belangrijke jaartallen en gebeurtenis:
1832: Er brak een cholera-epidemie uit, dit kwam doordat mensen weinig weerstand
hadden en hierdoor besmettelijke ziektes zich snel kunnen verspreiden.
1866: Er kwamen vakbonden die geld voor armen inzamelden bij hun leden.
1870: Steeds meer liberalen vonden dat de arbeiders steun en bescherming nodig hadden.
1874: De wet van van Houten werd aangenomen, kinderarbeid voor kinderen onder de 12
jaar werd verboden.
1901: De leerplichtwet trad in werking. De regering pakte ook de slechte huisvestiging van
de arbeiders aan.
2.1 De tijd van burgers en stoommachines
Fabrieksarbeid was het belangrijkste middel van bestaan. De meeste mensen woonden in de
stad en werden niet oud. Dit kwam door slechte hygiëne. Ook aten mensen te weinig en te
weinig gevarieerd. Besmettelijke ziektes konden zich zo snel verspreiden. Wie geen inkomen
had was afhankelijk van liefdadigheid, armenzorg of een vakbonden. Armen die geen hulp
van kerken, vakbonden of burgers kregen moesten naar het stadsbestuur. In de tweede
kamer waren 3 groepen, die de armoede op verschillende manieren wilden bestrijden:
O Liberalen wilden geen overheid-bemoeienis bij het armoedeprobleem
O Socialisten wilde dat de overheid zorgde voor verzekeringen.
O Confessionelen vonden dat werkgevers arbeiders beter moesten behandelen.
Vanaf 1870 kwamen er sociale wetten. Zo werkte de landelijke overheid met sociale wetten
aan sociale zekerheid.
Belangrijke jaartallen en gebeurtenis:
1832: Er brak een cholera-epidemie uit, dit kwam doordat mensen weinig weerstand
hadden en hierdoor besmettelijke ziektes zich snel kunnen verspreiden.
1866: Er kwamen vakbonden die geld voor armen inzamelden bij hun leden.
1870: Steeds meer liberalen vonden dat de arbeiders steun en bescherming nodig hadden.
1874: De wet van van Houten werd aangenomen, kinderarbeid voor kinderen onder de 12
jaar werd verboden.
1901: De leerplichtwet trad in werking. De regering pakte ook de slechte huisvestiging van
de arbeiders aan.