De bloemkooltheorie: loopt ‘t, lukt ‘t en
leeft ‘t
didactisch model dat leraren op een eenvoudige wijze kan helpen hun onderwijs voor te
bereiden, aan te bieden en te evalueren
loopt ‘t (bewegen regelen)
lukt ‘t (bewegen verbeteren)
leeft ‘t (bewegen beleven)
leren is voor ons een verschijnsel dat een zeer unieke, persoonlijke,subjectieve en individuele
kant heeft
didactische vragen voor docent:
-hoe loopt de lesorganisatie (loopt ‘t?)
-hoe lukt de bewegingsactiviteit (lukt’t?)
-hoe leeft het deelnameproces (leeft’t?)
elke toren (vraag) geeft een ander uitzicht over de les
, hoe loopt de organisatie?
associaties: regels, communicatie, leeromgeving, duidelijkheid, sociaal verband, consequent,
opstelling
3 deelvragen:
1.In welke mate is er sprake van gehoorzaamheid?
en rechten en plichten van leerlingen
regels, deze stellen grenzen aan het gedag
*2.In welke mate is er sprake van een gestructureerde taakverdeling?*
organisatie les heeft als primaire functie ervoor zorgen dat leerlingen op betekenisvolle
manier tov elkaar en de les met activiteiten en materialen komen te staan.
structuur/samenhang
onderlinge communicatielijnen, dat communicatie mogelijk is =centraal
bv. leerling moet duidelijkheid krijgen over zijn functie en hoe die verhoud tov anderen
*3.In welke mate is er gezamenlijkheid?*
vraag is of de neuzen dezelfde kant op staan
gezamenlijkheid (achter andere 2 diepere waarde: bv. regels staan in relatie tot veiligheid,
rechtvaardigheid, succes of welbevinden)
organisatie geeft gedeelde doel/richting
dit gezamenlijke doel heeft richting aan welke rechten en plichten dominant worden en welke
taakverdeling we dan als meest gewenst of optimaal kunnen bestempelen
als leraar hierop let: “de leerlingen moeten…, mogen en kunnen (in de zin van: hebben de
mogelijkheid of toestemming om…)
Hoe lukt de activiteit?
associaties: les-of leerdoel, arrangement en leervoorstel, tijd,tempo en richting,
betekenisgebieden, opdracht, niveau van deelnemen, oproepbaarheid,uitbouwbaar en
continueerbaar
*1.In welke mate is de activiteit uitvoerbaar?*
meerendeel moet uit de voeten kunnen met bewegingsaanbod
leeft ‘t
didactisch model dat leraren op een eenvoudige wijze kan helpen hun onderwijs voor te
bereiden, aan te bieden en te evalueren
loopt ‘t (bewegen regelen)
lukt ‘t (bewegen verbeteren)
leeft ‘t (bewegen beleven)
leren is voor ons een verschijnsel dat een zeer unieke, persoonlijke,subjectieve en individuele
kant heeft
didactische vragen voor docent:
-hoe loopt de lesorganisatie (loopt ‘t?)
-hoe lukt de bewegingsactiviteit (lukt’t?)
-hoe leeft het deelnameproces (leeft’t?)
elke toren (vraag) geeft een ander uitzicht over de les
, hoe loopt de organisatie?
associaties: regels, communicatie, leeromgeving, duidelijkheid, sociaal verband, consequent,
opstelling
3 deelvragen:
1.In welke mate is er sprake van gehoorzaamheid?
en rechten en plichten van leerlingen
regels, deze stellen grenzen aan het gedag
*2.In welke mate is er sprake van een gestructureerde taakverdeling?*
organisatie les heeft als primaire functie ervoor zorgen dat leerlingen op betekenisvolle
manier tov elkaar en de les met activiteiten en materialen komen te staan.
structuur/samenhang
onderlinge communicatielijnen, dat communicatie mogelijk is =centraal
bv. leerling moet duidelijkheid krijgen over zijn functie en hoe die verhoud tov anderen
*3.In welke mate is er gezamenlijkheid?*
vraag is of de neuzen dezelfde kant op staan
gezamenlijkheid (achter andere 2 diepere waarde: bv. regels staan in relatie tot veiligheid,
rechtvaardigheid, succes of welbevinden)
organisatie geeft gedeelde doel/richting
dit gezamenlijke doel heeft richting aan welke rechten en plichten dominant worden en welke
taakverdeling we dan als meest gewenst of optimaal kunnen bestempelen
als leraar hierop let: “de leerlingen moeten…, mogen en kunnen (in de zin van: hebben de
mogelijkheid of toestemming om…)
Hoe lukt de activiteit?
associaties: les-of leerdoel, arrangement en leervoorstel, tijd,tempo en richting,
betekenisgebieden, opdracht, niveau van deelnemen, oproepbaarheid,uitbouwbaar en
continueerbaar
*1.In welke mate is de activiteit uitvoerbaar?*
meerendeel moet uit de voeten kunnen met bewegingsaanbod