PRAKTIJKONDERZOEK 1
1. Spelregels van praktijkonderzoek en kwaliteitscriteria
1.1. Inleiding
- Toch kan er sprake zijn van een goede, een minder goede of een slechte kwaliteit ve
onderzoek
- Fouten die kunnen gemaakt worden: fouten tegen betrouwbaarheid en de validiteit
à methodologische kwaliteitseisen
- Daarnaast speelt bruikbaarheid en de relevantie vh onderzoek een rol
- Empirisch onderzoek
o Geldigheid vd onderzoeksresultaten hangt af vd kwaliteit vd waarneming
- Belangrijk aandacht te hebben voor de overdraagbaarheid vd resultaten naar andere
contexten
1.2. Methodologische kwaliteit en bruikbaarheid
1.2.1. Betrouwbaarheid
- Gaat over eerlijkheid en integriteit
- = de mate waarin het resultaat ve meting stabiel is bij een andere onderzoeker, een
ander tijdstip, een ander meetinstrument en overige omstandigheden
- Goede meetprocedures gebruiken zodat toevalsfouten of toevallige verstoringen
kunnen vermeden worden
o Bv. zijn kinderen coöperatief of agressief en slechts één waarneming
verrichten
- Belangrijke voorwaarde: de herhaalbaarheid
- Remedie
o Standaardisering van procedures
o Herhaling en ‘middelen’ van resultaten (niet steeds mogelijk)
o Daarom en vaak: zorgvuldigheid in combinatie met een systematische en
transparante rapportage
1.2.2. Interne validiteit
- Datgene onderzoeken wat je wilt onderzoeken
- Hangt af vh gehanteerde onderzoeksinstrumenten
- Invloeden die de uitkomsten v je onderzoek bepalen, zoveel mogelijk proberen
herkennen en te beschrijven
- Systematische meetfouten vermijden, d.m.v. fouten die het meetinstrument continu
in een bepaalde richting beïnvloeden
o Bv. vraag aan huisvaders in face-to-face interview: hoe vaak bent u
vreemdgegaan?
- Onderzoek met kwalitatief karakter dat resultaten oplevert die sterk verbonden zijn
aan natuurlijke situaties à geldigheid i.p.v. validiteit
o Gehanteerde methoden en instrumenten v dataverzameling à open karakter
1
, PRAKTIJKONDERZOEK 1
- Verhogen van validiteit of geldigheid door triangulatie
- Triangulatie = gebruik maken van verschillende databronnen en
dataverzamelingsmethoden
o Veel toegepast ih kader v methodisch handelen, bv bij intake v nieuwe
cliënten
o Gedachte achter triangulatie: rijker beeld krijgen van de beroepspraktijk als
je:
1. Gebruik maakt van data uit ¹ bronnen (meerdere perspectieven)
2. Deze date op ¹ manieren verzamelt
3. Deze data laat verzamelen en analyseren door ¹ personen
1.2.3. Brontriangulatie
- Als je data verzamelt door gebruik te maken van ¹ bronnen
o Bv. kijken naar cliënten, familieleden, hulpverleners,..
o Bv. variëren in de literatuur
1.2.4. Methodische triangulatie
- Als je gebruik maakt van ¹ methoden
o Bv. kwalitatieve methoden combineren met kwantitatieve methoden
o Bv. naast observeren een vragenlijst afnemen
- Door ¹ methoden te hanteren bij het verzamelen v data maak je de
onderzoeksresultaten krachtiger
- Onderzoek op ¹ tijdstippen: invloed van tijdsgebonden factoren beperken
1.2.5. Onderzoekerstriangulatie
- Met meerdere onderzoekers samenwerken
- Samenwerken = interessant omdat zij uit een ander perspectief kijken
1.3. Richtlijnen voor methodologische kwaliteit en bruikbaarheid
- Verbonden aan 5 criteria (5 vormen van validiteit)
- Alle criteria hangen aan elkaar samen en beïnvloeden elkaar
- Waarde die je toekent aan een criterium wordt bepaald door de aanleiding voor je
onderzoek en de doelen die je wilt bereiken
1.3.1. Katalyserende validiteit
- De mate waarin het onderzoeksproces erop gericht is professionals en andere
belanghebbenden een beter begrip te geven vd beroepspraktijk met het oog op
verbetering
- Jijzelf of je team of organisatie verwerft nieuwe kennis, je ontwikkelt een
onderzoekende houding, je groeit als professional
1.3.2. Democratische validiteit
- De mate waarin het onderzoeksproces erop gericht is professionals en andere
belanghebbenden een beter begrip te geven vd beroepspraktijk met het oog op
verbetering
2
, PRAKTIJKONDERZOEK 1
- Je interpreteert ¹ perspectieven in je onderzoek en je zorgt voor betekenisvolle
participatie waardoor je meer kans hebt dat de resultaten ook effectief kunnen
leiden tot verandering
1.3.3. Procesvaliditeit
- De mate waarin je onderzoeksaanpak overeenkomt met het doorgaande leerproces
van een werknemer of de ontwikkeling van een organisatie en de mate van
overtuiging id bewijsvoering tav beweringen ih onderzoek
- Hou rekening met de context. Verdiep je id organisatie
- Maak gebruik van theorie / stel een theoretisch kader op
- Documenteren.
o Beschrijf het onderzoeksproces zo helder mogelijk: logboek, transparantie
1.3.4. Dialogische validiteit
- De mate waarin het onderzoek op een systematische wijze kritisch gevolgd is door
collega’s of anderen (peers)
- Organiseer een klankbord met critical friends
1.3.5. Resultaatvalideit
- De mate waarin er gebeurtenissen optreden die leiden tot een oplossing vh
probleem
- Validiteit wordt verhoogd als je onderzoek leidt tot verdiepende inzichten en/of
daadwerkelijk bruikbare oplossing van het praktijkprobleem
1.4. Externe validiteit en interne validiteit
1.4.1. Interne validiteit (causal validity)
- Oorzaak-gevolg conclusies
- De mater waarin we erin slagen over oorzaken van verschijnselen ‘goede’ conclusies
te trekken
- Foute causale redeneringen vermijden
- Verwijst naar de kwaliteit van de uitvoering van hert onderzoek
1.4.2. Externe validiteit
- De mate waarin de onderzoeksresultaten ook gelden voor soortgelijke andere
groepen en verschijnselen
- Generaliseerbaarheid = onderzoekers analyseren een specifiek deel van de
werkelijkheid en doen hier uitspraken over. Ze willen dat deze uitspraken gelden
voor een zo groot mogelijke groep personen of situaties
o Bij praktijkonderzoek eerder overdraagbaarheid
2. Oriënteren
- Er kunnen verschillende aanleidingen zijn
o Eigen initiatief: je ervaart een probleem, je bent nieuwsgierig, je wil weten of
interventies werken,…
3
, PRAKTIJKONDERZOEK 1
o Vanuit de organisatie: een probleem of ontwikkeling waar ze zicht wil op
krijgen, in het kader van kwaliteitszorg, een innovatietraject,…
o Door externen:
§ Zorg- en dienstverleners kunnen als onderzoekers ingeschakeld
worden
§ Landelijke ontwikkelingen kunnen aanleiding geven tot onderzoek
!!Elk praktijkonderzoek vertrekt van een probleem (of een loutere
kennisinteresse) !!
2.1. Een praktijkprobleem detecteren en signaleren
- Praktijkprobleem = verschillende situaties die zich kunnen voordoen id
beroepspraktijk
o Kan verwijzen naar hiaten of tekortkomingen in de organisatie
- Verschillende technieken: via brainstormen, logboek bijhouden, reflecteren of
kritisch denken, observatie door collega, in gesprek gaan met collega’s, interne
bronnen screenen, …
- Maak een keuze voor het praktijkprobleem dat je wil onderzoeken
2.2. De context in kaart brengen
- Contextanalyse = het in kaart brengen van de context
- Kenmerken van de beroepspraktijk (checklist)
o Missie, visie, beleid van de organisatie
o Externe omgeving
o Organisatiestructuur
o Primair werkproces
o Kwaliteitszorg
o Organisatiecultuur
o Belangen
o Dagelijkse dynamiek
o Taalgebruik
o Randvoorwaarden
- Relevante actuele ontwikkelingen
2.3. Een praktijkprobleem kiezen
- Checklist met toetscriteria
o Relevantie voor je eigen ontwikkeling
o Relevantie voor de organisatie
o Relevantie voor de beroepsgroep en de samenleving
o Uitvoerbaarheid
2.4. Een verkennende probleemanalyse uitvoeren
- Door ¹ perspectieven à inzicht in de aard vh praktijkprobleem
- Associaatieve technieken: bij het verkennen vh probleem maak je gebruik van je
eigen associaties en associaties van anderen
- Via technieken die je hiervoor kan inzetten:
4
1. Spelregels van praktijkonderzoek en kwaliteitscriteria
1.1. Inleiding
- Toch kan er sprake zijn van een goede, een minder goede of een slechte kwaliteit ve
onderzoek
- Fouten die kunnen gemaakt worden: fouten tegen betrouwbaarheid en de validiteit
à methodologische kwaliteitseisen
- Daarnaast speelt bruikbaarheid en de relevantie vh onderzoek een rol
- Empirisch onderzoek
o Geldigheid vd onderzoeksresultaten hangt af vd kwaliteit vd waarneming
- Belangrijk aandacht te hebben voor de overdraagbaarheid vd resultaten naar andere
contexten
1.2. Methodologische kwaliteit en bruikbaarheid
1.2.1. Betrouwbaarheid
- Gaat over eerlijkheid en integriteit
- = de mate waarin het resultaat ve meting stabiel is bij een andere onderzoeker, een
ander tijdstip, een ander meetinstrument en overige omstandigheden
- Goede meetprocedures gebruiken zodat toevalsfouten of toevallige verstoringen
kunnen vermeden worden
o Bv. zijn kinderen coöperatief of agressief en slechts één waarneming
verrichten
- Belangrijke voorwaarde: de herhaalbaarheid
- Remedie
o Standaardisering van procedures
o Herhaling en ‘middelen’ van resultaten (niet steeds mogelijk)
o Daarom en vaak: zorgvuldigheid in combinatie met een systematische en
transparante rapportage
1.2.2. Interne validiteit
- Datgene onderzoeken wat je wilt onderzoeken
- Hangt af vh gehanteerde onderzoeksinstrumenten
- Invloeden die de uitkomsten v je onderzoek bepalen, zoveel mogelijk proberen
herkennen en te beschrijven
- Systematische meetfouten vermijden, d.m.v. fouten die het meetinstrument continu
in een bepaalde richting beïnvloeden
o Bv. vraag aan huisvaders in face-to-face interview: hoe vaak bent u
vreemdgegaan?
- Onderzoek met kwalitatief karakter dat resultaten oplevert die sterk verbonden zijn
aan natuurlijke situaties à geldigheid i.p.v. validiteit
o Gehanteerde methoden en instrumenten v dataverzameling à open karakter
1
, PRAKTIJKONDERZOEK 1
- Verhogen van validiteit of geldigheid door triangulatie
- Triangulatie = gebruik maken van verschillende databronnen en
dataverzamelingsmethoden
o Veel toegepast ih kader v methodisch handelen, bv bij intake v nieuwe
cliënten
o Gedachte achter triangulatie: rijker beeld krijgen van de beroepspraktijk als
je:
1. Gebruik maakt van data uit ¹ bronnen (meerdere perspectieven)
2. Deze date op ¹ manieren verzamelt
3. Deze data laat verzamelen en analyseren door ¹ personen
1.2.3. Brontriangulatie
- Als je data verzamelt door gebruik te maken van ¹ bronnen
o Bv. kijken naar cliënten, familieleden, hulpverleners,..
o Bv. variëren in de literatuur
1.2.4. Methodische triangulatie
- Als je gebruik maakt van ¹ methoden
o Bv. kwalitatieve methoden combineren met kwantitatieve methoden
o Bv. naast observeren een vragenlijst afnemen
- Door ¹ methoden te hanteren bij het verzamelen v data maak je de
onderzoeksresultaten krachtiger
- Onderzoek op ¹ tijdstippen: invloed van tijdsgebonden factoren beperken
1.2.5. Onderzoekerstriangulatie
- Met meerdere onderzoekers samenwerken
- Samenwerken = interessant omdat zij uit een ander perspectief kijken
1.3. Richtlijnen voor methodologische kwaliteit en bruikbaarheid
- Verbonden aan 5 criteria (5 vormen van validiteit)
- Alle criteria hangen aan elkaar samen en beïnvloeden elkaar
- Waarde die je toekent aan een criterium wordt bepaald door de aanleiding voor je
onderzoek en de doelen die je wilt bereiken
1.3.1. Katalyserende validiteit
- De mate waarin het onderzoeksproces erop gericht is professionals en andere
belanghebbenden een beter begrip te geven vd beroepspraktijk met het oog op
verbetering
- Jijzelf of je team of organisatie verwerft nieuwe kennis, je ontwikkelt een
onderzoekende houding, je groeit als professional
1.3.2. Democratische validiteit
- De mate waarin het onderzoeksproces erop gericht is professionals en andere
belanghebbenden een beter begrip te geven vd beroepspraktijk met het oog op
verbetering
2
, PRAKTIJKONDERZOEK 1
- Je interpreteert ¹ perspectieven in je onderzoek en je zorgt voor betekenisvolle
participatie waardoor je meer kans hebt dat de resultaten ook effectief kunnen
leiden tot verandering
1.3.3. Procesvaliditeit
- De mate waarin je onderzoeksaanpak overeenkomt met het doorgaande leerproces
van een werknemer of de ontwikkeling van een organisatie en de mate van
overtuiging id bewijsvoering tav beweringen ih onderzoek
- Hou rekening met de context. Verdiep je id organisatie
- Maak gebruik van theorie / stel een theoretisch kader op
- Documenteren.
o Beschrijf het onderzoeksproces zo helder mogelijk: logboek, transparantie
1.3.4. Dialogische validiteit
- De mate waarin het onderzoek op een systematische wijze kritisch gevolgd is door
collega’s of anderen (peers)
- Organiseer een klankbord met critical friends
1.3.5. Resultaatvalideit
- De mate waarin er gebeurtenissen optreden die leiden tot een oplossing vh
probleem
- Validiteit wordt verhoogd als je onderzoek leidt tot verdiepende inzichten en/of
daadwerkelijk bruikbare oplossing van het praktijkprobleem
1.4. Externe validiteit en interne validiteit
1.4.1. Interne validiteit (causal validity)
- Oorzaak-gevolg conclusies
- De mater waarin we erin slagen over oorzaken van verschijnselen ‘goede’ conclusies
te trekken
- Foute causale redeneringen vermijden
- Verwijst naar de kwaliteit van de uitvoering van hert onderzoek
1.4.2. Externe validiteit
- De mate waarin de onderzoeksresultaten ook gelden voor soortgelijke andere
groepen en verschijnselen
- Generaliseerbaarheid = onderzoekers analyseren een specifiek deel van de
werkelijkheid en doen hier uitspraken over. Ze willen dat deze uitspraken gelden
voor een zo groot mogelijke groep personen of situaties
o Bij praktijkonderzoek eerder overdraagbaarheid
2. Oriënteren
- Er kunnen verschillende aanleidingen zijn
o Eigen initiatief: je ervaart een probleem, je bent nieuwsgierig, je wil weten of
interventies werken,…
3
, PRAKTIJKONDERZOEK 1
o Vanuit de organisatie: een probleem of ontwikkeling waar ze zicht wil op
krijgen, in het kader van kwaliteitszorg, een innovatietraject,…
o Door externen:
§ Zorg- en dienstverleners kunnen als onderzoekers ingeschakeld
worden
§ Landelijke ontwikkelingen kunnen aanleiding geven tot onderzoek
!!Elk praktijkonderzoek vertrekt van een probleem (of een loutere
kennisinteresse) !!
2.1. Een praktijkprobleem detecteren en signaleren
- Praktijkprobleem = verschillende situaties die zich kunnen voordoen id
beroepspraktijk
o Kan verwijzen naar hiaten of tekortkomingen in de organisatie
- Verschillende technieken: via brainstormen, logboek bijhouden, reflecteren of
kritisch denken, observatie door collega, in gesprek gaan met collega’s, interne
bronnen screenen, …
- Maak een keuze voor het praktijkprobleem dat je wil onderzoeken
2.2. De context in kaart brengen
- Contextanalyse = het in kaart brengen van de context
- Kenmerken van de beroepspraktijk (checklist)
o Missie, visie, beleid van de organisatie
o Externe omgeving
o Organisatiestructuur
o Primair werkproces
o Kwaliteitszorg
o Organisatiecultuur
o Belangen
o Dagelijkse dynamiek
o Taalgebruik
o Randvoorwaarden
- Relevante actuele ontwikkelingen
2.3. Een praktijkprobleem kiezen
- Checklist met toetscriteria
o Relevantie voor je eigen ontwikkeling
o Relevantie voor de organisatie
o Relevantie voor de beroepsgroep en de samenleving
o Uitvoerbaarheid
2.4. Een verkennende probleemanalyse uitvoeren
- Door ¹ perspectieven à inzicht in de aard vh praktijkprobleem
- Associaatieve technieken: bij het verkennen vh probleem maak je gebruik van je
eigen associaties en associaties van anderen
- Via technieken die je hiervoor kan inzetten:
4