Psychologische stromingen = verschillende visies op de mens en psychologie
≈ Rivieren
• Grillig en veranderlijk
• Bronnen niet duidelijk
• Vertakkingen = substromingen
Zelfbewustzijn = kunnen stilstaan bij en reflecteren over ons menselijk bestaan.
= complexe wisselwerking tussen ons bewustzijn en onze omgeving met lichaam als
grensstructuur
Werkelijkheid = hallucinatie + voorspellingen => waarneming beïnvloedt door die verwachtingen.
Epistemologie = aard, oorsprong en limieten van menselijke kennis
• Géén rechtstreeks toegang tot dé waarheid
• Ook niet tot de ervaring van anderen
Werkelijkheid weergeven en uitdrukken = weten ≠waarheid
Taal:
• Altijd effecten
• Passende taal zoeken
• Elke stroming heeft zijn eigen begrippenkader
Negative capacity of capability = als dienstverlener de onzekerheden kunnen verdagen.
Mensbeelden = manier om naar de wereld te kijken
• Mechanistisch:
o Mens = mechaniek
o Mens ≈ dieren
o Experimenten op dieren
o Maakbaar dus kan veranderen
o Geheel = som v/d delen (zowel biologisch als psychologisch)
o Mensen in verband kunnen brengen => lineair-causaal verband
o Reductionistisch = geen of beperkte verklaringen en oplossingen
• Personalistisch:
o Complex
o Mens is uniek dus geen categorieën nodig
o Geen experimenten op dieren
o Minst wetenschappelijk onderzoek
• Organistisch
o Mens = natuurlijks
o Geheel = meer dan de som van de delen
o Dierenexperimenten kunnen nuttig zijn maar kritisch blijven
o Omgeving!!
o Nooit volledig voorspelbaar
o Circulair verklaringsmodel
, • Relationeel-holistisch
o Geheel = meer dan de som van de delen
o Onderlinge samenhang & wisselwerking van die onderdelen
Psychologie = ingewikkeld
• Geen definitie
• Extern = veel gelijkenissen met andere wetenschappen
• Intern = veel discussie tussen psychologen
•
Ziekte gezondheid
Bio-psycho-sociaal model Preventiemodel
ICF (International classification of functioning)
, Medische psychologie -> behavioral medecine en gezondheidspsychologie
• Gezonde levensstijl bevorderen
• Psychologische begeleiding bij chronische ziektes
• Ondersteunen omgaan met angst, onzekerheid, pijn en volhouden behandeling
Medicalisering = ervaringen bestempelen met ziekte en willen behandelen met medicijnen
Oorzaken van gedrag (Behave – Robert Sapolsky)
Positief gedrag = prosociaal gedrag
Negatief gedrag = antisociaal gedrag
1. Context bepaalt als gedrag + OF – wordt ervaren.
Seconden voor een gedrag
Motorische cortex geeft signaal door neurotransmitters
Hardwired circuit:
• Snel
• Automatisch
• Limbisch systeem (hypothalamus en amygdala)
• Basisemoties
Softwired circuit:
• Trager
• Bewust
• Prefrontale cortex
• Beredeneerde beslissingen
Seconden tot minuten
Cues = wat zintuigen waarnemen => priming
Uren tot dagen
Hormonen:
• Testosteron: competitiever maar soms ook altruïstisch
• Oxytocine: warme gevoelens en slechte ervaringen beter onthouden
Dagen tot maanden
Neuroplasticiteit = hersenen passen zich aan tijdens een leerproces, trauma…
Bevrucht eitje
Genen + context = bepalend
Terug naar de geboorte
Veilige hechting = noodzakelijk
Pubertijd
Frontale cortex rijpt als laatste => minder beïnvloedt door genen