Samenvatting H12
Materialen
VWO 6
Type Voorbeelden
materiaaleigenschap
Chemisch Corrosiebestendigheid, hydrofiel,
hydrofoob, brandbaarheid,
oplosbaarheid, uv-gevoeligheid
Elektrisch Soortelijke weerstand
Mechanisch Treksterkte, druksterkte, hardheid,
dichtheid, vervormbaarheid
Optisch en Berekeningsindex, kleur,
akoestisch voortplantingssnelheid (licht en geluid)
Thermisch Lineaire uitzettingscoëfficiënt,
smeltpunt, soortelijke warmte,
warmtegeleidingscoëfficiënt
Macroniveau = waarneembare kenmerken (kleur, hardheid, ect.).
Microniveau = niveau van atomen, ionen en moleculen.
Mesoniveau = de manier waarop deeltjes op microniveau zijn geordend tot
grotere structuren.
Vier hoofdgroepen van materialen:
Metalen
Keramiek
Polymeren
Composiet
Eigenschappen van metalen:
Hard
Taai
Vervormbaar
Glanzend
Hoge geleidbaarheid
Mengbaarheid met andere metalen
Metaalbinding = wanneer de positief geladen atoomresten en elektronen die vrij
door het metaalrooster kunnen bewegen elkaar aantrekken.
Wanneer er een kracht op metaal word uitgeoefend:
- Macroniveau = het blijft hard.
- Mesoniveau = een laag metaalatomen in een metaalrooster zal langs
elkaar schuiven terwijl de metaalbinding intact blijft.
Wanneer de stof chroom in aanraking komt met de stof zuurtsof:
- Macroniveau = de stoffen komen met elkaar in aanraking.
, - Mesoniveau = er komt een laag chroom(III)oxide als een onzichtbaar
dunne beschermhuid over het staal en beschermd daarmee tegen verdere
corrosie.
- Microniveau = de chroommoleculen komen in aanraking met de
zuurstofmoleculen tot chroom(III) oxide moleculen.
Keramiek = alle materialen die door verhitting blijvend harder zijn geworden.
Bij hoge temperaturen hebben de deeltjes namelijk meer bewegingsvrijheid —>
de deeltjes kunnen zich gunstiger positioneren —> de onderlinge bindsterkte
wordt sterk vergroot —> meestal zijn de onderlinge afstanden tussen de deeltjes
na het bakken kleiner geworden en krimpt het voorwerp tijdens het bakproces
(macroniveau).
Natuurlijke klei:
Bevat water = kneedbare toestand
Uitgedroogd = hard, maar kan met toevoeging van water weer kneedbaar
worden.
Gebakken = hard materiaal wat eeuwenlang mee kan gaan.
Gebakken met glazuur = beschermd de klei tegen de meeste chemische
invloeden.
Microniveau natuurlijke klei:
Nat = tussen de plaatstructuren zit water en aluminiumionen.
Opgedroogd = plaatstructuren en aluminiumionen zijn nog steeds
hetzelfde, maar zonder water.
Gebakken = plaatstructuren zijn naar elkaar toe bewogen en er ontstaat
een ionbinding tussen de negatief geladen groepen van de kleiplaatsjes en
de positief geladen metaalionen. Nu kan het geen water meer opnemen.
Ionogeen keramiek = Het bestaat uit ionen en vormt een ionrooster. (vb
gebakken zirkonium(VI)oxide)
Covalente keramiek = het kristalrooster wordt bij elkaar gehouden door
atoombindingen en heet daarom een atoomrooster (zie BiNaS 67D1). (vb SiC)
Materialen
VWO 6
Type Voorbeelden
materiaaleigenschap
Chemisch Corrosiebestendigheid, hydrofiel,
hydrofoob, brandbaarheid,
oplosbaarheid, uv-gevoeligheid
Elektrisch Soortelijke weerstand
Mechanisch Treksterkte, druksterkte, hardheid,
dichtheid, vervormbaarheid
Optisch en Berekeningsindex, kleur,
akoestisch voortplantingssnelheid (licht en geluid)
Thermisch Lineaire uitzettingscoëfficiënt,
smeltpunt, soortelijke warmte,
warmtegeleidingscoëfficiënt
Macroniveau = waarneembare kenmerken (kleur, hardheid, ect.).
Microniveau = niveau van atomen, ionen en moleculen.
Mesoniveau = de manier waarop deeltjes op microniveau zijn geordend tot
grotere structuren.
Vier hoofdgroepen van materialen:
Metalen
Keramiek
Polymeren
Composiet
Eigenschappen van metalen:
Hard
Taai
Vervormbaar
Glanzend
Hoge geleidbaarheid
Mengbaarheid met andere metalen
Metaalbinding = wanneer de positief geladen atoomresten en elektronen die vrij
door het metaalrooster kunnen bewegen elkaar aantrekken.
Wanneer er een kracht op metaal word uitgeoefend:
- Macroniveau = het blijft hard.
- Mesoniveau = een laag metaalatomen in een metaalrooster zal langs
elkaar schuiven terwijl de metaalbinding intact blijft.
Wanneer de stof chroom in aanraking komt met de stof zuurtsof:
- Macroniveau = de stoffen komen met elkaar in aanraking.
, - Mesoniveau = er komt een laag chroom(III)oxide als een onzichtbaar
dunne beschermhuid over het staal en beschermd daarmee tegen verdere
corrosie.
- Microniveau = de chroommoleculen komen in aanraking met de
zuurstofmoleculen tot chroom(III) oxide moleculen.
Keramiek = alle materialen die door verhitting blijvend harder zijn geworden.
Bij hoge temperaturen hebben de deeltjes namelijk meer bewegingsvrijheid —>
de deeltjes kunnen zich gunstiger positioneren —> de onderlinge bindsterkte
wordt sterk vergroot —> meestal zijn de onderlinge afstanden tussen de deeltjes
na het bakken kleiner geworden en krimpt het voorwerp tijdens het bakproces
(macroniveau).
Natuurlijke klei:
Bevat water = kneedbare toestand
Uitgedroogd = hard, maar kan met toevoeging van water weer kneedbaar
worden.
Gebakken = hard materiaal wat eeuwenlang mee kan gaan.
Gebakken met glazuur = beschermd de klei tegen de meeste chemische
invloeden.
Microniveau natuurlijke klei:
Nat = tussen de plaatstructuren zit water en aluminiumionen.
Opgedroogd = plaatstructuren en aluminiumionen zijn nog steeds
hetzelfde, maar zonder water.
Gebakken = plaatstructuren zijn naar elkaar toe bewogen en er ontstaat
een ionbinding tussen de negatief geladen groepen van de kleiplaatsjes en
de positief geladen metaalionen. Nu kan het geen water meer opnemen.
Ionogeen keramiek = Het bestaat uit ionen en vormt een ionrooster. (vb
gebakken zirkonium(VI)oxide)
Covalente keramiek = het kristalrooster wordt bij elkaar gehouden door
atoombindingen en heet daarom een atoomrooster (zie BiNaS 67D1). (vb SiC)