Welvaartsverschillen kun je op meerdere manieren meten:
- Bruto binnenlands product (BBP) per inwoner: de waarde van alle goederen en
diensten die in één jaar worden geproduceerd. Dit deel je door het aantal inwoners
van een land en dan heb je het BBP/hoofd.
- De samenstelling van de beroepsbevolking. Afhankelijk van de verdeling tussen de
mensen die in de primaire, secundaire en tertiaire sector werken, kun je afleiden of
een land welvarend is.
- De VN-ontwikkelingsindex (HDI) of welzijnsindex. Naast inkomen worden hier ook
de levensverwachting en de analfabetisme opgenomen.
Naast welvaart kan je ook kijken naar het welzijn. Bij welzijn is het ook belangrijk dat
iemand in zijn of haar basisbehoeften zoals eten, onderdak, onderwijs en gezondheidszorg
kan voorzien.
Nadelen bij het meten van welvaart met het BBP/hoofd:
- Voor 1 dollar kun je in het ene land veel meer kopen als in het andere land, om dit
nadeel weg te werken is de koopkracht bedacht
- De inkomsten uit de informele sector. Zwart werk staat niet geregistreerd
- Het bbp/hoofd is een gemiddelde. De afwijkingen tot het gemiddelde kunnen erg
groot zijn: de sociale ongelijkheid
- Het bbp/hoofd laat geen regionale verschillen zien tussen welvaart en
levensomstandigheden: de regionale ongelijkheid
De verdeling tussen welzijn, welvaart en de centrum-, semiperiferie- en periferielanden
noem je het wereldsysteem.