ontwikkelingspsychopathologie bij kinderen en
jeugdigen
Over de hoofdstuk 1, 7, 8, 11, 12, 13 en 15.
Met aanvullingen en ondersteuning van de hoorcolleges en de aantekeningen hierbij
Door Noa Bouw
, Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 1
Hoofdstuk 1 - Inleiding en classificatie 2
Hoofdstuk 7 - Hechting en hechtingsstoornissen 5
Hoofdstuk 8 - ASS 10
Hoofdstuk 11 - ADHD 14
Hoofdstuk 12 - Agressie- en gedragsstoornissen 20
Hoofdstuk 13 - Angst en angststoornissen 26
Hoofdstuk 15 - Eetstoornissen 34
1
, Hoofdstuk 1 - Inleiding en classificatie
Voordat we beginnen met de rest van het hoofdstuk, is het handig om eerst een
aantal begrippen door te nemen.
Belangrijke begrippen
Psychopathologie: Ziekte/stoornissen leer
> Ontwikkelingspsychopathologie: De wetenschappelijke discipline die onderzoek
doet naar hoe psychische stoornissen ontstaan en hoe deze zich ontwikkelen.
Psychiatrie: Medische discipline in de psychische hulpverlening, welke zich bezighoudt met
onderzoek doen, diagnoses stellen en het behandelen van psychische stoornissen.
Prevalentie: Hoe vaak iets voorkomt.
> Epidemiologie: Ziekteleer die gaat over het verspreiden en voorkomen van ziekten
onder de mensen.
Co-morbiditeit: Stoornissen die naast de al benoemde stoornis nog voor kunnen
komen/stoornissen waar de eerder genoemde stoornis mee samen kan gaan.
Differentiaaldiagnose: Een wetenschappelijke methode die gaat over een lijst met bepaalde
andere stoornissen, welke eerst uitgesloten moeten worden om zo een officiële en juiste
diagnose te kunnen stellen.
Wat behoort tot het domein van de ontwikkelingspsychopathologie?
- De ontwikkelingspsychologie (normale ontwikkeling);
- Psychische/psychiatrische stoornissen in relatie tot de ontwikkeling;
- Wanneer ouders/leerkrachten last hebben van of zich zorgen maken over:
> Het gedrag van het kind;
> De ontwikkeling van het kind.
- Ouders/leerkrachten melden hun zorgen en de verschijnselen van het kind >
Symptomen.
> Symptomen die vaak samen worden gezien, groeperen we tot syndromen;
> Een syndroom wordt ook wel een stoornis genoemd.
Bij het ontstaan en het verloop van een stoornis spelen veel factoren een belangrijke rol.
Een aantal dingen die van invloed kunnen zijn op het beloop zijn:
- Klinische psychologie (afwijkende ontwikkeling);
- Pedagogiek (opvoeding);
- Biologie (erfelijkheid en lichamelijke processen);
- Sociologie (maatschappelijk gerichte zaken);
- Antropologie (cultuur, normen en waarden);
> Cultuur of maatschappelijke omstandigheden zijn van invloed op de manier
waarop het kind zich gedraagt. Wat in de ene cultuur als normaal gezien
wordt, kan in de andere juist als compleet het tegenovergestelde opgevat
worden;
2
, > Culturele normen en waarden van de ouders zijn van invloed op het gedrag
van hun kinderen en op hoe zij het gedrag van hun kinderen interpreteren.
> Bij het behandelen van cliënten uit verschillende culturen is het dan
ook van belang dat we hier rekening mee houden.
Probleemgebieden in de ontwikkeling van kinderen
Let op! Het is niet zo dat deze problemen bij elk kind optreden.
De vroege kindertijd:
- Slaap problemen;
- Eet- en groeiproblemen;
- Hechtingsproblematiek;
- Zindelijkheidsproblemen;
- Pervasieve ontwikkelingsstoornissen (problemen op het gebied van sociale
interactie, communicatie en gedrag. Bijv. ASS);
- Taal- en leerproblemen.
Veel van deze problemen gaan meestal over bij het ouder worden van het kind.
Middelste kindertijd (basisschoolleeftijd):
- Aandachtsproblemen en problemen met impulsiviteit;
- Gedragsproblemen;
- Angstproblemen.
puberteit (middelbare schoolleeftijd):
- Eet- en lijnproblemen (Ook, problemen bij de lichamelijke veranderingen);
- stemmingsproblemen;
- middelenmisbruik;
- Schizofrenie en psychosen;
- Omgaan met de dood en sterfelijkheid.
Risico en beschermingsfactoren
Risicofactor: Iets dat ervoor kan zorgen dat het kind meer risico loopt om een
bepaalde stoornis op te lopen;
> (Bijv. Lage SES, onveilige omgeving, psychische problemen in het gezin,
etc.)
Beschermingsfactor: Iets dat ervoor zorgt dat het kind minder risico loopt op het
oplopen van een bepaalde stoornis.
> (Bijv. Een goede opvoeding, een goede gezondheid, intelligentie,
zelfvertrouwen, sociale steun, etc.)
> Risico- en beschermingsfactoren zijn in elke levensfase van invloed;
> Zowel risicofactoren als beschermingsfactoren komen voor op het gebied van het
kind, het gezin en de sociale situatie.
3