Samenvatting Financieel Management M2
Kosten en Kostensoorten
Berekeningen maken die te maken hebben met de zes kostensoorten
- OPDRACHT 4.24, OPDRACHTEN BRIGHTSPACE,
D.P.M. = duurzaam productiemiddel (gaat meer dan 1 productieproces mee);
Kosten D.P.M. bestaan uit:
Afschrijvingskosten;
Complementaire kosten → aanvullende kosten, vb. taxi;
Vermogenskosten.
De levensduur van een DPM kan uitgedrukt worden in:
1. Absoluut technische levensduur: D.P.M. kan geen producten meer voortbrengen → iets is
bijv. kapot.
2. Relatieve technische levensduur: D.P.M. kan producten voortbrengen maar niet meer de
gewenste hoeveelheid.
3. Economische levensduur: levensduur waarbij de kosten per werkeenheid minimaal zijn.
(schema)
Verkoopprijs bepalen
Afschrijvingspercentage per jaar (p): – Formule: ((A – R) / n ) / A x 100%
A = aanschafwaarde
R = restwaarde economische levensduur
n = economische levensduur
p = afschrijvingspercentage per jaar
Afschrijven vast % boekwaarde
Aanschafwaarde - Minus afschrijvingen % boekwaarde jaar 1.
, Annuïteit
Bij de annuïteiten wordt zodanig afgeschreven dat de afschrijving en de rentekosten
(vermogenskosten) jaarlijks een gelijk bedrag vormen: de annuïteit
Annuïteit = afschrijvingsbedrag + rente (vermogenskosten)
% vermogenskosten x boekwaarde = vermogenskosten
Annuïteit – vermogenskosten = afschrijvingsbedrag
BLZ `181
Kostprijsberekening
Capaciteitsbegrippen hanteren
Progressief: de variabele kosten per product worden meer
Degressief: de variabele kosten per product worden minder
Proportioneel: de variabele kosten per product blijven hetzelfde
Integrale kostprijs (fabricagekosten)= (C/N) + (V/W) FORMULEBLAD
C = totale constante kosten;
V = totale variabele kosten;
N = normale productie;
W = verwachte of werkelijke productie.
Proportioneel= Formule: (C/N) + (V/W)
Progressief of degressief= Formule: (C/N) + (V/N)
Commerciële kostprijs = integrale kostprijs + verkoopkosten p.p.
Bezettingsresultaat = bezettingsverschil
Formule: (W-N) x (C/N) FORMULEBLAD
W = N → geen bezettingsverschil;
W < N → negatief bezettingsresultaat;
W > N → positief bezettingsresultaat
Opdrachten 5.1, 5.2, 5.3 en 5.5
Kosten en Kostensoorten
Berekeningen maken die te maken hebben met de zes kostensoorten
- OPDRACHT 4.24, OPDRACHTEN BRIGHTSPACE,
D.P.M. = duurzaam productiemiddel (gaat meer dan 1 productieproces mee);
Kosten D.P.M. bestaan uit:
Afschrijvingskosten;
Complementaire kosten → aanvullende kosten, vb. taxi;
Vermogenskosten.
De levensduur van een DPM kan uitgedrukt worden in:
1. Absoluut technische levensduur: D.P.M. kan geen producten meer voortbrengen → iets is
bijv. kapot.
2. Relatieve technische levensduur: D.P.M. kan producten voortbrengen maar niet meer de
gewenste hoeveelheid.
3. Economische levensduur: levensduur waarbij de kosten per werkeenheid minimaal zijn.
(schema)
Verkoopprijs bepalen
Afschrijvingspercentage per jaar (p): – Formule: ((A – R) / n ) / A x 100%
A = aanschafwaarde
R = restwaarde economische levensduur
n = economische levensduur
p = afschrijvingspercentage per jaar
Afschrijven vast % boekwaarde
Aanschafwaarde - Minus afschrijvingen % boekwaarde jaar 1.
, Annuïteit
Bij de annuïteiten wordt zodanig afgeschreven dat de afschrijving en de rentekosten
(vermogenskosten) jaarlijks een gelijk bedrag vormen: de annuïteit
Annuïteit = afschrijvingsbedrag + rente (vermogenskosten)
% vermogenskosten x boekwaarde = vermogenskosten
Annuïteit – vermogenskosten = afschrijvingsbedrag
BLZ `181
Kostprijsberekening
Capaciteitsbegrippen hanteren
Progressief: de variabele kosten per product worden meer
Degressief: de variabele kosten per product worden minder
Proportioneel: de variabele kosten per product blijven hetzelfde
Integrale kostprijs (fabricagekosten)= (C/N) + (V/W) FORMULEBLAD
C = totale constante kosten;
V = totale variabele kosten;
N = normale productie;
W = verwachte of werkelijke productie.
Proportioneel= Formule: (C/N) + (V/W)
Progressief of degressief= Formule: (C/N) + (V/N)
Commerciële kostprijs = integrale kostprijs + verkoopkosten p.p.
Bezettingsresultaat = bezettingsverschil
Formule: (W-N) x (C/N) FORMULEBLAD
W = N → geen bezettingsverschil;
W < N → negatief bezettingsresultaat;
W > N → positief bezettingsresultaat
Opdrachten 5.1, 5.2, 5.3 en 5.5