Principe van rechtvaardigheid = formeel.
Aristoteles: ‘gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden, en ongelijke gevallen ongelijk’.
Vereffenende rechtvaardigheid
• Ruilende rechtvaardigheid
o Twee ruilende partijen. Rechtvaardige ruil? Is na afloop van de ruil nog steeds sprake van
gelijkheid? Vrije keuze? Eerlijke prijs?
• Retributieve rechtvaardigheid
o Bij vergelding: als er een ongelijkheid is ontstaan, moet de ongelijkheid ‘ongedaan’ worden.
Want de dader heeft ‘meer’ dan het slachtoffer.
Distributieve rechtvaardigheid
• Verdelen van zaken (distributie).
• Gelijke gevallen hebben recht op hetzelfde deel. Maar hetzelfde deel waarvan? Voorbeelden
(objecten):
o Welvaart (geld)
o Kennis: kennis kan bijvoorbeeld ‘vrijgegeven’ worden vanuit de regering.
o De gevolgen van klimaatverandering. Hoeveel een land bijdragen levert aan
klimaatveranderingen, betekent niet dat de gevolgen voor dit land groter zijn. Gevolgen zijn
veel groter voor o.a. toekomstige generatie, dus onrechtvaardig verdeeld.
o Gezondheidzorg. Bv. de verdeling van IC-bedden, vaccins,
, KENNISCLIP: GEZONDHEID - DOELEN VAN DE
GEZONDHEIDSZORG EN MONDZORG
ALGEMENE EN TANDEELKUNDE-SPECIFIEKE WAARDEN
Waarden: zaken die we nastrevenswaardig vinden.
Algemeen:
• Geluk
• Rechtvaardigheid
• Gelijkheid
• Vriendschap
• Vrijheid
Specifiek voor tandheelkunde:
• Algehele gezondheid
• Orale gezondheid
• Esthetiek
• Rechtvaardigheid
• Autonomie
WAAROM REFLECTEREN OP (NADENKEN OVER) ALGEHELE/ORALE GEZONDHEID?
Reflecteren op (nadenken over) algehele/orale gezondheid heeft een aantal redenen:
1. Gezondheid is dé centrale waarde, het doel van de gezondheidzorg; en orale gezondheid is een heel
belangrijke waarde in de tandheelkundige zorg.
2. Gezondheid wordt door veel mensen gezien als ‘belangrijkste zaak in het leven’.
3. We hebben bijna altijd te maken met schaarste. Is altijd meer vraag naar zorg dan we kunnen
financieren en opbrengen. Het is dan voor de hand liggend om te zeggen: we besteden geld enkel voor
bestrijding van ziektes en voor bevordering van gezondheid. Maar wat zijn ziekte en gezondheid?
4. Sociale zekerheid à op welke vorm van ondersteuning heeft iemand recht (ziektewet of bijstand)? Is
iemand ziek of gezond?
5. In de rechtspraak worden zieken soms gevrijwaard. Ook daar is het van belang om na te denken over
wat ‘ziekte’ inhoudt en wanneer iemand gevrijwaard mag worden.
6. Medicalisering: vergroting van de oordeelsbevoegdheid van artsen.
Sanisering: steeds meer zaken worden beschouwd in termen van gezondheid/ziekte, zowel door
artsen, maar ook door gewone burgers.
o Hoe meer sanisering, hoe groter de medicalisering.
o Vb.: artsen hebben tegenwoordig veel meer te zeggen over euthanasie en voltooid leven dan
voorheen, omdat deze begrippen nu worden beschouwd in termen van gezondheid en ziekte.
Is voor velen een bron van aarzeling à is medicalisering wenselijk? Moeten artsen zich niet alleen bezighouden
met zaken die alleen gaan over ‘ziekte’ en gezondheid’. Moeten we niet heroverwegen wat deze begrippen
betekenis?