Psychopathologie
Hoorcollege 1 de basis leggen voor psychopathologie
DSM-V voorwaarden:
Emotioneel en persoonlijk lijden
Ernstige belemmeringen in functioneren ( werk, gezin, maatschappij)
Belemmering houdt langere tijd aan en past niet in een normale reactie
binnen een bepaalde ( culturele ) context
Biopsychosociaal model:
- Het biopsychosociale perspectief kijkt naar het samenspel van de
biologische, psychologische en socioculturele factoren in de ontwikkeling
van afwijkend gedrag
Hoorcollege 2 schizofrenie
Psychiatrische hoofdgroepen en functies;
Cognitieve functies ( kennen en kunnen) -> functies die te maken
hebben met het verwerken van info als bijv. aandacht, waarneming,
concentratie, geheugen, oriëntatie, taalgebruik en vaardigheden
Affectieve functies ( voelen) -> omvat de stemming, het affect,
suïcidaliteit en de lichaamsbeleving. Het heeft iniedergeval te maken met
het ervaren of tonen van een emotie ( emotieregulatie en
emotieherkenning)
Conatieve functies ( willen) -> de wilskracht, inspanning en uiting
daarvan in het gedrag van een persoon. Hieronder vallen bijv.
psychomotoriek, de motivatie en doelmatig gedrag.
Schizofrenie:
Symptomen ( zichtbare gedrag)
( positief word toegevoegd en negatief is afname van functies)
Uitdrukking van emotie
Praten
Vergeetachtig
Moeilijk concentreren
Moeilijk keuzes te maken
Hallucinaties ( zintuigelijke waarnemingen) -> positief
, Wanen ( inhoudelijke denkstoornis)
Psychoses
Persoonlijkheids veranderingen
Gedesorienteerd of katatoon gedrag ( kinderlijke gekkigheid, napraten,
papagaaien)
Parapluterm van schizofrenie= schizofreniespectrum- en ander psychotische
stoornissen
Er moet minimaal een maand waan, hallucinaties of ongestructureerde spraak
aanwezig zijn voor de diagnose.
Etiologie=
- afwijkingen, veranderingen neurotransmitters vooral in hersennetwerken
die gebruik maken van dopamine
- hersenafwijkingen van hersenstructuren en hersenfuncties
- psychische aandoeningen’
- socioculturele factoren
het verloop van schizofrenie in 4 fasen:
pre morbide fasen : niet ziek, maar mogelijk al wel bepaalde trekken of
biologische of neuropsychologische markers die de kwetsbaarheid voor het
ontwikkelen van schizofrenie aangeven
acute fase: patient is manifest psychotisch met wanen en denkstoornissen
( bij mannen als ze 25 zijn en vrouwen 30 ongeveer als je zelfstandig
wordt)
restperiode : patient functioneert weer op min of meer het niveau van het
prodromale fase
behandelingen
behandelingen zijn gericht op:
- herstel
- symptoomreductie
- voorkomen van recidief exacerbatie
- verbeteren van psychosociaal functioneren en verhogen kwaliteit leven
biomedische behandelingen- antipsychotica
hebben effect op de positieve symptomen
blokkeren dopamine receptoren, waardoor het effect van dopamine
afneemt
in combinatie met andere psychotherapeutische behandelingen
klassieke antipsychotica = chloorpromazine en haloperidol ( bijwerkingen als -
>parkinsonisme, stijve spieren, trillende handen, acute
dystonie/spiersamentrekkingen, tardieve dyskinesie/onwillekeurige bewegingen
& de negatieve symptomen kunnen erger worden.)
Hoorcollege 1 de basis leggen voor psychopathologie
DSM-V voorwaarden:
Emotioneel en persoonlijk lijden
Ernstige belemmeringen in functioneren ( werk, gezin, maatschappij)
Belemmering houdt langere tijd aan en past niet in een normale reactie
binnen een bepaalde ( culturele ) context
Biopsychosociaal model:
- Het biopsychosociale perspectief kijkt naar het samenspel van de
biologische, psychologische en socioculturele factoren in de ontwikkeling
van afwijkend gedrag
Hoorcollege 2 schizofrenie
Psychiatrische hoofdgroepen en functies;
Cognitieve functies ( kennen en kunnen) -> functies die te maken
hebben met het verwerken van info als bijv. aandacht, waarneming,
concentratie, geheugen, oriëntatie, taalgebruik en vaardigheden
Affectieve functies ( voelen) -> omvat de stemming, het affect,
suïcidaliteit en de lichaamsbeleving. Het heeft iniedergeval te maken met
het ervaren of tonen van een emotie ( emotieregulatie en
emotieherkenning)
Conatieve functies ( willen) -> de wilskracht, inspanning en uiting
daarvan in het gedrag van een persoon. Hieronder vallen bijv.
psychomotoriek, de motivatie en doelmatig gedrag.
Schizofrenie:
Symptomen ( zichtbare gedrag)
( positief word toegevoegd en negatief is afname van functies)
Uitdrukking van emotie
Praten
Vergeetachtig
Moeilijk concentreren
Moeilijk keuzes te maken
Hallucinaties ( zintuigelijke waarnemingen) -> positief
, Wanen ( inhoudelijke denkstoornis)
Psychoses
Persoonlijkheids veranderingen
Gedesorienteerd of katatoon gedrag ( kinderlijke gekkigheid, napraten,
papagaaien)
Parapluterm van schizofrenie= schizofreniespectrum- en ander psychotische
stoornissen
Er moet minimaal een maand waan, hallucinaties of ongestructureerde spraak
aanwezig zijn voor de diagnose.
Etiologie=
- afwijkingen, veranderingen neurotransmitters vooral in hersennetwerken
die gebruik maken van dopamine
- hersenafwijkingen van hersenstructuren en hersenfuncties
- psychische aandoeningen’
- socioculturele factoren
het verloop van schizofrenie in 4 fasen:
pre morbide fasen : niet ziek, maar mogelijk al wel bepaalde trekken of
biologische of neuropsychologische markers die de kwetsbaarheid voor het
ontwikkelen van schizofrenie aangeven
acute fase: patient is manifest psychotisch met wanen en denkstoornissen
( bij mannen als ze 25 zijn en vrouwen 30 ongeveer als je zelfstandig
wordt)
restperiode : patient functioneert weer op min of meer het niveau van het
prodromale fase
behandelingen
behandelingen zijn gericht op:
- herstel
- symptoomreductie
- voorkomen van recidief exacerbatie
- verbeteren van psychosociaal functioneren en verhogen kwaliteit leven
biomedische behandelingen- antipsychotica
hebben effect op de positieve symptomen
blokkeren dopamine receptoren, waardoor het effect van dopamine
afneemt
in combinatie met andere psychotherapeutische behandelingen
klassieke antipsychotica = chloorpromazine en haloperidol ( bijwerkingen als -
>parkinsonisme, stijve spieren, trillende handen, acute
dystonie/spiersamentrekkingen, tardieve dyskinesie/onwillekeurige bewegingen
& de negatieve symptomen kunnen erger worden.)