Inhoudsopgave
Deeltentamen 2 – Inleiding cognitiewetenschappen.......................................................................................1
Hoorcollege 8 – Neurowetenschappen................................................................................................................1
Summary chapter 6 from the book – The neuroscience approach......................................................................7
Hoorcollege 9 – Netwerken..................................................................................................................................8
Why Supervised Learning?.................................................................................................................................13
Why Unsupervised Learning?.............................................................................................................................14
Summary chapter 7 from the book – The network approach............................................................................14
Hoorcollege 10 – formele modellen van cognitie...............................................................................................15
HC11 – The linguistic approach..........................................................................................................................19
Summary chapter 9 from the book – The linguistic approach...........................................................................25
HC12 – Intelligent agents & robots....................................................................................................................26
Summary chapter 13 from the book – The artificial intelligence approach......................................................29
Hoorcollege 8 – Neurowetenschappen
De werking van het brein: macroniveau
- 3 dimensies:
, o Dorsaal (bovenkant) vs ventraal (onderkant)
o Posterieur (achterkant) vs anterieur (voorkant)
o Lateraal (meer naar de buitenkant) vs mediaal (meer naar de binnenkant)
Gespecialiseerde breindelen
- Hersenstam
o Reguliere hart- en longfunctie
o Reguleren slaap/waken
o Zenuwen naar motor- en zintuigensystemen in het lichaam
- Limbische systeem
o Hippocampus: geheugen
o Hypothalamus: hormoonhuishouding
o Thalamus: zintuiginformatie
o Amygdala: emotie
- Cerebellum
o Motor controle (coördinatie, precisie, timing)
o Integreert input van de zintuigen met doel fijne motoriek te sturen
- Cortex
o Sulcus (hersengroeven) en gyrus (hersenwendingen)
o Lobben:
- Corpus Callosum
o Inter Hemisferische transfer
o Ispi (langs dezelfde kant) vs contralateraal (langs andere kant)
o ‘split-brain’ patiënten
o Helften moeten communiceren via Corpus Callosum
o Het aansturen van het rechterdeel van het lichaam gebeurt via de linker
hemisfeer en andersom
o Dit is verwijderd bij split-brain patiënten
, De werking van het brein: microniveau
- Neuronen
o Een soort informatie verwerkende entiteit
o De informatieverwerking binnen het neuron (intra neuraal) steunt op het
elektrisch signaal
- Neurotransmissie:
o In een neuron is een spanningsveld. Er zijn negatief geladen eiwitmoleculen
en positieve kaliumdeeltjes. Buiten het neuron zijn veel positief geladen
natriumdeeltjes aanwezig buiten neuron is er grotere positieve lading dan
in het axon. Spanningsveld is in rustpotentiaal ongeveer -70 mV.
o Neuron wordt gestimuleerd en dendrieten ontvangen een neurotransmitter.
De natrium/kalium pompen treden in werking. In het axon worden positieve
natriumdeeltjes binnen gepompt neuron minder negatief dan omgeving:
nu -55 mV. Dit is de drempelwaarde.
o Als de drempelwaarde is bereikt, gaan natrium/kalium pompen veel natrium
opnemen in axon tot het maximum limiet. Het axon is dan positief ipv
negatief.
o Vervolgens wordt het evenwicht hersteld. Kaliumdeeltjes gaan uit de cel
waardoor het negatiever wordt en daalt tot rustpotentiaal.
Conclusie
- Brein belangrijke determinant menselijk gedrag
- Macroniveau: gespecialiseerde breindelen
o Hersenstam
o Limbisch systeem
o Cerebellum
o Cortex
o Corpus Callosum
- Microniveau: informatieverwerkers