Meerkeuze vragen:
1. Wat is geen kenmerk van een sterk merk?
a. Het merk is marktleider
b. Het merk is juridisch beschermd
c. Het merk is consistent
d. Het merk is een korte trend
2. Wat is een belangrijke functie van een merk voor de consument?
a. Psychosociale functie
b. Autoriteit
c. Onderscheid
d. Continuïteit
3. Wat is volledige mededinging?
a. Een producent beheerst het totale aanbod en dus ook de prijs
b. Er zijn veel kleine aanbieders met producten die onderling uitwisselbaar zijn
c. Er zijn veel grote aanbieders met producten die onderling uitwisselbaar zijn
d. Er is zijn meerdere producenten die het totale aanbod en de prijs beheren
4. Waaruit bestaat de communicatiemix van een onderneming?
a. Push- en pullstrategie
b. Corporate- en marketingcommunicatie
c. De 4 p’s
d. Huisstijl en reclames
5. Wat is geen doelgroep van corporate communicatie?
a. Financiële wereld
b. Overheid en politiek
c. Fabrikanten
d. Eigen medewerkers en de arbeidsmarkt
6. Wat is een voorbeeld van schijnwerkelijkheid in een reclame?
a. Vrouwen wordt afgebeeld in haar rol als zorgende rol als huisvrouw
b. De reclame gaat over eenvoudige bezigheden zoals stofzuigen of afwassen
c. Er worden dingen verteld die moeilijk te begrijpen zijn
d. Er worden alleen maar vrolijke mensen afgebeeld, er is geen negativiteit
7. Welke wet geeft regels over aanduidingen bij levensmiddelen?
a. Wet misleidende reclame
b. Warenwet
c. Auteurswet
d. Wet vergelijkende reclame
8. Wat betekent monopolistische concurrentie?
a. Er zijn veel kleine aanbieders met producten die onderling uitwisselbaar zijn